Emil Hácha
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Emil Hácha (Trhové Sviny, 12 juni 1872 - Praag, 27 juni 1945) was een Tsjechische jurist, en de derde president van Tsjecho-Slowakije. Hij was een van de meest tragische figuren uit de geschiedenis van dit land.
Voor de Eerste Wereldoorlog werkte hij als raadsheer voor diverse rechtbanken. Na de oprichting van Tsjecho-Slowakije werd hij politiek actief, en steeg zijn ster snel. Hácha nam zitting in de Senaat en werd president van het Hooggerechtshof. Hij was specialist op het gebied van common law en internationaal recht, maar had twee zwakheden: zijn lichamelijke (hartklachten) en geestelijke gezondheid (seniliteit).
Na de conferentie van München trad Edvard Beneš af als president van Tsjechslowakije. Hij werd naar het leven gestaan, en week uit naar Engeland. Onder Duitse druk en bij gebrek aan beter werd de oude Hácha president. De Duitse druk nam geenszins af. Slowakije scheidde zich onder Duitse druk af, en Hongarije en Polen bezetten respectievelijk Transkarpatië (Roethenië) en Teschen. Iedere actie van de kant van Hácha en zijn regering in Praag leidde tot een reactie en verdere escalatie, aangemoedigd door Berlijn.
In maart 1939 vroeg Hácha audiëntie aan bij Hitler. Deze stond dit toe. Hácha werd te Berlijn zeer hoffelijk ontvangen, met erewacht, ontvangstcomité, en de mooiste suite van het Adlonhotel. Reeds tijdens Hácha's treinreis (Hácha kon vanwege zijn hartklachten niet vliegen) rukte het Duitse leger op naar de grens. Volgens sommige lezingen bezette het zelfs strategische punten in Tsjechië, hoewel bevel was gegeven de grens niet dichter dan 10 kilometer te naderen. Hácha was dodelijk nerveus en moest na de pompeuze inspectie van de wacht uren wachten. Ondertussen vermaakte Hitler zich met een film. Ten slotte, in het holst van de nacht, werd Hácha ontvangen. Tot op het laatste moment was de schijn van hoffelijkheid jegens een bevriend staatshoofd opgehouden, hoewel de lange wachttijd en nachtelijke audiëntie duidelijk opzettelijk waren gearrangeerd om de weerstand van de Tsjechen uit te hollen.
Toen Hitler, Göring en Von Ribbentrop met Hácha en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Chvalkovski, alleen waren, lieten zij alle hoffelijkheid varen. Dr. Morell, Hitlers arts, stond al klaar met een batterij aan medicijnen: niet voor Hitler, maar voor Hácha.
De oude president werd geïntimideerd en uitgescholden. Hitler schreeuwde onomwonden dat zijn geduld op was en dat hij het leger al bevel had gegeven Tsjechië binnen te vallen. Hitler verliet de kamer en liet de twee Tsjechen aan Von Ribbentrop en Göring. Toen de twee bezwaar maakten dreigde Göring met zijn luchtmacht Praag plat te bombarderen. In werkelijkheid zou dat vanwege het slechte weer (sneeuwbuien) niet mogelijk zijn geweest, maar dat wist of besefte de oude president niet. Hácha viel flauw, wat een schrikreactie bij de Duitsers teweegbracht. Als Hácha zou overlijden zouden de kranten schrijven dat hij in de Rijkskanselarij vermoord was. Direct kwam Dr. Morell in actie en gaf de president een injectie. Deze bevatte waarschijnlijk amfetamine, hoewel Morell later zou verklaren dat het een vitaminepreparaat was. Ten slotte tekende hij de akte van overgave. Telefonisch verzocht hij zijn land zich niet tegen de invasie te verzetten.
Hácha werd hierna marionettenpresident van het protectoraat Bohemen en Moravië. Echte macht had hij niet meer, die berustte bij de "protector", een hoge nazifunctionaris. Hácha meende dat hij zijn volk erger bespaarde door mee te werken. Vanaf 1943 werkte hij in verband met zijn zwakke gezondheid ook nauwelijks meer. Op 13 mei 1945 werd hij na de bevrijding van Praag gearresteerd, maar hij overleed op 27 juni in gevangenschap.
| Voorganger: Edvard Beneš |
President van Tsjecho-Slowakije 1938-1945 |
Opvolger: Edvard Beneš |

