Else Lasker-Schüler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Else Lasker-Schüler (circa 1890)

Else Lasker-Schüler (Elberfeld, 11 februari 1869Jeruzalem, 22 januari 1945) was een Duitse schrijfster uit het expressionisme.

Leven[bewerken]

Else Schüler was de dochter van een bankier uit Wuppertal en groeide op in een gegoed milieu. Tijdens haar leven reisde ze voortdurend en had ze geen vaste woonplaats. Ze huwde tweemaal. De toevoeging 'Lasker' aan haar familienaam, behield ze na haar eerste huwelijk. Haar latere financiële toestand was onstabiel. Haar talrijke vrienden, onder wie Karl Kraus, ondersteunden haar financieel. Sinds 1900 was ze actief op de Berlijnse kunstscène. Ze huwde met Georg Levin en suggereerde hem de naam Herwarth Walden aan te nemen. Toen de Neuer Club in 1909 opgericht werd, nam ze deel aan de avant-gardistische bijeenkomsten van expressionistische dichters. Ze was zeer gerespecteerd en had talloze vrienden onder de dichters en schilders uit die periode. In 1912 scheidde ze van Walden.

Lasker-Schüler schreef zwaar bevlogen, lyrische werken, ook in haar verhalen en in haar toneelstuk Die Wupper. Haar poëzie is bewust irrationeel en werkt met associaties en aaneenrijgingen. De figuren die ze in haar proza ten tonele voert, zijn vaak vermomde mensen uit haar omgeving. Ze spint allegorische constellaties van sprookjesachtige situaties en laat een grote verscheidenheid aan emoties de revue passeren. 'Tino von Bagdad' is een metafoor voor haarzelf. Ze ontwikkelde haar persoonlijke mythologie, samengesteld uit verschillende religies, maar verloochende nooit haar joodse origine. Ze liet de grens tussen klassiek proza en briefcorrespondentie vervagen en liet veel romantische invloeden in haar expressionistisch werk toe. Haar gedichten zijn gewoonlijk in de tweede persoon geschreven (gericht tot „jij“). Ze was een van de hoofdmedewerkers van het expressionistische tijdschrift Der Sturm. In 1932 won ze de Heinrich von Kleist-Preis.

Na de machtsovername door de NSDAP in 1933 vluchtte Lasker-Schüler naar Zwitserland. Zij was in Duitsland persona non grata geworden, aangezien ze enerzijds joods was en anderzijds de in Nazi-Duitsland verboden Entartete Kunst bedreef. In 1934 ging ze naar Egypte en vervolgens naar Palestina. Ze stierf zwaar berooid aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.

Haar werk is van grote invloed geweest op haar vriend Georg Trakl. Gottfried Benn, eveneens een goede vriend van haar, noemde Lasker-Schüler de grootste dichteres die Duitsland ooit heeft gehad. Men dient op zijn minst toe te geven, dat haar werk een buitengewone reputatie bezit.

Werken[bewerken]

  • 1902 Styx
  • 1905 Der siebente Tag
  • 1906 Das Peter Hille-Buch
  • 1907 Die Nächte Tino von Bagdads
  • 1909 Die Wupper
  • 1911 Der Prinz von Theben
  • 1913 Hebräische Balladen
  • 1917 Die gesammelten Gedichte
  • 1919 Der Malik. Eine Kaisergeschichte mit selbstgezeichneten Bildern
  • 1921 Der Wunderrabbiner von Barcelona
  • 1923 Arthur Aronymus. Die Geschichte meines Vaters
  • 1932 Das Konzert
  • 1943 Mein blaues Klavier
Bronnen, noten en/of referenties
  • Barbara Baumann & Brigitta Oberle (1985), Deutsche Literatur In Epochen. München: Max Hueber.
  • Albert Bettex (1967), 'Die moderne Litertur', in: Bruno Boesch (red.), Deutsche Literaturgeschichte in Grundzügen. Die Epochen deutscher Dichtung. Bern: Francke Verlag, pp. 407-486.
  • Gerhard Fricke & Mathias Schreiber (1988), Geschichte der deutschen Literatur. Paderborn: Ferdinand Schöningh.
  • Fritz Martini (1965), 'Else Lasker-Schüler: Dichtung und Glaube', in: Hans Steffen (red.), Der deutsche Expressionismus: Formen und Gestalten, Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, pp. 5-24.
  • Bengt Algot Sørensen (1997), Geschichte der deutschen Literatur. Band II. Vom 19. Jahrhundert bis zur Gegenwart. München: C. H. Beck. [= Beck'sche Reihe 1217]
  • Wolf Wucherpfennig (1986), Geschichte der deutschen Literatur. Von den Anfängen bis zur Gegenwart. Stuttgart: Ernst Klett.