Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon
De gouden erepenning, uitvoering van 1912.
De gouden erepenning, uitvoering van 1912.
Uitgereikt door Koninkrijk der Nederlanden
Type koninklijke onderscheiding, goud, zilver en brons
Bestemd voor Hulp aan de medemens.
Statistieken
Instelling 17 Juni 1826
Volgorde
Volgende (hoger) Verzetskruis (Goud)
Vliegerkruis (Zilver en Brons)
Volgende (lager) Orde van de Nederlandse Leeuw (Goud)
Medaille van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (Zilver en Brons)
Portaal  Portaalicoon   Ridderorden
De baton van de Gouden Erepenning met het daarbij behorende gouden kroontje

De Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon, werd op 18 juni 1822 in Nederland bij Koninklijk Besluit ingesteld om "een menslievende daad, die kenmerken van moed, beleid en zelfopoffering" draagt te belonen. Deze onderscheiding was ooit een legpenning maar kreeg in 1912 een draaglint.

De Erepenning draagt de woorden voor menschlievend hulpbetoon en wordt in goud, zilver en brons verleend.

Geschiedenis van de Erepenning[bewerken]

Luitenant Alexander de Langle redde in 1821 een sergeant uit een diepe put.De koning verkoos hem geen Militaire Willems-Orde te verlenen maar een medaille of erepenning in te stellen.

De eerste erepenning was rond en toonde het portret van Koning Willem I. Op de keerzijde is een lauwerkrans afgebeeld en ruimte voor een inscriptie gelaten. De penning was niet bedoeld om gedragen te worden. De grootte van de medaille was aan de waarde van het edelmetaal gerelateerd en de zilveren en gouden medailles hadden een diameter van 50, 41 of 35 millimeter.

In 1825 besloot Koning Willem I dat hij "edelmoedige en menslievendse daden" in het vervolg zou laten belonen door de, in deze tijd sterk in opkomst zijnde, "Maatschappijen tot Nut van het Algemeen" en zelf alleen buitenlanders en militairen voor dergelijke verdienste zou belonen.

In 1837 werd door Koning Willem II bij Koninklijk Besluit de "grootte Gouden Erepenning" ingesteld en deze had een doorsnee van 50 millimeter terwijl de waarde aanzienlijk boven die van de zilveren penning lag. De Koning liet zijn beeldenaar op de penningen aanbrengen en stelde kort na zijn aantreden vast dat de zilveren en bronzen penningen in het vervolg een diameter van 5 centimeter zouden hebben.

Koning Willem III liet in 1849 zijn beeltenis op penningen plaatsen. In 1875 liet de, inmiddels kaal geworden, koning een aangepast portret op de penningen aanbrengen.

Koningin Emma liet een portret van haar minderjarige dochter Koningin Wilhelmina "met hangend haar" op de penningen aanbrengen. De penningen werden in de jaren na 1890 alleen in brons en zilver verleend. In 1897 werd er een nieuw model erepenning ingesteld. De penning kreeg een draaglint en het model was van de Franse Sint Helena of "chocolademedaille" afgekeken.

In 1912 kreeg de penning de huidige vorm. Een langwerpige medaille met een gestileerde koningskroon waarop een moeder met drie kinderen is afgebeeld. Het motief is ontleend aan het stadhuis in Bolsward. De keerzijde draagt de woorden "De koningin aan" en laat ruimte voor een inscriptie. Een in Engeland vervaardigde kleine uitvoering van deze penning werd door de regering in ballingschap in Londen verleend. Meestal ging het om Britse zeelieden die Nederlandse schipbreukelingen hebben gered.

In een Ministeriële Beschikking van 15 april 1952 werd vastgesteld dat de gouden erepenning voor de Nederlandse civiele Orden en na het verzetskruis zal worden gedragen. Daarmee wordt onderschreven dat de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in Goud een van Nederlands hoogste onderscheidingen is.

De zilveren en bronzen penningen volgen in rang op het Vliegerkruis.

In de 19e eeuw hebben de bezitters van deze draagpenning herhaaldelijk aangedrongen op een lint zodat zij hun onderscheiding konden dragen. De regering ging op hun wens niet in en een aantal mensen heeft daarop op eigen initiatief een draaglint in de kleuren van de Nederlandse vlag laten vervaardigen.[1]

In 1946 werd bij K.B. vastgesteld dat de gouden en zilveren erepenningen op het baton door gouden en zilveren kronen zouden worden aangeduid. De bronzen erepenning wordt aangeduid op de baton zonder kroontje.

Unieke uitreiking aan Marinepersoneel[bewerken]

Minister van Defensie Eimert van Middelkoop heeft donderdag 29 mei 2008 vijf Erepenningen in brons uitgereikt aan een helikopterbemanning van de Koninklijke Marine voor een gewaagde reddingsoperatie boven de Noordzee in 2003. Het gaat om vijf bemanningsleden van het Search and Rescue squadron 7 van de Koninklijke Marine omdat ze het leven hebben gered van de kapitein en de eerste stuurman van een Iraans containerschip. De ceremoniële uitreiking vond plaats op Marinevliegkamp De Kooy, ten zuiden van Den Helder.[2] Squadron 7 van de Koninklijke Marine, gestationeerd op het Marinevliegkamp De Kooy, is sinds de jaren zeventig rond de klok belast met opsporings- en reddingsvluchten boven de Noordzee en heeft in die periode al meer dan 1250 drenkelingen en mensen in nood het leven gered.

Voor de Tweede Wereldoorlog waren uitreikingen aan Marinepersoneel gebruikelijk. Na de oorlog werden ze minder frequent. De voorlaatste uitreiking van de Erepenning (brons) aan militairen vond plaats in 1982 aan een Luchtmachtmilitair.

In 2005 werden twee zilveren erepenningen uitgereikt aan redders van de KNRM.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. (nl) Website Onderscheidingen.nl
  2. Bijzondere dapperheidsonderscheidingen voor reddingsoperatie