Elmisaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elmisaurus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Elmisaurus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Onderorde: Theropoda
Infraorde: Tetanurae
Geslacht
Elmisaurus
Osmólska, 1981
Typesoort
Elmisaurus rarus
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Elmisaurus is een geslacht van theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Oviraptorosauria, dat leefde tijdens het late Krijt.

De typesoort van het geslacht is Elmisaurus rarus uit Mongolië. Sommige onderzoekers erkennen ook een tweede soort: Elmisaurus elegans uit Noord-Amerika.

Vondst en naamgeving[bewerken]

Elmisaurus rarus[bewerken]

In 1970 vond een Pools-Mongoolse paleontologische expeditie in de provincie Ömnögovĭ twee zeer fragmentarische skeletten van een oviraptorosauriër. In 1981 werden deze door Halszka Osmólska benoemd en beschreven als de typesoort Elmisaurus rarus. De geslachtsnaam is afgeleid van het Mongools elmyi of ölmyi, "voetzool", een verwijzing naar de vergroeide middenvoetsbeenderen. De soortaanduiding betekent "zeldzaam" in het Latijn, een verwijzing naar het feit dat in zes veldseizoenen maar twee keer een fossiel van de soort was gevonden. In 2000 emendeerde George Olshevsky de soortnaam tot Elmisaurus rara maar dat berustte op een vergissing.

Het holotype, ZPAL MgD-I/172, is gevonden in de Nemegtformatie die dateert uit het late Campanien of vroege Maastrichtien, ongeveer zeventig miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijke linkermiddenvoet met enkelbeenderen. Er zijn twee paratypen: ZPAL MgD-I/98 bestaat uit een rechterhand en een rechtervoet die wellicht aan eenzelfde individu toebehoren. ZPAL MgD-I/20 is de bovenkant van een linkervoet van een groter individu. In 2001 wees Philip Currie een stuk voet, PJC. 2001.8, en een gedeeltelijk skelet met achterpoten en ruggenwervels aan de soort toe.

In 1988 hernoemde Gregory S. Paul de soort tot Chirostenotes rarus. De hernoeming, die geen navolging vond, kwam voort uit een verwantschap met Amerikaans materiaal.

Elmisaurus elegans[bewerken]

In 1930 benoemde William Arthur Parks een nieuwe soort van Ornithomimus: Ornithomimus elegans gebaseerd op holotype ROM 781, een voet. Al snel werd duidelijk dat het fossiel weinig met Ornithomimus van doen had maar het bleef onduidelijk waar het dan wel om ging. In 1971 benoemde Joel Cracraft een nieuwe soort van Caenagnathus: Caenagnathus sternbergi, gebaseerd op holotype CMN 2690, een stuk onderkaak. Aan beide soorten werden vondsten uit Alberta en Montana toegewezen, respectievelijk van voetbeenderen en onderkaken.

In 1972 meende Dale Russell dat "Ornithomimus" elegans identiek was aan Macrophalangia canadensis. In 1988 kwamen Currie and Russell tot de conclusie dat al deze Amerikaanse vormen identiek waren aan Chirostenotes pergracilis, althans daar een lichtgebouwde morfe van vertegenwoordigend; mocht dit geacht worden een apart taxon te zijn dan moest dit Chirostenotes elegans genoemd worden. In 1989 echter meende Currie na het bestuderen van twee nieuwe specimina, ROM 37163 en RTMP 82.39.4, dat de vondsten toch nauwer verwant waren aan het Aziatische materiaal. Hij bracht ze daarom onder bij een Elmisaurus elegans. De geldigheid van deze soort is echter niet onomstreden. In 1997 stelde Hans-Dieter Sues dat de overeenkomst met Chirostenotes sterker was en hij benoemde formeel een Chirostenotes elegans. Hij is daarin alleen door de Poolse onderzoeksters gevolgd.

Beschrijving[bewerken]

Agietsel van voetklauwen, getoond in het Oertijdmuseum de Groene Poort en toegeschreven aan Elmisaurus

Elmisaurus rarus[bewerken]

Gezien de fragmentarische aard van de vondsten is het uiterlijk van Elmisaurus rarus zeer onzeker. De lichaamslengte van het holotype is geschat op 168 centimeter; ZPAL MgD-I/20 is een vijfde langer. Net als bij alle oviraptorosauriërs gaat het hier om een bevederde, warmbloedige tweevoeter.

De voet is lichtgebouwd en slank, ongeveer vijftien centimeter lang. Het middelste middenvoetsbeentje is bovenaan toegeknepen door de buitenste. Currie wist enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen. De middenvoetsbeentjes zijn, ieder individueel, vergroeid met een bovenliggend enkelbeen. De achterkant van de middenvoet is sterk uitgehold. Het tweede en vierde middenvoetsbeentje zijn maar iets korter, boven de 93%, dan het derde. De onderkant van het tweede middenvoetsbeentje kromt naar voren weg van de lengteas van de middenvoet als geheel. Het boveneinde van het derde middenvoetsbeentje is driehoekig in doorsnede. Het vierde middenvoetsbeentje heeft heeft aan de bovenste zijkant een uitsteeksel.

De Poolse onderzoeksters wezen in 2002 op twee verdere kenmerken: een aderopening tussen het derde en het vierde middenvoetsbeentje en de aanwezigheid van verhoogde aanhechtingspunten voor de Musculus tibialis cranialis op de bovenkant van de middenvoetsbeentjes. Dit zijn eigenschappen die verder alleen bij de vogels bekend zijn. Hetzelfde geldt voor de vergroeiing van de tarsalia, de onderste enkelbeenderen, met de middenvoet, metatarsus, tot een tarsometatarsus

De hand heeft een lengte van ongeveer twintig centimeter en is opnieuw slank gebouwd waarbij vooral de schachten van de botten veel nauwer zijn dan de uiteinden, een kenmerk dat bij andere oviraptorosauriërs niet wordt aangetroffen.

Elmisaurus elegans[bewerken]

Van Elmisaurus elegans zijn enkele fragmenten bekend die wijzen op een lengte van tegen de tweeënhalve meter. Currie wist de volgende verschillen met E. rarus vast te stellen: het tweede middenvoetsbeentje is slanker; van bovenaf bekeken is het achterprofiel van de binnenkant van de middenvoet holler; de richelvormige achterste binnenrand van het vierde middenvoetsbeentje is niet zo duidelijk ontwikkeld; nabij de onderste gewrichten overlappen uitsteeksels van het tweede en vierde middenvoetsbeentje het derde middenvoetsbeentje.

Fylogenie[bewerken]

Elmisaurus rarus werd oorspronkelijk in een eigen Elmisauridae geplaatst. Currie verhuisde de soort echter in 1988 haar gelijkstellend aan Chirostenotes impliciet naar de Caenagnathidae. In 1989 kwam hij daar weer op terug toen hij Elmisaurus elegans benoemde. Hoewel begin jaren negentig sommige onderzoekers aan de Oviraptoridae dachten, ontwikkelde zich een consensus dat het om een caenagnathide ging. In 2000 plaatste Currie die in een engere Elmisaurinae.

Osmóslaka en Marýanska meenden in 2002 dat de nauwe overeenkomsten in de voet van Elmisaurus rarus met de vogels geen toeval waren maar erop wezen dat de Oviraptorosauria ook echt tot de Aves behoorden.

Literatuur

  • Parks, W.A., 1933. New species of dinosaurs and turtles from the Upper Cretaceous Formations of Alberta. University of Toronto Studies, Geological Series 34: 1-33.
  • Osmólska, H., 1981. Coossified tarsometatarsi in theropod dinosaurs and their bearing on the problem of bird origins. Palaeontologica Polonica 42: 79-95.
  • Currie, P.J., 1989. The first records of Elmisaurus (Saurischia, Theropoda) from North America. Canadian Journal of Earth Sciences — Revue Canadienne des Sciences de la Terre 26: 1319-1324. DOI:10.1139/e89-111
  • Buckley, L.G., 2002. New material of Elmisaurus (Theropoda, Elmisauridae) from the Late Cretaceous Hell Creek Formation of Southeastern Montana. Journal of Vertebrate Paleontology 22(3): 39A.