Ernst Heinrich Kossmann

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ernst Heinrich Kossmann (Leiden, 31 januari 1922 - Groningen, 8 november 2003) was een Nederlands hoogleraar Geschiedenis na de Middeleeuwen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Kossmann was de zoon van de geleerde bibliothecaris van de Gemeentebibliotheek te Rotterdam, F.K.H. Kossmann. Hij doorliep het Erasmiaans Gymnasium. Toen hij eindexamen had gedaan, was inmiddels de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Aangezien de universiteiten alras sloten, besloot Kossmann een acte te halen om Nederlands te kunnen doceren. Deze opleiding zou hij niet afmaken. Door de Duitse bezetter werd hij, als zoon van een welgestelde Nederlander, eerst opgepakt en naar het kamp Vught gebracht. Later werd hij tewerkgesteld in Duitsland.

Na de oorlog studeerde hij geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Daar promoveerde hij in 1953 op La Fronde, een Franse opstand uit de zeventiende eeuw, die zich met name richtte tegen Mazarin. Vervolgens was hij enkele jaren hoogleraar Nederlandse Geschiedenis in Londen, alvorens de leerstoel in Groningen te aanvaarden (1965).

Naast zijn hoogleraarschap en zijn vele publicaties (met name over politieke theorie) is het grote werk De Lage Landen (over de geschiedenis van Nederland en België in onderling verband) het hoogtepunt uit zijn oeuvre; Kossmann schreef dat in het Engels en vertaalde het daarna in het Nederlands.

Anders dan veel politieke theoretici had Kossmann geen directe filosofische achtergrond. Daardoor vond hij het erg belangrijk om weg te blijven van speculatie en al te abstracte theorie. Zijn voornaamste studiemateriaal, de Republiek der Nederlanden, bood hier ook een goede gelegenheid voor. Doordat de Republiek zo'n uniek staatsstelsel kende, dat met geen enkele andere staat in die tijd viel te vergelijken, was het alleen mogelijk de staat van een adequate theoretische rechtvaardiging te voorzien als men de relevante politieke feiten onbevooroordeeld onder ogen zag. In andere Europese landen was het conflict tussen politieke realiteit en politieke theorie nooit zo groot als in de Republiek en miste zij dan ook de urgentie die zij in de Republiek wel had.

In 1980 hield Ernst Kossmann in Leiden de Huizingalezing onder de titel: 'Over conservatisme'. In 1981 ontving hij de Joost van den Vondelprijs, een cultuurprijs van de Alfred Toepfer Stiftung, en in 1982 een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven. In 1989 ontving Kossmann voor zijn gehele wetenschappelijke oeuvre de Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij was een van de leden van de onderzoekscommissie verantwoordelijk gesteld voor het veertiende en laatste deel van Loe de Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.[1]

E.H. Kossmann was de tweelingbroer van de schrijver Alfred Kossmann.

Referenties[bewerken]

  1. Kristel, Connie. "Over het Nut en Nadeel van Geschiedsschrijving voor het Rijk", NRC Handelsblad, 6 July 1991. Geraadpleegd op 12 December 2011.

Externe links[bewerken]