Erf (gebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Het erf is het gebied direct om een huis of in het bijzonder een boerderij. Ook de opstal zelf hoort bij het erf. Het woord verwijst naar erfgoed; dat wat men kan erven.

Het Nederlandse Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens gebruikt de term erf voor een gebied waar voetgangers, fietsers en automobilisten gelijkelijk gebruik van kunnen maken. Weggebruikers moeten hier de snelheid aanpassen aan die van voetgangers. Tot 1988 heette dit officieel een woonerf, en die term wordt nog steeds veel gebruikt.

Suriname[bewerken]

In Suriname is een erf de plaats achter de aan de straat gelegen huizen, waar minder gefortuneerde mensen hun eenvoudige huisjes hebben. Deze erven worden geassocieerd met armoede en soms schrijnende hygiënische toestanden. Deze situatie gaat terug op de slaventijd, toen aan de straatkant de grote heren (koloniale bestuurders, planters, directeuren, handelslui) woonden in hun huizen die veelal van hout waren opgetrokken met een stenen stoep, terwijl de slaven (huisbedienden, werkers in de bedrijven, roeinegers enz.) op de achtererven in eenvoudige onderkomens werden gehuisvest. Deze huizen hadden vaak slechts één gezamenlijke waterpomp. In het Sranan heten deze erven dyari, bakadyari of prasi. Naast het hoofdhuis was een toegangspoort tot die erven, die in het Sranan nengredoro heette. Vooral de Surinaamse schrijver Edgar Cairo heeft de (wan)toestanden op de erven vroeger en nu beschreven, bijvoorbeeld in zijn roman Dyari/Erven (1979).

Jordaan[bewerken]

Op veel plaatsen in de Amsterdamse Jordaan lagen tussen de huizen zogenaamde ‘gangen’. Deze uiterst smalle stegen gaven toegang tot de achter de huizenrij gelegen (vaak illegaal) bebouwde achtererven, waar de minstbedeelden in bouwvallige onderkomens woonden.

Zie ook[bewerken]