Emile Claus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Emile Claus
Zelfportret
Zelfportret
Persoonsgegevens
Bijnaam "zonneschilder" en "schilder van de Leie"
Geboren Sint-Eloois-Vijve, 27 september 1849
Overleden Astene, 14 juni 1924
Geboorteland België
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Luminisme
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Emile Claus (Sint-Eloois-Vijve, 27 september 1849 - Astene, 14 juni 1924) was een Vlaams kunstschilder. Hij was de belangrijkste vertegenwoordiger van het impressionisme in België.

Levensloop[bewerken]

Tussen 1869 en 1874 studeerde hij aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen bij onder meer de landschapsschilder Jacob Jacobs. Hij vestigde zich dan in Antwerpen waar hij vooral portretten en realistische, anekdotische genrestukken schilderde. In 1882 oogstte hij zijn eerste succes met het doek Hanengevecht in Vlaanderen, dat op het Parijse Salon wordt tentoongesteld. In 1883 vestigde hij zich in Astene, in villa "Zonneschijn" aan de oevers van de Leie. Hij huwde in 1886 met Charlotte Dufaux.

Aangespoord door zijn vriend, de schrijver Camille Lemonnier, en onder invloed van de Franse impressionisten zoals Claude Monet, waarvan hij de werken tijdens zijn reizen naar Parijs in de periode rond 1890 leerde kennen, veranderde Claus zijn stijl, weg van het naturalistische realisme, naar een eigen impressionistische stijl met een lumineus coloriet (het luminisme). Men beschouwt hem als de leider van het Belgische luminisme; in 1904 stichtte hij de Kring Vie et Lumière. Hij raakte zo bekend als de "zonneschilder" en de "schilder van de Leie". Zijn schilderijen De bietenoogst uit 1890 en De ijsvogels uit 1891 zijn belangrijke scharnierwerken in deze evolutie.

In de volgende jaren reisde hij veel, onder meer naar de Verenigde Staten en tweemaal naar Venetië, en tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in ballingschap in Londen waar hij een reeks zichten van de Theems maakte, bekend als de "weerspiegelingen op de Theems". Na de oorlog keerde hij terug naar Astene, waar hij na zijn dood begraven werd in zijn eigen tuin.

Een belangrijk persoon in het leven van Emile Claus was de schilderes Jenny Montigny. Na het zien van het schilderij De ijsvogels van Emile Claus besloot Jenny Montigny les te gaan volgen in zijn atelier te Astene bij Deinze. Als leerlinge reisde ze gedurende jaren over en weer van Gent naar Astene. Emile Claus was 26 jaar ouder dan zij; ze begonnen een verhouding die zou duren tot aan de dood van Emile Claus in 1924.

Musea[bewerken]

De werken van Emile Claus zijn verspreid over de hele wereld. Onder andere in Barcelona, Bayonne, Berlijn, Brugge, Brussel, Den Haag, Deurle, Firenze, Göteborg, Mons, Lille, Oostende, Osaka, Parijs, Reims, Rome, Venetië, Verviers en Warschau. De meeste werken van hem zijn te zien in het Museum voor Schone Kunsten in Gent en in het museum van Deinze en de Leiestreek.

Schilderijen[bewerken]

De bekendste werken van Emile Claus zijn:

De schilderijen De bietenoogst en De ijsvogels zijn in 2007 opgenomen in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap[1]

Literatuur[bewerken]

  • C. Lemonnier, Emile Claus, Brussel, 1908.
  • A. Santon, Emile Claus, Un prince du luminisme, Brussel, 1946.
  • F. Maret, Emile Claus, Antwerpen, 1949.
  • Paul Eeckhout, Emile Claus (tentoonstellingscatalogus), Gent, (Museum voor Schone Kunsten), 1974.
  • Lexicon van West-Vlaamse beeldende kunstenaars, 3, Kortrijk, 1994.
  • Le dictionnaire des peintres belges du XIVe siècle à nos jours, Brussel, 1994.
  • J. De Smet, Emile Claus, (tentoonstellingscatalogus), Oostende, (P.M.M.K.), 1997.
  • M. Tahon-Vanroose, De Vrienden van Scribe. De Europese smaak van een Gents mecenas (tentoonstellingscatalogus), Gent-Antwerpen, 1998.
  • Allgemeines Künstlerlexikon, 19, München-Leipzig, 1998.
  • J. De Smet, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie, Tielt, 2000.
  • J. De Smet, Emile Claus in: Nationaal Biografisch Woordenboek, 16, Brussel, 2002.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Besluit van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel van 26 april 2007. Belgisch Staatsblad van 8 juni 2007, blz. 31375.