English Electric

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
English Electric
Oprichting 1918
Opheffing 1968
Hoofdkantoor Strand (Londen)
Werknemers 84.200 (1961)
Sector Elektrische componenten
Spoorwegmaterieel
Vliegtuigbouw
Defensie
Portaal  Portaalicoon   Economie
EE-tramstel.
EE-locomotief.
EE Lightning, 1964.
EE Canberra.

English Electric (EE) was een Brits industriebedrijf dat van 1918 tot 1968 bestond. EE begon met het produceren van elektromotoren en transformatoren maar ging later ook spoorweglocomotieven, tractie-uitrusting, stoomturbines, consumentenelektronica, geleide raketten, vliegtuigen en computers bouwen.

Het bedrijf groeide uit tot één van Groot-Brittanniës grootste elektrische machinebouwers. In 1961 was EE een gigant met 22 divisies en 84.200 werknemers. In 1968 werd English Electric overgenomen door de Britse General Electric Company.

Geschiedenis[bewerken]

In 1899 werd Messrs. Willans & Robinson's Victoria Works opgericht dat voornamelijk stoommachines maakte om elektrische generatoren aan te drijven. Zij werden in 1916 overgenomen door Dick, Kerr & Company dat locomotieven en trams bouwde[1]. Een jaar later nam die laatste ook de United Electric Car Company over, die eveneens trams bouwde[2].

De English Electric Company, Limited werd in 1918 opgericht. In de volgende maanden nam het Dick, Kerr & Company over, alsook motoren- en vliegbotenbouwer Phoenix Dynamo Manufacturing Company. In 1919 werd ook Siemens Brothers Dynamo Works overgenomen dat elektrische motoren, generatoren, machines, sporen etc. produceerde[3]. Coventry Ordnance Works werd ook deel van English Electric maar sloot in 1925[4].

De vliegtuigafdeling werd in 1926 gesloten toen de English Electric Kingston-vliegboot werd stopgezet. Eind jaren 1920 zat EE in slechte financiële papieren en werd het met Amerikaanse investeringen gereorganiseerd. In de jaren 1930 leverde EE het materieel voor de elektrificatie van de spoorlijnen van Southern Railway waardoor het een sterke positie kreeg in tractiesystemen.

Met de Tweede Wereldoorlog in het verschiet kreeg English Electric de opdracht een fabriek te bouwen en er Handley Page Hampden-bommenwerpers te produceren. De eerste daarvan vloog op 22 februari 1940 en tegen 1942 had EE zo'n 770 toestellen afgeleverd, of meer de helft van het totaal. Vervolgens werden de fabrieken omgebouwd om zware Handley Page Halifax-bommenwerpers — tegen 1945 meer dan 2000 stuks — te produceren. Tegen het einde van de oorlog heeft EE ook nog ruim 1300 de Havilland Vampire-gevechtsvliegtuigen gebouwd.

In 1942 nam EE ook vliegtuigmotorenbouwer Napier & Son over waardoor het opnieuw in de vliegtuigindustrie stapte. Na de oorlog investeerde het bedrijf fors in haar vliegtuigafdeling wat leidde tot twee vermaarde vliegtuigen: de English Electric Lightning-onderscheppingsjager en de English Electric Canberra-bommenwerper. Een aantal van deze toestellen doen nog steeds dienst bij verschillende luchtmachten en hebben tot in de 21ste eeuw bij de Britse luchtmacht gevlogen.

In 1946 nam EE de Marconi Company over en stapte zo in de markt van de consumentenelektronica. In 1953 begon het bedrijf televisietoestellen te maken. In 1955 werden Vulcan Foundry en Robert Stephenson and Hawthorns overgenomen, die locomotieven bouwde. EE werd dat jaar ook betrokken bij het Britse kernwapenprogramma.

In 1958 werd de vliegtuigdivisie een aparte dochteronderneming als English Electric Aviation Ltd., die in 1960 mee aan de wieg van de British Aircraft Corporation stond. In dat laatste jaar probeerde EE ook concurrent General Electric Company over te nemen maar dat mislukte. GEC zou acht jaar later English Electric overnemen. Nog in 1958 werd de joint venture Associated Transistors opgezet met Automatic Telephone and Electric Company en Ericsson Telephones voor de productie van transistors op grotere schaal.

In 1961 nam EE de W. H. Dorman and Company over, dat trein- en scheepsmotoren bouwde. Een jaar later werden alle spoorwegactiviteiten ondergebracht in de divisie English Electric Traction. Nog een jaar later werden alle dieselmotoractiviteiten samengebracht in English Electric Diesel Engines. De divisie geleide raketten werd in dat laatste jaar ook toegevoegd aan BAC.

In 1968 deed concurrent Plessey Company een bod op English Electric, maar het bedrijf werd binnengehaald door de General Electric Company. Dat gebeurde in een periode dat de zware elektrische industrie in het Verenigd Koninkrijk gerationaliseerd werd. Samen hadden EE en GAC zowat de helft van de markt in turbogeneratoren in handen[5].

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties