Elisabeth van Hohenzollern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Elisabeth van Hohenzollern (1403-Legnica, 31 oktober 1449) was de oudste dochter van Frederik I van Brandenburg en van Elisabeth van Beieren. Zij huwde met hertog Lodewijk II van Liegnitz (-1436). Zij hadden de volgende kinderen:

De dood van hun oudste en enige zoon Lodewijk in 1435 wijzigde de politieke toestand in Brieg-Legnica. De vermoedelijke troonopvolger werd nu de enige nog levende neef van hertog Lodewijk II, Lodewijk III van Oława, maar de hertog wilde zijn gebied niet aan hem overlaten. Lodewijk II besloot daarop om zijn bezittingen over te laten aan zijn echtgenote als " Oprawa wdowia", tot haar eigen dood. Lodewijk II stierf in 1436 en Elisabeth regeerde nu over Brzeg en Legnica. Elisabeth hertrouwde in 1438/1439 met hertog Wenceslaus I van Teschen (-1474), maar bleef wel heersen over Brzeg-Legnica tegen de afspraken van de "Oprawa wdowia".

In 1443 werd Elisabeth echter gedwongen om Brzeg af te staan aan de hertogen Jan I van Lüben en Hendrik X van Chojnów, de zoons van Lodewijk III van Oława, die in 1441 overleden was. De broers eisten de erfenis van hertog Lodewijk III op als zijn rechtmatige mannelijke erfgenamen en omdat Elisabeth beide hertogdommen op onwettelijke basis in bezit had genomen. Om een overeenkomst met hen te sluiten, gaf de hertogin haar jongste dochter Hedwig ten huwelijk aan Jan I.

Kort na Elisabeths dood kwam de plaatselijke adel in opstand tegen de piasten en zocht hulp bij keizer Sigismund, die Legnica onder het rechtstreeks gezag van het koninkrijk Bohemen plaatste. Het was pas in 1454 dat Elisabeths kleinzoon, Frederik I van Legnica (het enig kind van Jan I en Hedwig), Legnica op Bohemen kon heroveren.