Epoxy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige strip, zie Epoxy (strip).
Chemische structuur van epoxy

Epoxy (ook wel polyepoxide) is een epoxide-polymeer opgebouwd uit 2 koolstofatomen (C) en 1 zuurstofatoom (O) in een ringvormige structuur.

Eigenschappen[bewerken]

Epoxy is een thermohardende kunststof, die kan worden gebruikt om composieten mee te vervaardigen. In combinatie met glasvezel of kleding worden ze toegepast als stevige, lichtgewicht materialen. Tijdens productie is het materiaal dun-vloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn epoxylijm/Epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen.

Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer groter is dan die van beton. Door zijn vloeistofdichtheid kan het worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Zowel in de industrie als in de esthetische markt vindt dit materiaal zijn weg. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.

Lijm/hars[bewerken]

Epoxyhars of Epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy.

Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentenlijm en wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk als in de vliegtuigmodelbouw. Hij kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ( “vloeibaar staal” of “vloeibaar hout”).

De lijm is in 1939 ontwikkeld door IG Farben in Duitsland.

Een van de oudste bekende epoxyharsen (Zwitserse octrooiaanvraag uit 1943[1]) is het reactieproduct van bisfenol A met epichloorhydrine.Blauwe epoxyhars wordt gebruikt in de petrologie om slijpplaatjes mee te impregneren. Op die manier kan de porositeit van gesteente worden bepaald; wat blauw oplicht in een slijpplaatje is poriënruimte. De polymerisatiegraad, n, ligt tussen 0 en 25. Door uitharding ("curing") verkrijgt men hieruit een thermohardend polymeer. Deze uitharding of vernetting gebeurt door het polymeer te mengen met een vernetter ("curing agent") en het mengsel gedurende enige tijd (minuten tot uren) te verwarmen rond de 100°C. De juiste temperatuur en duur hangt af van de gebruikte vernetter (amines, zuuranhydriden, fenolen zijn hiervoor o.a. gebruikt). Enkele vernetters zijn tri-ethyleentetramine, benzeen-1,3-dimethanamine en isophorondiamine. Ze worden opgelost in benzylalcohol.

Vloer[bewerken]

Epoxyvloeren zijn populair geworden voor industriële toepassingen door de slijtvastheid en vloeistofdichtheid. Tegenwoordig worden epoxyvloeren voor vele toepassingen gebruikt zoals bij kantoren en woningen voor een modern of industrieel uiterlijk. Epoxyvloeren zijn te krijgen in alle kleuren. Een nadeel zijn de gezondheidrisico's voor de verwerkers en gebruikers van het gebouw. Tijdens het aanbrengen en uitharden moet voldoende geventileerd worden en Arbo regels nageleefd worden, de ruimten waar de lucht van de epoxyvloer zich verspreid kan op dat moment niet gebruikt worden.

Risico's[bewerken]

Het gebruik van Epoxy is niet zonder gezondheidsrisico. Zeker één op de vijf verwerkers ontwikkelt een allergie als de epoxy nog niet volledig is uitgehard. Bekende allergische reacties zijn eczeem, roodheid en zwellingen. Daarnaast zijn de verharders bijtend en kunnen brandwonden veroorzaken. De dampen die vrijkomen tijdens de verwerking kunnen schadelijk zijn voor de luchtwegen en ogen. Hierdoor kunnen een luchtwegallergie, ademhalingsproblemen of astma ontstaan. De oplosmiddelen kunnen blijvende schade toebrengen aan het zenuwstelsel, lever, nieren en hersenen.

Bronnen, noten en/of referenties
  • A. Rudin, The elements of Polymer Science and Engineering, Academic Press, ISBN 0-12-601685-2
  1. Cf. U.S. Patent 2444333, "Process for the manufacture of thermosetting synthetic resins by the polymerization of alkylene oxide derivatives" van 29 juni 1948 aan Pierre Castan voor De Trey Frères, Zurich.