Epenthesis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Epenthesis (grieks επένθεσις, inlassing), ook geschreven als Epenthese, is een vooral in de gesproken taal en citaten veel gebruikte inlassing van een of meer extra klanken binnenin een woord of samenstelling. Dit wordt meestal alleen gedaan om de uitspraak te vergemakkelijken, maar soms ook als stijlfiguur om bij de toehoorder een bepaald effect te bereiken.

Het toegevoegde klanksegment is bij voorkeur een klinker. Afhankelijk van de precieze fonologische context kan het soms ook een medeklinker zijn.

Een voorbeeld uit de spreektaal is de uitspraak van het woord herfst als herrefst. In het Duits wordt een e toegevoegd bij bijvoorbeeld ihr meldet. In het Nederlands is er bij de vervoeging van de werkwoorden geen sprake van epenthesis. Bij spraakongemakkelijkheden wordt de -t in de regel stam + t niet extra uitgesproken (i.t.t. Duits), bijvoorbeeld hij wordt of hij meldt [uitgesproken als wort en melt]; vgl. Duits: er meldet. In een aantal varianten van het Twents wordt er in een aantal gevallen van werkwoordsvervoeging epenthesis toegepast: hee waarket, et lukket en vie wochet.

In de dichtkunst is epenthesis de toevoeging van een zwak of niet beklemtoonde lettergreep, meestal ter wille van het metrum. Zo schrijft de dichter bijvoorbeeld "erbarremen" in plaats van "erbarmen" om het metrum niet te verstoren.[1] Het tegengestelde is dan syncope, weglating van een klinker of medeklinker midden in een woord, bv. "macht'ge" i.p.v. "machtige".

Verwante begrippen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ontleend aan Joost van den Vondels eerste twee versregels uit Gijsbrecht van Aemstel Het Hemelsche gerecht heeft zich ten lange lesten / Erbarremt over my, en mijn benaeuwde vesten.