Epistulae (Plinius)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Epistulae (Latijn voor brieven) vormen het bekendste werk van de Romeinse schrijver Plinius de Jongere.

Het betreft een verzameling brieven die Plinius aan zijn vrienden, familieleden en sociale relaties schreef. Deze brieven zijn in negen boeken gebundeld, hoofdzakelijk geschreven tussen de jaren 96 en 109. Een tiende boek bevat de correspondentie met Trajanus, die het bestuur van de provincie Bithynia-Pontus, waar Plinius vanaf 110 gouverneur was, tot onderwerp heeft. Ook Trajanus' antwoorden zijn overgeleverd. Deze brieven aan en van Trajanus dateren uit 110 tot 112, de laatste jaren van Plinius' leven.

De bekendste twee brieven uit de Epistulae staan in boek VI. Deze brieven zijn gericht aan zijn vriend Tacitus en hierin geeft Plinius een ooggetuigenverslag van de uitbarsting van de Vesuvius in 79, waarbij de stad Pompeii werd verwoest. Hierbij kwam zijn oom Plinius de Oudere om het leven.[1] Twee andere historisch belangrijke brieven staan in boek X. Dit is de oudste vermelding van het bestaan van Christenen en Plinius geeft een beeld van de wijze waarop de Christenen in zijn tijd werden behandeld.[2]

Stilistisch gezien zijn de eerste negen boeken verzorgder. Dit komt waarschijnlijk omdat Plinius deze zelf gereed heeft gemaakt voor publicatie, terwijl de brieven aan Trajanus waarschijnlijk gepubliceerd zijn zoals ze ambtshalve verstuurd zijn.

Antieke bronnen[bewerken]

  1. Plinius de Jongere, Epistulae 6.16
  2. Plinius de Jongere, Epistulae 10.96/97