Emmeloord (Schokland)
Emmeloord was het noordelijkste dorp op het voormalige Nederlandse eiland Schokland. Het huidige Emmeloord (de hoofdplaats van de Noordoostpolder) is er naar vernoemd.
De oorspronkelijke haven is te midden van het akkerland van de Noordoostpolder gereconstrueerd. Een soortgelijke situatie ziet men bij Kuinre.
[bewerken] Geschiedenis
Emmeloord viel onder het gewest Holland. Dit in tegenstelling tot Ens, de twee dorpen op het eiland aan de Zuidkant, die bij de provincie Overijssel hoorden. Tussen 1614 en 1660 was de heerlijkheid van Urk en Emmeloord in bezit van het geslacht Van de Werve. In 1660 kwam het eiland onder het bestuur van Amsterdam te liggen. Het ambachtsheerlijkheid van Urk en Emmeloord werd door verschillende amsterdamse regenten zoals Andries de Graeff, Nicolaas Witsen, Hendrik Daniëlsz Hooft en Jan Elias Huydecooper bestuurd.
Emmeloord was volgens de volkstelling van 1849 vrijwel geheel Rooms-katholiek, terwijl de kleinere kernen van Schokland protestantse meerderheden kenden.
Schokland was een eiland in de Zuiderzee. Het lag niet erg hoog en had daarom regelmatig te maken met overstromingen. Het eiland werd hierom in 1859 door Willem III ontruimd.
Slechts een paar inwoners bleven op het eiland wonen, om onder andere de vuurtoren te bedienen. Omdat de oude bewoners bij hun vertrek hun woningen moesten afbreken, werden er enkele nieuwe woningen gebouwd. De lichtwachterswoning werd gebouwd in 1882 als dienstwoning voor de eerste havenmeester. De laatste bewoner was Jan Spit die hier van 1923 tot 1940 woonde. Zijn taak was zowel het in bedrijf houden van de haven als het bedienen van de havenlichten en vuurtoren. Zijn vrouw Jeltje dreef een klein winkeltje met kruidenierswaren. Zijn woning is nog te zien in Emmeloord.
De tweede havenmeester was Harmen Smit. Zijn – inmiddels afgebroken – woning stond tussen de lichtwachterswoning en het misthoorngebouwtje. Deze geboren Schoklander dreef ook de visafslag en was kantoorhouder van de PTT.
In 1942 viel de Noordoostpolder droog en was het eiland omgeven door land.
[bewerken] Etymologie
De naam Emmeloord is al heel oud en heeft niets met een "oord" in de betekenis van "plaats" te maken, zoals 19e eeuwse Drentse koloniën als Frederiksoord en Wilhelminaoord. Mogelijk is -oord in deze naam verwant met woerd (weerd, waard, wert (Fries)), wat een opgeworpen verhoging ter bescherming tegen watervloeden is, en emmel met een woord waar ook de naam van de rivier de Eem uit voortkomt.
In vroege vermeldingen komen de spellingsvariaties Emelwaerde, Emelwar (nu de naam van een wooncomplex in Emmeloord) en Emelwerda (nu een protestants-christelijke middelbare school in Emmeloord) voor.