Ernst Casimir van Nassau-Dietz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ernst Casimir
1573 – 1632
Ernst Casimir van Nassau-Dietz (Wybrand de Geest, 1635).jpg
Graaf van Nassau-Dietz
Periode 1606 – 1632
Voorganger Jan de Oude
Opvolger Hendrik Casimir I
Stadhouder van Friesland
Periode 1620 – 1632
Voorganger Willem Lodewijk
Opvolger Hendrik Casimir I
Stadhouder van Groningen en Drenthe
Periode 1625 – 1632
Voorganger Maurits van Oranje
Opvolger Hendrik Casimir I
Vader Jan van Nassau
Moeder Elisabeth van Leuchtenberg
Dynastie Huis van Nassau-Dietz
Stamboom.png Stamboom

Ernst Casimir (Dillenburg, 22 december 1573Roermond, 2 juni 1632), graaf van Nassau-Dietz (1606 - 1632), stadhouder van Friesland (1620 - 1632) en stadhouder van Stad en Lande en Landschap Drenthe (1625 - 1632), was een zoon van Jan VI van Nassau-Dillenburg en Elisabeth van Leuchtenberg. Toen na het overlijden van zijn vader diens graafschap Nassau werd verdeeld onder zijn vijf in leven zijnde zoons, volgde Ernst Casimir hem op als graaf van Nassau-Dietz.

Ernst Casimir was vooral bekend als een uitstekend militair leider tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zo diende hij onder Maurits graaf van Nassau, die in 1618 prins van Oranje werd, onder andere bij het Beleg van Lochem (1606), Steenwijk en bij het Beleg van Oldenzaal (1626), en onder prins Frederik Hendrik van Oranje bij het Beleg van Grol (1627), het Beleg van 's-Hertogenbosch (1629) en bij het Beleg van Roermond (1632). Als stadhouder in Stad en Lande stichtte hij in 1628 de vesting Nieuweschans. Door de bevolking van Friesland werd hij hoog gewaardeerd, ondanks dat hij weinig in Friesland aanwezig was.

Na de dood van zijn oudere broer Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg in 1620, trachtten prins Maurits van Oranje en zijn halfbroer Frederik Hendrik graaf van Nassau diens stadhouderschap van Friesland over te nemen. Willem-Lodewijk had aan het eind van zijn leven echter Ernst Casimir aangewezen en de Staten van Friesland kozen zijn zijde. Op 3 augustus 1620 werd Ernst Casimir beëdigd als gouverneur (stadhouder) van Friesland.[1]

Ernst Casimir overleed in juni 1632, 58 jaar oud, toen hij bij de inspectie van de loopgraven bij een beleg van Roermond door een musketschot in zijn hoofd werd getroffen. Hij werd als graaf van Nassau-Dietz opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir, die door de Staten van Friesland, Stad en Lande en Landschap Drenthe ook tot stadhouder werd benoemd.

De musketkogel die hem geraakt zou hebben, wordt permanent tentoongesteld in de stadsbibliotheek van Roermond. Ook de hoed die hij toen op had, wordt bewaard. Aan de Kapellerlaan in die plaats staat een kapelletje op de plek waar hij gedood zou zijn.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Ernst Casimir huwde in 1607 met Sophia Hedwig, hertogin van Brunswijk-Wolfenbüttel, dochter van Hendrik Julius, regerend hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel-Calenberg en Grubenhagen.

Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren:

Naam Geboorte Overlijden Opmerkingen
dochter 1608 1608 Doodgeboren dochter
zoon 1609 1609 Doodgeboren zoon
zoon 1610 1610 Naamloze zoon
Hendrik Casimir 1612 1640 De latere Graaf Hendrik Casimir I van Nassau-Dietz
Willem Frederik 1613 1664 Graaf en later vorst van Nassau-Dietz.
Elisabeth 25 juli 1614 18 september 1614 Stierf jong.
Johan Ernst 29 maart 1617 mei 1617 Stierf jong.
Maurits 21 februari 1619 18 september 1628 Stierf jong.
Elisabeth Friso 25 november 1620 20 september 1628 Stierf jong.

Ernst Casimir werd bijgezet in de Grafkelder van de Friesche Nassau's in Leeuwarden.

Literatuurlijst[bewerken]

  • Spanninga, Hotso; (2012) Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640, Verloren, Hilversum, 464 p.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Spanninga, Hotso; (2012) Gulden Vrijheid?: Politieke cultuur en staatsvorming in Friesland, 1600-1640, Verloren, Hilversum, p. 388-389