Emile, of Over de opvoeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Emile, of Over de opvoeding
Het voorblad van de eerste druk van Émile
Het voorblad van de eerste druk van Émile
Oorspronkelijke titel Émile, ou De l’éducation
Auteur(s) Jean-Jacques Rousseau
Oorspronkelijke taal Frans
Onderwerp Filosofie van de opvoeding, pedagogiek
Genre Roman, Filosofisch boek
Oorspronkelijk uitgegeven 1762
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Emile, of Over de opvoeding (Émile, ou De l’éducation) is de dubbele titel van het boek van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. In dit werk zet Rousseau, een van de belangrijkste filosofen uit de Verlichting zijn visie op de menselijke natuur uiteen, en stelt hij de volgens hem ideale opvoedingsmethode voor. De Emile was naar Rousseaus eigen oordeel zijn beste en belangrijkste geschrift. Het boek heeft een sterke invloed gehad binnen de filosofie van de opvoeding en beïnvloedde pedagogen als Johann Bernhard Basedow, Johann Heinrich Pestalozzi en Friedrich Fröbel.[1]

Publicatie[bewerken]

Het boek waarover hij twintig jaar lang had nagedacht werd na drie jaar schrijven [2] in 1762 in twee landen uitgebracht, voor het eerst ook in Frankrijk.[3] Rousseau kreeg de stilzwijgende toestemming van Chrétien-Guillaume de Lamoignon de Malesherbes, het hoofd van de censuur, die het argument van werkgelegenheid gebruikte om de publicatie in Frankrijk te rechtvaardigen. De hertogin De Luxembourg, echtgenote van Charles Fréderic, assisteerde Rousseau bij het afsluiten van de twee contracten, zowel in Parijs als in Den Haag.

Tijdens het drukken werd het werk aan de Parijse editie stilgelegd. Rousseau die erg ziek was vanwege een prostaatvergroting en/of nierstenen, bovendien aan waanvoorstellingen leed en zich opwond, dacht dat de Jezuïeten het werk in handen hadden gekregen.[4] Vervolgens verdacht hij de Jansenisten, toen zijn voormalige vrienden (de radicale filosofen), maar ook de buren die al zijn gesprekken konden horen, en gemakkelijk in zijn huisje konden komen.

De Émile werd kort na verschijnen in beslag genomen op de Sorbonne, door het Parlement van Parijs veroordeeld en op de trappen van het hooggerechtshof verbrand. Een week later werd ook in Genève Du Contrat social en de Émile op de brandstapel geworpen. Op aanraden van de Nederlandse ambassadeur Mattheus Lestevenon werd de Émile enkele weken later ook door de Staten van Holland verboden.[5]

De Émile is onderverdeeld in vijf boeken: de eerste drie gaan over zijn jeugd, het volgende over zijn adolescentie en het laatste boek over zijn toekomstige echtgenote Sophie. De controverse draaide om de in het boek IV opgenomen geloofsbelijdenis van een laaggeplaatste kapelaan uit het Hertogdom Savoye. Hierin bepleit Rousseau deïstische natuurgodsdienst en verwerpt hij centrale dogma’s uit de rooms-katholieke en protestantse kerken.

Aanhalingsteken openen

'Eerst weten we niet hoe we moeten leven, en niet lang daarna zijn we er niet meer toe in staat. En in de ruimte die deze nutteloze extremen van elkaar scheidt, zijn we driekwart van ons leven bezig met slapen, werken, lijden, frustratie en zorgen van allerlei aard. Het leven is kort, niet zozeer omdat het zo kort duurt, maar omdat we bijna geen tijd hebben om ervan te genieten'[6]

Aanhalingsteken sluiten

Inhoud[bewerken]

Voor Rousseau was de natuur goed en de maatschappij slecht. Om een kind te vrijwaren voor ondeugden kon men hem beter opvoeden in de natuur dan in de maatschappij. Rousseau nam als gouverneur de denkbeeldige leerling Emile onder zijn hoede en voedde hem op tot hij zelf vader werd. Émile groeide op met weinig gezag en veel vrijheid. Hij mocht zich vooral niet laten meeslepen door de gangbare passies, opinies en autoriteiten.

Emile leert door ervaringen die zijn huisleraar, niet toevallig ook Jean-Jacques geheten, voor hem organiseert. Leren door te doen, timmerwerk, c.q. meubelmaken, tuinieren, zwemmen, verdwalen in bossen, en dergelijke. Hij leert Emile door eigen ervaring respect hebben voor boeren en handwerkslieden en leert hem dat die eigenlijk hoger staan dan koningen en prelaten. Jean-Jacques geeft Emile geen godsdienstonderwijs en houdt hem tot aan zijn 15e jaar verre van allerlei geleerde ‘kletspraatjes’, zoals ook geschiedkundige en filosofische verhandelingen. Rousseau geloofde immers in de aangeboren goedheid van de mens. De verschillen tussen arm en rijk, tussen heersers en onderdrukten maken de mens slecht. Door Emile in een landelijk isolement op te voeden en te harden in de natuur wil hij hem zuiver houden. Wel mag hij Robinson Crusoe lezen, als eerste en voorlopig enige boek.

Jean-Jacques laat Emile pas gaan als hij al enige tijd getrouwd is met Sophie, aan wie hij het laatste deel van het boek wijdt. Meisjes moeten heel anders worden opgevoed dan jongens. Zij mogen bijvoorbeeld wel worden gestraft en moeten leren gehoorzamen aan de man. Rousseau stond dus nog heel ver af van ideeën over gelijke rechten voor man en vrouw.

Op het einde kon Emile zijn plichten vervullen tegenover de maatschappij en een voorbeeld zijn voor zijn medemens.

Varia[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Émile, ou De l’éducation op Wikisource
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Émile by Jean-Jacques Rousseau
  2. J.J. Rousseau Bekentenissen, p. 424, 586.
  3. Peeperkorn, D. (2009) Jean-Jacques Rousseau en zijn uitgever Marc-Michel Rey. Een verhaal uit de prehistorie van het auteursrecht, p. 107.
  4. J.J. Rousseau Bekentenissen, p. 619-22.
  5. Gallas, R.K. (1926) VINCENZIO GAUDIO, p. 118. In: Jaarboek Amstelodamum.
  6. Leo Damrosch (2011) ”Jean Jacques Rousseau. Een rusteloos genie”, p. 387.