Elwetritsch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een elwetritsch-beeld van de Elwetritschen-Brunnen in Neustadt an der Weinstraße
Elwetritsch

De elwetritsch (Latijn: Bestialis palatinensis) is een vogelachtig fabeldier, dat in het zuidwesten van Duitsland, voornamelijk in de Palts zou voorkomen.

Verspreidingsgebied[bewerken]

De elwetritsch komt voornamelijk voor in de Südliche Weinstraße, het Pfälzer Wald, maar heeft zich ook in de Rijnvallei rond Speyer en Ludwigshafen am Rhein, zelfs tot in het Zuidhessische Odenwald verspreid.

De grootste populaties zouden zich rond Neustadt an der Weinstraße bevinden, waar de Elwetritschen-Brunnen (fontein) van kunstenaar Gernot Rumpf staat. Naast Neustadt eisen ook Dahn (eveneens met een Elwetritschen-fontein, van Richard Lenhard), Erfweiler en nog een paar andere gemeentes de eer op de 'hoofdstad' van het fabeldier te zijn.

Naam[bewerken]

Varianten[bewerken]

'Elwetritsch' is de meest gangbare schrijfwijze voor de naam van dit sprookjeswezen. Ook 'elwetrittsch' wordt veel gebruikt. Daarnaast vindt men vele, eerder zeldzaam voorkomende varianten zoals 'elwedrittsch', 'elbe-', 'elfe-', 'ilbe-' en 'ilwetritsch', al dan niet met 't' of 'd' in het midden, en met een of twee t's op het einde geschreven.

Etymologie[bewerken]

Het eerste gedeelte van de naam verwijst naar de elfen uit de germaanse mythologie. Over het tweede deel van het woord (tritsch of dritsch) bestaat geen wetenschappelijke eensgezindheid.

Oorsprong[bewerken]

De oorsprong of het ontstaan van de elwetritschen kon tot nu toe niet worden vastgesteld, onder meer omdat nog geen exemplaren voor wetenschappelijk onderzoek ter beschikking stonden.

Volgens de overlevering zou, voor vele honderden jaren, een groepje kippen, eenden en ganzen, die samen op stap waren in het Pfälzer Wald, tijdens een heftig onweer verdwaald zijn. Toen ze na lang zoeken de weg niet meer terugvonden besloten ze, samen met elfen, kobolden, raven en nog vele andere dieren, een nieuwe familie te stichten.

Beschrijving[bewerken]

Uiterlijk[bewerken]

Hoewel er ontelbare 'geloofwaardige waarnemingen' van de elwetritschen opgetekend zijn, is men er tot nu toe niet in geslaagd ze duidelijk op foto vast te leggen. Wel vindt men in de streek van voorkomen vele afbeeldingen op kunstwerken zoals tekeningen, schilderijen en standbeelden, die gebaseerd zijn op de door waarnemers afgegeven beschrijvingen.

Het blijkt dat elwetritschen onderling sterk kunnen verschillen in hun verschijningsvorm, die er echter bijna altijd uitziet als een hoendervogel. Meestal zijn de vleugels onderontwikkeld, waardoor het dier bijna niet vliegen kan. Hierdoor is zijn biotoop dan ook beperkt tot de aarde onder struikgewas, wijngaarden en bos. Sommige elwetritschen hebben een lange, smalle bek, andere den weer een brede, platte snavel. Soms hebben ze een klein gewei, maar het komt ook voor dat ze menselijke elementen in hun uiterlijk meedragen. Zo zijn sommige (vrouwelijke) exemplaren rijkelijk van borsten voorzien. Normaal hebben de dieren twee poten, maar er zijn er ook al gezien met vier, zes, en zelfs acht poten.

Biologisch zou het dier tot de familie van de Ruigpoothoenders (tetraonidae), geslacht tritschen behoren.

Karakter[bewerken]

Algemeen wordt de elwetritsch als lief, schuw, terughoudend maar toch vriendelijk omschreven. De Pfälzer ziet in de vogel de afspiegeling van zijn eigen karakter. Volgens sommigen werd het dier vroeger als huisdier gehouden. Het is niet duidelijk wie van wie de karaktereigenschappen overgenomen heeft.

Voeding en voortplanting[bewerken]

De elwetritsch vindt in zijn levenruimte genoeg eten: graantjes, bessen, noten, kruiden en grassen, en bijzonder tijdens de wijnoogstmaanden druiven. Riesling en Silvanerdruiven zouden zijn lievelingskost zijn.

In het voorjaar staan de elwetritschen op vrijersvoeten. Het mannetje laat dan zijn beste kleuren zien. Elwetritschennesten zijn nog niet met zekerheid gevonden. Vermoed wordt dat het paar een nest bouwt in ondoordringbaar struikgewas, dat het wijfje twee tot drie eieren legt, die ze samen met het mannetje uitbroedt. De kuikentjes, die na een drietal weken zouden uitkomen, worden door beide ouders gevoed.

Wetenschap, economie, cultuur[bewerken]

Tritschologie[bewerken]

Nachtelijke vangmethode voor de Elwetritsch.

In het verspreidingsgebied van de elwetritschen wordt deze niet alleen binnen het kader van vertelkunst en volkskunde wetenschappelijk onderzocht. Als een soort wetenschappelijke grap wordt het dier door echte wetenschappers zoölogisch en natuurwetenschappelijk onderzocht. Een heus team, onder leiding van de landbouwbioloog Dr. Stephan Dreyer uit Neustadt, probeert het bestaan van de kruising wetenschappelijk te onderbouwen, en gaat zelf zover te beweren dat er ook nog andere kruisingen, bijvoorbeeld met vissen, kruipdieren en zelfs zoogdieren voorkomen. Zo zou in Otterstadt bij Speyer een exemplaar gezien zijn dat een kruising tussen een otter en een elwetritsch is. Hierop liet de gemeente Otterstadt in 2004 door Gernot Rumpf (die de Elewetritschebron van Neustadt ontworpen heeft) een 'Otterdrittschebron' bouwen.

Deze kruisingen met niet-vogels stelt natuurlijk ook de classificatie van de tritschen als vogel in vraag.

Sommige wetenschappers zien ook een verbinding met de in Beieren voorkomende Wolperting, maar ook dit kon nog niet onderbouwd worden.

Economie[bewerken]

Elwetritschen spelen een belangrijke rol in de lokale toerisme-economie.

Afbeeldingen van de dieren (hout, stof, keramiek) zijn populair als souvenirs. Ze komen voor op postkaarten in in het werk van lokale kunstenaars. Een belangrijk deel van het werk van Armin Hott heeft de vogel als thema.

De elwetritschebronnen van Neustadt en Dahn zijn toeristische trekpleisters, één of ander herberg heet wel 'Zum Elwetritsch', en enkele restaurants bieden een 'Elwetritschen-menu' of 'Elwetritschen-schotel' (vaak voor kinderen) aan. Enkele wijnboeren branden ook een 'Elwetritschen-Schnaps' of proberen hun wijn als 'Elwetritschen-Wein" te slijten. Men vindt ook gebak dat "Elwetritschen-Eier" noemt.

Ook de elwetritschen-jacht staat op het "toeristische streekmenu". De dieren kan men, zo de traditie, best jagen bij nieuwe maan. Hiervoor heeft men een jutten aardappelzak ("Grumbeersack"), een knuppel en een olielamp (Stalllampe) nodig. Drijvers schrikken, door luid "tritsch, tritsch"-geschreeuw en door met de knuppels op bomen en wijnbergpalen te slaan, de elwetritschen op, zodat deze dan naar de olielampen, en (hopelijk) in de zak van de wachtende jagers lopen. Daar men dieren zich echter heel moeilijk laten vangen moeten de jagers en drijvers zich meestal vertroosten met lokale culinaire specialiteiten en de nodige hoeveelheid wijn en schnaps.

Wordt een exemplaar gevangen, dan gebiedt de elwtritschenjacht-erecode, waaraan iedereen zich houdt, het dier onmiddellijk weer vrij te laten. Vroeger werden de dieren ter plaatse gedood (door de nek twee keer om 360 graad te draaien) en ter plaatse opgegeten. Het vlees ervan zou zo goed smaken dat niemand de onmiddellijke consumptie kon weerstaan (dat is ook de reden waarom er nog geen wetenschappelijk onderzoek op een dier kon verricht worden).

Er wordt ook verteld dat het gebruik van een paar 'Schoppen Wein' (een schoppen = 0,5 l) voor de jacht zich positief zou uitwerken op de kans om een dier te zien. Enerzijds zou de vermenging van bloed en wijn de menselijke geur (die het dier schuwt) onderdrukken, anderzijds zou hierdoor het waarnemingsvermogen niet meer zo sterk door logisch denken beperkt worden. Dit is echter nog niet wetenschappelijk of statistisch onderbouwd.

Cultuur[bewerken]

Elwetritschen spelen ook hun rol in het verenigings- en sportleven.

Zo is er in Flomersheim, een deelgemeente van Frankenthal, een jaarlijks voetbaltornooi met elwetritsch-wisselbeker (ontworpen door de lokale keramiek-kunstenaar en dialect-dichter Walter Rupp.

In verschillende steden en gemeenten in de Palts bestaan er kultuurverenigingen die zich voor het voortbestaan en levend houden van de elwetritschen-sagen en -vertellingen inzetten. De oudste is het "Elwetrittche-Verein e.V." van 1982 in Landau.

In Pirmasens bestaat een "Elwetritsche-Akademie", en in Dahn is er een "Fachhochschule für Tritschologie" die tot doel heeft "de omvangrijke kennis over elwetritschen aan alle geïnteresseerde mensen verder te geven, hen het gevoel voor waarheidvinding bij te brengen, en zo de voorwaarden voor een gelukkig en tevreden leven in geloof en humor te creëren".

Externe link[bewerken]