Erytropoëtine
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Erytropoëtine (EPO) is een hormoon, dat normaliter door de nier wordt gemaakt en dat de vorming van rode bloedcellen in het lichaam stimuleert. Hierom wordt het ook wel kunstmatig toegediend als een vorm van doping, die het zuurstof- en koolstofdioxidetransporterende vermogen van bloed verhoogt. Epo wordt ook wel eens hematopoietine genoemd en is een glycoproteïne.
Erytropoëtine wordt door het menselijk lichaam gemaakt, maar kan ook in laboratoria gefabriceerd worden, en is dan een vorm van rhEPO (recombinante humane erytropoëtine) bekend onder merknamen als Eprex, Mircera etc. Menselijke nieren maken de stof als reactie op een lage zuurstofspanning zoals bij anemie wordt gezien. Oorspronkelijk werd de stof dan ook gesynthetiseerd als geneesmiddel voor mensen met slecht tot niet functionerende nieren, die ondanks kunstnierbehandeling bijna allemaal bloedarmoede kregen door een gebrek aan epo. Door dit te geven kon de bloedarmoede worden gecorrigeerd. Ook kankerpatiënten kunnen tijdens de chemokuur epo toegediend krijgen tegen bloedarmoede, dit is nodig omdat door de chemokuur rode bloedlichaampjes in het lichaam kapot worden gemaakt.
In Nederland zijn er 12.700 mensen die de stof gebruiken tegen ziekten.[1]
Inhoud |
[bewerken] rhEPOs
Ook de synthetische rhEPOs en darbepoëtine alfa (Aranesp) worden voor het gemak gewoon EPO genoemd. Alle recombinante EPO-varianten onderscheiden zich van erytropoëtine door de samenstelling van de suikergroepen (glycosylatiepatroon). Ook zijn er nog verschillen tussen de synthetische rhEPOs. Ter onderscheiding van deze verschillende synthetische rhEPOs wordt aan het woord epoëtine een griekse letter toegevoegd. De volgende EPO-varianten zijn bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangemeld: epoëtine alpha (epoëtine α), epoëtine beta (epoëtine β), epoëtine gamma (epoëtine γ), epoëtine delta (epoëtine δ), epoëtine epsilon (epoëtine ε), epoëtine zeta (epoëtine ζ), epoëtine theta (epoëtine θ), epoëtine kappa (epoëtine κ) en epoëtine omega (epoëtine ω)[2].
[bewerken] Dopinggebruikers
Epo wordt vooral als doping gebruikt in duursporten als atletiek, biatlon, langlaufen, triatlon en het wielrennen. Zo zijn bekende wielrenners als Richard Virenque, David Millar, Oscar Camenzind, Roberto Heras, Manuel Beltrán, Riccardo Riccò, en Leonardo Piepoli ooit geschorst voor het gebruik van epo. Er wordt wel vermoed dat in de jaren '90, toen epo wel bekend was maar niet op te sporen viel, veel of alle topwielrenners epo hebben gebruikt.
[bewerken] Hoogtetraining
Op grote hoogte is de zuurstofdruk van de lucht lager. Daardoor komt er minder zuurstof in het bloed, waardoor de nieren (meer) epo afgeven. Hierdoor worden in het rode beenmerg meer bloedcellen gemaakt. Uit wetenschappelijke studies blijkt echter dat hoogtetrainingen nauwelijks positieve effect hebben, omdat verblijf op hoogte ook leidt tot andere processen in het lichaam met een nadelige uitwerking op het maken van extra bloedcellen. Het netto effect op het uithoudingsvermogen is nihil.
[bewerken] Risico's
Een van de risico's van het toedienen van erytropoëtine is dat het bloed te stroperig kan worden (een kunstmatige polycythemie). Hierdoor loopt de gebruiker een verhoogd risico op trombose.
Sinds 2000 bestaan er urinetests waarmee epo-gebruik direct kan worden opgespoord. Via deze test zijn onder andere mountainbikers: Filip Meirhaeghe en Bas van Dooren en veldrijder Ben Berden betrapt.
Naast de urinetest wordt ook nog een andere test gebruikt: de hematocriettest, geïntroduceerd in 1997 en nog steeds in gebruik. Bij deze test wordt epo-gebruik niet rechtstreeks opgespoord, maar wordt het effect ervan gemeten: de hematocrietwaarde. Omdat de hematocrietwaarde behalve door epo-gebruik ook door aanleg, uitdroging of wonen op hoogte wordt beïnvloed, wordt deze test officieel aangeduid als 'gezondheidstest'. Wordt een waarde gevonden boven de 50% dan wordt de atleet 2 weken uit competitie genomen. Atleten die van nature een hoge hematocrietwaarde hebben, kunnen na onderzoek dispensatie krijgen.
[bewerken] Verschillende vormen van EPO
Er bestaan meerdere generaties van EPO. In 1977 konden voor het eerst kleine hoeveelheden erytropoëtine uit de urine van patiënten met aplastische anemie worden geïsoleerd; de eerste generatie EPO.
De tweede generatie, vanaf 1987, is een EPO variant die met behulp van genetische technieken is geproduceerd, het zogenaamde recombinante humane erytropoëtine (rhEPO). Belangrijk voordeel is dat dit middel makkelijk in grotere hoeveelheden is te produceren. Darbepoëtine alfa (Aranesp) is een chemisch aangepaste variant erytropoëtine, met als voordeel dat ze minder vaak moet worden ingespoten.
Doel van het ontwikkelen van de derde generatie erytropoëtine was, dat het middel slechts om 3 tot 4 weken toegediend kan worden. In 2007 kwam Cera (Continuous erythropoiesis receptor activator, merknaam Mircera) op de markt. Al deze vormen van EPO zijn opspoorbaar in urine en/of bloed.[3]
Er is ook een vierde generatie EPO op komst. De vierde generatie zou nog niet op te sporen zijn, omdat deze middelen nog in klinisch onderzoek zijn. Het gaat hierbij om vormen van gentherapie. Een van die manieren is om met behulp van een adenovirus met een stukje EPO-DNA, menselijke cellen er toe aan te zetten erytropoëtine te produceren. Dit effect kan ook worden verkregen door inspuiting van naakt DNA of kunstmatige menselijke chromosomen.[3]
Andere recente ontwikkelingen zijn de productie van stoffen die qua chemische structuur niet op EPO lijken maar wel ongeveer dezelfde werking hebben, omdat ze net als EPO aangrijpen op de EPO-receptor. Dit kunnen kleine moleculen ("small molecules") zijn of (kleine) peptiden de zogenaamde erythropoietin mimetic peptides (EMPs). Een van die peptides is Hematide. Men hoeft het waarschijnlijk slechts eenmaal per maand in te spuiten. Bijwerkingen en effectiviteit zijn nog onbekend. Naar verwachting komt het middel in 2009 op de markt.[3]
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ CVZ-GIPdatabank, gegevens 2007
- ↑ International nonproprietary names (INN) for biologicals and biotechnological substances
- ↑ a b c Macdougall IC, Eckardt KU. Novel strategies for stimulating erythropoiesis and potential new treatments for anaemia.Lancet. 2006;368:947-53.