Erlkönig

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding door Moritz von Schwind , 1917
Erlkönig
Het gedicht van Johann Wolfgang von Goethe (in 20-eeuwse spelling)
Muziek van Franz Schubert
Erlkönig in Jena

Erlkönig (Elzenkoning of Elfenkoning) is een ballade, in 1782 geschreven door de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe.

Het Duitse woord Erle betekent elzenboom. Dit is ontstaan door een foutieve vertaling vanuit de Deense tekst van Johann Gottfried Herder: de oorspronkelijke tekst ging over een elfenkoning.[1]

Goethe erlkonig.jpg

De ballade vertelt het trieste verhaal van een vader die 's nachts te paard naar huis rijdt met in zijn armen zijn zoon. De jongen (die vermoedelijk doodziek is) ziet in zijn koortsdromen de elfenkoning, een symbool van de dood, die hem probeert mee te lokken naar de ’andere zijde’. Het angstige kind roept naar zijn vader om hulp. De elfenkoning probeert het opnieuw, uiteindelijk dreigt hij het kind met geweld mee te nemen. Als de vader en het kind op hun bestemming komen, blijkt de jongen gestorven te zijn. Hij is voor de elfenkoning bezweken.

Het gedicht van Goethe werd in 1815 door Franz Schubert op muziek gezet (D. 328) en werd een van diens bekendste liederen. In 1797 was Beethoven hem al voorgegaan, maar zijn versie bleef onvoltooid. Franz Liszt maakte op zijn beurt drie pianotranscripties van Schuberts zetting (als S557a, S558 nr.4 en S558bis nr.4). Andere componisten die de tekst toonzetten waren Johann Friedrich Reichardt, Louis Spohr, Carl Loewe en Carl Friedrich Zelter. Hans Werner Henze orkestreerde de ballade als onderdeel van zijn op Goethe gebaseerde ballet ‘le fils de l’air’.

Schuberts versie van Erlkönig wordt ook wel instrumentaal uitgevoerd (bijvoorbeeld als transcriptie voor piano of viool solo).

Erzähler:

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind; Het is de vader met zijn kind
Er hat den Knaben wohl in dem Arm, Hij heeft zijn knaapje goed in zijn arm
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm. Hij houdt hem vast, hij houdt hem warm

Vater:

"Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?" Mijn zoon, waarom verberg je zo bang je gezicht?

Kind:

"Siehst Vater, du den Erlkönig nicht? Zie, Vader, jij de Elfenkoning niet?
Den Erlenkönig mit Kron' und Schweif?" De Elfenkoning met kroon en prachtigheden?

Vater:

"Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif." Mijn zoon, het is een nevelsliert

Erlkönig:

"Du liebes Kind, komm, geh mit mir! Jij lief kind, kom mee met mij
Gar schöne Spiele spiel' ich mit dir; Heel leuke spelletjes speel ik met jou
Manch' bunte Blumen sind an dem Strand, Veel mooie bloemen zijn bij het strand
"Meine Mutter hat manch' gülden Gewand." Mijn moeder heeft veel gouden gewaden

Kind:

"Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht, Mijn vader, mijn vader, hoor je niet
Was Erlenkönig mir leise verspricht?" Wat de Elfenkoning me zachtjes belooft?

Vater:

"Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind; Wees rustig, blijf rustig mijn kind
In dürren Blättern säuselt der Wind." In dorre blaadjes fluistert de wind

Erlkönig:

"Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn? Wil, fijn knaapje, je met me gaan?
Meine Töchter sollen dich warten schon; Mijn dochters zullen al op je wachten
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn, Mijn dochters leiden de nachtelijke dans
Und wiegen und tanzen und singen dich ein." En wiegen en dansen en zingen je in

Kind:

"Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort Mijn vader, mijn vader, en zie je niet daar
Erlkönigs Töchter am düstern Ort?" Elfenkonings dochters in de duistere plaats?

Vater:

"Mein Sohn, mein Sohn, ich seh's genau: Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het goed:
Es scheinen die alten Weiden so grau." Het schijnen de oude wilgen zo grijs.

Erlkönig:

"Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt: Ik hou van je, mij bekoort je mooie gestalte
Und bist du nicht willig, so brauch' ich Gewalt." En ga je niet uit jezelf dan heb ik geweld nodig

Kind:

"Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an! Mijn vader, mijn vader, nu valt hij me aan!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!" Elfenkoning heeft me pijn gedaan!

Erzähler:

Dem Vater grauset's, er reitet geschwind, De vader lopen de rillingen over de rug, hij rijdt in hoog tempo
Er hält in den Armen das ächzende Kind, Hij houdt in zijn armen het kreunende kind,
Erreicht den Hof mit Müh' und Not; Bereikt de boerderij met moeheid en nood
In seinen Armen das Kind war tot. In zijn armen het kind was dood.

[bewerken] Trivia

In 2004 maakte Rammstein een moderne versie van dit gedicht genaamd "Dalai Lama". De muzikant/cabaratier André Manuel bracht in 2011 de CD 'Dollekamp' uit, waarop het gedicht - hertaald in het Twents - in diverse nummers een hoofdrol speelt.

[bewerken] Externe link

Bronnen, noten en/of referenties