Enercon
| Enercon | ||
| Een windturbine van Enercon. | ||
| Oprichting | 1984 | |
| Oprichter | Aloys Wobben | |
| Hoofdkantoor | Duitsland | |
| Producten | windturbine | |
| Sector | windenergie | |
Enercon is een Duitse fabrikant van windturbines.
Enercon werd in 1984 opgericht door Aloys Wobben. De eerste Enercon windturbines hadden een vermogen van 55 kW. Tot herfst 2007 was hun grootste turbine de E-112, met een nominaal vermogen van 4,5 MW. Eind 2007 werden twee prototypes E-126 met een vermogen van 6 MW opgericht nabij de stad Emden. Binnenkort wordt in Nederland bij Medemblik de eerste E-126 gebouwd met een vermogen van 7,5MW.
Sinds 1993 produceert Enercon alleen nog turbines met een direct aangedreven generator, die een tandwielkast overbodig maakt. Om deze grote generator te herbergen hebben de gondels van Enercon windturbines hun karakteristieke eivorm, ontworpen door de gerenommeerde Britse architect sir Norman Foster. Een ander uiterlijk kenmerk zijn de groene banden aan de voet van de mast, in Duitsland althans, die dienen om de winturbines beter in het landschap te laten passen.
In 2003 had Enercon een conflict met General Electric Windenergy over octrooien met betrekking tot variabele snelheidstechnologie. Dat heeft er toe geleid dat Enercon geen windturbines naar de VS mag exporteren. Inmiddels is er een overeenkomst met GE gesloten, waardoor export vanaf 2010 weer mogelijk wordt. Enercon heeft productiecapaciteit in Brazilië, Duitsland, India, Turkije, Portugal en Zweden.
Enercon is mede-aandeelhouder, samen met Svevind, in het geplande reusachtige windmolenpark 'Markbygden' in Zweden. Met het definitief go-ahead van de Zweedse regering zoals bekrachtigd op 4 maart 2010[1], en dankzij het reeds eerder verkregen lokale fiat van de gemeente, worden daar in totaal 1.101 Enercon turbines gebouwd binnen een heuvelachtige en windrijke oppervlakte van 450km², nabij de havenstad Piteà. De gekozen types zullen E-82 en/of E-101 (mogelijk een 900-tal) en E-126 (mogelijk een 200-tal) zijn, blijkens de website van Svevind met info rond dit actueel grootste onshore initiatief van Europa. Twee deelgebieden eruit zijn als pilootprojecten reeds vergund, de in 2010 voltooide 24 MW Dragaliden site bestaande uit 12x E-82/2 MW turbines, en de eind 2010 vergunde 33 MW Stor-Blåliden site bestaande uit 6x E-101/3 MW en 2x E-126/7,5 MW turbines. Via deze twee pilootprojecten willen Svevind en Enercon o.m. logistieke kennis vergaren in functie van het grote totaalproject. Van dat totaalproject is de vergunning voor de eerste fase, 'Etapp 1', sinds augustus 2010 in aanvraag. Die fase omvat blijkens de website van Svevind een 300-tal turbines van 2 types: E101/3 MW en E126/7,5 MW, waarmee die eerste fase nominaal reeds ca. 1000 MW moet bereiken, met een jaarproductie rond 3 TWh.
In Duitsland is Enercon marktleider en heeft 42% van de markt in handen (2004). Wereldwijd heeft ze een marktaandeel van 15 % (2007).
Enercon is met de E-126 windturbine ontwerper van zowel de meest geavanceerde (ingebouwde gridstabilisatie technologie) als de meest krachtige windturbine ter wereld:
Op 25 november 2009 bezocht Europees commissaris voor Energie, Andris Piebalgs, het windturbinepark van Estinnes in België, waar 11 prototypes E-126 in opbouw zijn. Via ondersteuningsprogramma's voor innovaties geniet ook dit prototype-windpark namelijk enige Europese support, onder meer inzake effecten op het grid van 7MW windturbines. Tijdens dat plechtig inhuldigingsmoment (5 van de 11 turbines waren voltooid) sprak de Europese commissaris uit, dat de initiële E-126 rating van 6MW met de net voltooide 5e turbine een nominale rating van 7MW heeft bereikt, zoals was verhoopt. Op de site van de Leuvense ontwikkelaar WindVision van het Estinnes windpark, en op de site van Enercon zelf, wordt dit bevestigd. Bovendien wordt met deze E-126 turbines 2,3x méér MW/km² vermogen gehaald uit een windpark-oppervlakte dan via de klassieke 2 MW klasse state-of-the-art turbines, aldus de Europese commissaris. Hij stelt dat met deze technologie een veelbelovende opportuniteit beschikbaar komt in het bereiken van de Europese hernieuwbare doelstellingen via onshore windenergie, met de opmerking: aan een 'affordable cost' (sic). Allicht alludeert hij hiermee op de ruwweg dubbel zo dure investering voor offshore geïnstalleerd vermogen.
De E126 is dus vanaf 25 november 2009 voor minstens een deel van het windpark te Estinnes een 7MW turbine (in plaats van 6 MW). Inzake het uiteindelijk vermogen waarmee de E-126 turbine op de markt zal worden gebracht, licht Enercon uiteindelijk ook een tip van de sluier: in hun tijdschrift Windblatt 1/2010 kent de fabrikant de E-126 turbine een 7,5MW nominaal vermogen toe. Op 23 november 2010 is in Donnersberg Rheinland-Pfalz een turbine met een vermogen van 7,5 MW en een verwachte jaarlijkse stroomproductie van 18 miljoen kWh aangesloten op het Duitse stroomnet (bron Technisch Weekblad 4 dec 2010). Vanaf nu blijken alle E126 turbines, o.m. in Oostenrijk (Potzneusiedl), Duitsland (Laustitzring Schipkau), Nederland (Noordoostpolder), Zweden (Markbygden) allen de nieuwe rating van 7,5 MW als standaard te hebben, exact zijnde 7,58 MW volgens de technische fiche.
Is dit de definitieve rating van deze op 1 januari 2010 krachtigste windturbine ter wereld? Eize de Vries, Wind Technology Correspondent voor RenewableEnergyWorld.com, spreekt in het nummer van september 2009 de geruchten uit dat Enercon werkt aan een 8MW versie optimalisatie. Dit verbaast alvast niet. Immers, geruchten gingen reeds van bij de bouw van de eerste twee prototypes in Emden, in oktober 2007, over de potentie voor ruim meer nominaal vermogen dan de voorzichtige start-rating van 6 MW. Voor dit technologisch neusje van de zalm zou normaliter tot zelfs 10 MW haalbaar kunnen zijn alvorens hitte-ontwikkeling echt limieten gaat stellen, aldus uitspraken voor de pers van windturbine-technici (persbericht "Sud-presse" van 25 november 2009 n.a.v. de inauguratie in Estinnes met de Europese commissaris). De 7,5 MW E126 turbine die in 2010 is voltooid te Maagdenburg op de productiesite van Enercon zelf, is overigens volgens Enercon dààr gebouwd, om verdergaande optimalisaties in situ te kunnen uittesten.
Rest de vraag naar landschappelijke inpasbaarheid van deze krachtigste turbine ter wereld:
De erg trage rotatie van 5 sec. bij maximum nominaal vermogen, en de fors ruimere tussenafstanden, rond 600m, lokken uit dat een windpark van deze turbines ruimtelijk een uitgesproken open en rustig beeld oplevert, wat wellicht compenseert voor de 30% grotere hoogte dan die van de actuele 2 MW turbines. Uiteraard respecteert de E-126 met zijn 198,5m wingtiphoogte de 200m-limiet welke binnen Europa als vergunbare onshore-bovengrens werd gesteld. Het Europese onderzoek heeft volgens RenewableEnergyWorld.com, november 2009 nummer, de uitspraak opgeleverd dat windparken met deze elegante turbines zich zeer goed landschappelijk laten inpassen.
Oprichter van Enercon, Aloys Wobben, schreef in 2009 in zijn bedrijfstijdschrift 'Windblatt', dat hij de offshore kaart voor anderen laat, en met Enercon wil blijven optimaliseren binnen het onshore windturbinesegment. Met dit bericht zet hij allicht de puntjes op de i omtrent de plaats van Enercon binnen het marktgebeuren met steeds stijgende vermogens en met toenemende offshore initiatieven, men denke onder meer aan de in 2009 gebouwde eerste 3 REpower 6,15 MW prototypes (de 6M) bedoeld voor offshore toepassing, of aan de 10 MW Clipper 'Britannia', waarvan de eerste prototypes in de Engelse kustwateren moeten draaien rond 2012, met beoogde bouw van enorme Britse offshore windparken daarmee vanaf 2015.
Enercon optimaliseert haar turbines mede in functie van onshore capaciteit voor streken met matig windaanbod.
Naast windenergie, biedt Enercon onder meer ook state-of-the-art geïntegreerde systemen aan voor ontzilting van zeewater: in afgelegen regio's kan de combinatie van windenergie met zulke hoogrendementsontzilting de beschikbaarheid garanderen van drinkbaar water.
Ook inzake hydro-energiewinning heeft Enercon een marktaandeel.
De meest recente nieuwe marktbenadering van Enercon betreft scheepvaart. Hun "E-1" schip, in 2009 voltooid, is toonaangevend inzake vernieuwing op vlak van scheepvaart in termen van CO2-neutraliteit.