Emden (kruiser)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag Kriegsmarine
Emden (kruiser)
De Emden in China, ca.1931
De Emden in China, ca.1931
Geschiedenis
Besteld 1921
Werf Reichsmarinewerft, Wilhelmshaven
Kiellegging december 1921
Tewaterlating 6 januari 1925
In dienst 15 oktober 1925
Uit dienst april 1945
Algemene kenmerken
Deplacement 7.100 ton (volgeladen)
Lengte 156 meter
Breedte 14,3 meter
Diepgang 5,8 meter
Voortstuwing en vermogen stoomturbines, 34,000 kW (na 1934)
Snelheid 29,5 knopen
Bereik 6750 zeemijlen aan 15 knopen
Bemanning 685
Bewapening 8-150 mm

3-105 mm
3-88mm
4-37 mm
8-20 mm (later 20)
4-533 mm torpedo buizen 120 mijnen

Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Duitse lichte kruiser Emden was het enige schip van zijn klasse. Het was het eerste oorlogsschip dat na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland gebouwd werd.

Geschiedenis[bewerken]

De Emden werd besteld in 1921, maar de bouw werd vertraagd, eerst door geallieerde protesten tegen het ontwerp, en daarna door de hyperinflatie in Duitsland in 1923. Het eerste ontwerp voorzag de acht 150mm kanonnen te installeren in vier koepels met twee kanonnen elk, en dit zou de Emden een van de meest geavanceerde kruisers van die tijd gemaakt hebben. Maar het Verdrag van Versailles verbood Duitsland de ontwikkeling van dergelijke nieuwe wapensystemen. Zoals de meeste andere marines, had de Duitse marine nooit eerder koepels met twee dergelijke kleine kanonnen gebruikt. Ieder voorgaand ontwerp was voor 203mm (8inch) kanonnen of groter, en deze kanonnen waren te zwaar voor een 6000-tons kruiser. Grotere kruisers waren niet toegelaten in het Verdrag van Versailles. Deze factoren zorgden ervoor dat het ontwerp aangepast moest worden naar 8 minder effectieve koepels met één kanon elk, waardoor de Emden op de voorgangers uit de Eerste Wereldoorlog leek.

Het schip werd uiteindelijk tewatergelaten op 6 januari 1925, en in dienst genomen op 15 oktober 1925. De Emden werd voornamelijk als opleidingsschip gebruikt, maar maakte diverse reizen in de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan, en de Middellandse Zee tussen 1926 en 1939. Voor zijn overplaatsing naar de onderzeeboten in 1935had Karl Dönitz het bevel over de Emden.

Op 4 september 1939, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het schip beschadigd in een Britse aanval op Wilhelmshaven. Een Bristol Blenheim bommenwerper van de Royal Air Force werd door de luchtafweer geraakt en stortte neer op het voorschip van de Emden, waarbij 9 Duitse bemanningsleden om het leven kwamen, de eerste verliezen van de Kriegsmarine in de Tweede Wereldoorlog. Door een vreemd toeval was de naam van de Britse piloot Flying Officer H.L. Emden.[1]

Na herstellingswerken was de Emden ingeschakeld om mijnenvelden te leggen in de Noordzee gedurende de laatste maanden van 1939. Tijdens de invasie van Noorwegen (Operatie Weserübung) maakte de Emden deel uit van het noodlottig flottielje dat Oslo moest innemen. Het vlaggenschip, de Blücher werd gezonken door het geschut van Fort Oscarsborg in de Oslofjord, en de zware kruiser Lützow werd zwaar beschadigd door een torpedo van een Britse onderzeeboot op de terugweg naar Duitsland.

De Emden bracht de rest van de oorlog door in de Oostzee, voornamelijk op trainingsmissies. Vanaf januari 1945 hielp het schip Duitse militairen en burgers van Oost-Pruisen evacueren naar Duitsland en Denemarken. Op een van deze reizen bracht de Emden de doodskisten mee van de Duitse ex-president Paul von Hindenburg en zijn vrouw.

In de nacht van 9 april op 10 april werd de Emden zwaar beschadigd tijdens een luchtaanval op Kiel. Het schip werd met 15° slagzij naar de Heikendorfer Bucht gebracht, en strandde daar op 14 april. Op 26 april werd het schip uit dienst genomen. Na de oorlog werd het gesloopt.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties