Ernst Kaltenbrunner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ernst Kaltenbrunner
Ernst Kaltenbrunner tijdens het proces in Neurenberg(foto: Truman Library)
Ernst Kaltenbrunner tijdens het proces in Neurenberg
(foto: Truman Library)
Geboren 4 oktober 1903
Ried im Innkreis, Oostenrijk
Overleden 16 oktober 1946 (43 jaar)
Neurenberg, Duitsland
Land/partij Vlag van Duitsland Duitse Rijk
Onderdeel Schutzstaffel
Dienstjaren 1931 - 1942
Rang Ss-obergruppenfuhrer.jpg SS-Obergruppenführer und General der Polizei und Waffen-SS
Leiding over Reichssicherheitshauptamt
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Ernst Kaltenbrunner (l) en Heinrich Himmler (m) bij een bezoek aan Mauthausen.

Dr. Ernst Kaltenbrunner (Ried im Innkreis, 4 oktober 1903 - Neurenberg, 16 oktober 1946) was een Oostenrijks SS-generaal en hoofd van het Reichssicherheitshauptamt ('Hoofddienst voor de Rijksveiligheid'), RSHA, van het Derde Rijk.

Achtergrond en eerste jaren bij de SS[bewerken]

Kaltenbrunner studeerde rechten en was vervolgens enkele jaren als advocaat werkzaam. In 1932 sloot hij zich bij de Oostenrijkse nationaalsocialisten aan. Als zodanig was hij ook betrokken bij de geslaagde moordaanslag in 1934 op de Oostenrijkse bondskanselier Engelbert Dollfuss van het katholieke nationale Heimatfront. In 1937 werd hij chef van de Oostenrijkse SS. Na de annexatie van Oostenrijk door nazi-Duitsland (Anschluss) werd hij in augustus 1938 staatssecretaris voor veiligheidszaken in de regering van Arthur Seyss-Inquart. In september van datzelfde jaar werd hij door SS-leider Heinrich Himmler tot Höhere SS- und Polizeiführer Donau benoemd. In deze functie had hij de leiding over de gehele SS van het Oostenrijkse deel van het Duitse Rijk.

Hoofd van het RSHA[bewerken]

Kaltenbrunner voelde zich achtergesteld bij Reinhard Heydrich, de chef van het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), de binnenlandse veiligheidsdienst van nazi-Duitsland. Onderdelen van het RSHA waren onder andere de Sicherheitsdienst (SD) en de Geheime Staatspolizei (Gestapo). De SD en de Gestapo maakten zich op grote schaal schuldig aan martelingen en moord. Met name op Joden, andersdenkenden en mogelijke vijanden van het Derde Rijk.

Nadat er op 27 mei 1942 in Praag een succesvolle moordaanslag op Heydrich was gepleegd, werd Kaltenbrunner op 30 januari 1943 als nieuwe chef van het RSHA aangesteld. Zijn belangrijkste ondergeschikten waren Heinrich Müller, chef van de Gestapo en Adolf Eichmann, organisator van de Endlösung. Kaltenbrunner kreeg ook de supervisie over de beruchte SS-Einsatzgruppen. Deze moordeenheden van de SS kwamen in Rusland achter de gewone legereenheden aan om in het net veroverde gebied eventueel verzet tegen de Duitsers uit te schakelen en Joden te vermoorden. Later werden ze ingezet in de concentratiekampen. De Einsatzgruppen pleegden op grote schaal genocide en hebben honderdduizenden burgers vermoord.

Kaltenbrunner hield zich zeer actief bezig met de Jodenvervolging, getuige de vele door hem opgestelde en ondertekende documenten. Zijn macht groeide steeds meer. Op 21 juni 1943 werd hij bevorderd tot SS-Obergruppenführer en General der Polizei. Na de aanslag van 20 juli 1944 op Hitler zorgde hij als hoofd van het RSHA ervoor dat diverse samenzweerders snel ter dood werden gebracht en andere werden opgespoord en verhoord. Zijn macht werd nog groter en hij werd Hitlers vertrouweling. Nadat admiraal Wilhelm Canaris eind juli 1944 was gearresteerd, werd ook de inlichtingendienst Abwehr in het RSHA opgenomen. Canaris speelde namelijk een belangrijke rol in het Duitse verzet, zo had de SD ontdekt. Op 1 december 1944 volgde Kaltenbrunners promotie tot General der Waffen-SS.

Laatste oorlogsmaanden en proces van Neurenberg[bewerken]

In april 1945, vlak voor de zelfmoord van Hitler, verplaatste Kaltenbrunner het kantoor van het RSHA naar Oostenrijk om de strijd tegen de geallieerden aldaar voort te zetten. Daar kwam echter niets van terecht en op 11 mei werd hij door het Amerikaanse leger gevangengenomen.

Op 23 mei 1945 pleegde Himmler zelfmoord. De Geallieerden zagen nu Kaltenbrunner als belangrijkste man van de SS. Doordat er veel documenten van hem bewaard waren gebleven, werden hem drie van de vier hoofdaanklachten ten laste gelegd en in totaal dertien aanklachten. De belangrijkste getuige in het proces tegen hem was Rudolf Höss, de voormalige commandant van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz.

Kaltenbrunner verdedigde zich door te zeggen dat hij niet van de toestanden in de concentratiekampen had geweten en dat hij helemaal niet de Europese Joden had willen vermoorden. Maar er was bewijs dat hij verscheidene malen het concentratiekamp Mauthausen had bezocht en minstens één keer getuige van een vergassing was geweest. Ernst Kaltenbrunner werd op 1 oktober 1946 schuldig bevonden aan de derde en de vierde hoofdaanklacht, te weten oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij werd veroordeeld tot de dood door de strop. Het vonnis werd even na middernacht op 16 oktober te Neurenberg uitgevoerd. Zijn laatste woorden waren "Deutschland, Sieg Heil".


Wikiquote Wikiquote heeft een collectie Engelse citaten gerelateerd aan: Ernst Kaltenbrunner