Estisch Zangfeest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Estisch Zangfeest (Estisch: Üldlaulupidu, üld, ‘algemeen’ + laulupidu, ‘zangfeest’) is een van de grootste zangmanifestaties in de wereld. Tijdens het feest treden amateurkoren uit heel Estland op. Het evenement staat sinds 2008 op de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid van de UNESCO. Het wordt In principe iedere vijf jaar in juli gehouden in Tallinn en duurt twee dagen.

Op het eind van het feest treden alle koren gezamenlijk op. Dan zijn er gewoonlijk zo’n 25.000 mensen aan het zingen. Bij het laatste festival, in 2009, telde het publiek zo’n 70.000 mensen.

Het repertoire bestaat uit Estische volksmuziek en muziek die in de stijl daarvan geschreven is. Estische componisten als Mart Saar, Cyrillus Kreek en Veljo Tormis hebben liederen geschreven voor het zangfeest.

Geschiedenis[bewerken]

Een foto van het tiende zangfeest, gehouden op 24 juni 1933, met de dirigenten, v.l.n.r. Raimund Kull, Tuudur Vettik, Juhan Aavik, Juhan Simm en Verner Nerep (foto: E. Kald)

De initiatiefnemer van het zangfeest was de schrijver en verzamelaar van volksliedjes Johann Voldemar Jannsen (1819–1890). In april 1867 vroeg hij aan de Russische autoriteiten toestemming voor een groot Estisch zangfeest in Tartu. De officiële aanleiding was de vijftigste verjaardag van de afschaffing van de lijfeigenschap in Estland en Lijfland door de Russische tsaar Alexander I in 1819. Op deze manier hoopte Jannsen eventuele bezwaren van de Russische autoriteiten en van de toen zeer machtige Duitstalige elite in Estland en Lijfland te omzeilen. Toch kwam de toestemming pas op 20 februari 1869, vier maanden voor de geplande datum.

Van 18 t/m 20 juni 1869 werd het eerste Estische zangfeest gehouden, met ongeveer 850 zangers en 15.000 toeschouwers. Er deden alleen mannenkoren en blaasorkesten mee. Omdat er nog weinig Estische liederen opgetekend waren, werden maar twee Estische liederen (beide geschreven door Lydia Koidula), en daarnaast twee Finse liederen gezongen. Een van die twee was het lied Maamme, dat door Jannsen van een nieuwe Estische tekst was voorzien: Mu isamaa, mu õnn ja rõõm. Maamme werd later het Finse en Mu isamaa, mu õnn ja rõõm het Estische volkslied. De twee volksliederen hebben dus dezelfde melodie. Alle andere liederen die op het zangfeest werden gezongen, waren in het Duits.

Het zangfeest inspireerde de Letten om een eigen zangfeest op te zetten. Het eerste vond plaats in 1873. Het eerste Litouwse zangfeest vond dankzij tegenwerking van de autoriteiten pas in 1924 plaats, toen Litouwen onafhankelijk was geworden.

Laksheid van de autoriteiten was de oorzaak dat het volgende Estische zangfeest pas in 1879 kon plaatsvinden. Het derde zangfeest vond in 1880 plaats, ditmaal in Tallinn. Voor het eerst deden nu ook vrouwenkoren mee. De blaasorkesten waren inmiddels geruisloos verdwenen. Het vierde (1891) en vijfde (1894) zangfeest werden weer in Tartu gehouden. Het aantal Estische liederen werd daarbij steeds groter.

Bij de zesde editie, in 1896, werd het feest verplaatst naar Tallinn, waar het sindsdien gebleven is. De officiële aanleiding voor het feest was ditmaal de kroning van tsaar Nicolaas II, die ruim een week voor het feest had plaatsgevonden. Het zangfeest werd afgesloten met het lied Mu isamaa, mu õnn ja rõõm, maar wel direct gevolgd door God, behoed de tsaar!

De toenmalige Estische president Arnold Rüütel met zijn vrouw Ingrid in traditionele Estische klederdracht tijdens het zangfeest van 2009

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag het zangfeest stil. Na de zevende editie in 1910 vond de achtste pas in 1923 plaats, in de tijd van het onafhankelijke Estland. In die jaren werden de zangfeesten een onderdeel van de nieuw verworven nationale identiteit. Tussen 1923 en 1938 werden de feesten georganiseerd door de Bond van Estische Zangers (Eesti Lauljate Liit). In 1933 werd het feest voor het eerst op de radio uitgezonden.

In 1934 werd in Tallinn een dansfestival gehouden, waar 1500 volksdansers optraden. In 1939 volgde een tweede editie. In 1947 werden het zangfeest en het dansfestival gecombineerd. Ze worden sindsdien ongeveer tegelijkertijd gehouden, maar wel op verschillende locaties. De vaste plaats voor het dansfestival is het Kalevi Keskstaadion (het ‘Centrale Kalevstadion’, naar koning Kalev uit het Estische nationale epos Kalevipoeg) in de wijk Juhkentali.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd geen zangfeest gehouden. Pas in 1947 kwam er, onder Sovjetbezetting, weer een zangfeest. Tot het herstel van de onafhankelijkheid in 1991 werd het feest tien maal gehouden. De Sovjetautoriteiten waakten zorgvuldig over de inhoud, die in dienst moest staan van de communistische propaganda. Ook Russische liederen werden op het programma gezet. Regelmatig traden koren van het Rode Leger op. Een aantal ‘nationalistische ’ liederen, waaronder uiteraard Mu isamaa, mu õnn ja rõõm, waren verboden. Een lied van Lydia Koidula, Mu isamaa on minu arm (‘Mijn vaderland is mijn liefde’), dat (zij het met een andere melodie) al op het zangfeest van 1869 was gezongen, nam de plaats van het volkslied in. Het werd gezongen aan het eind van elk zangfeest en alle toeschouwers stonden op.

Tot de jaren zestig traden op het zangfeest zowel volwassenen als kinderen op. Rond 1960 werd besloten aparte zang- en dansfeesten voor de jeugd op te zetten. Het eerste werd gehouden in 1962, het meest recente was in 2011.

In 1975 werd de duur van het feest teruggebracht van drie naar twee dagen.

Het feest van 1990 stond in het teken van de zingende revolutie, het geweldloze streven naar herstel van de onafhankelijkheid. De liederen die jarenlang verboden waren, werden ineens weer gezongen. Sinds Estland weer onafhankelijk is, wordt een strak schema van eens per vijf jaar gehanteerd. De laatste editie was in 2014.

Overzicht van de Estische zangfeesten[bewerken]

Sovjet-postzegel ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Estische Socialistische Sovjetrepubliek in 1965 én van het Estische Zangfeest in hetzelfde jaar
Üldlaulupidu
Jaar
Datum
Plaats
Groepen
Deelnemers
I 1869 18–20 juni Tartu 51 845
II 1879 20–22 juni Tartu 64 1272
III 1880 11–13 juni Tallinn 48 782
IV 1891 15–17 juni Tartu 179 2700
V 1894 18–20 juni Tartu 263 3951
VI 1896 8–10 juni Tallinn 410 5681
VII 1910 12–14 juni Tallinn 527 10.000
VIII 1923 30 juni–2 juli Tallinn 386 10.562
IX 1928 30 juni–2 juli Tallinn 436 15.049
X 1933 23–25 juni Tallinn 500 16.500
XI 1938 23–25 juni Tallinn 569 17.501
XII 1947 27–29 juni Tallinn 703 25.760
XIII 1950 21–23 juni Tallinn 1.106 31.907
XIV 1955 20–22 juli Tallinn 893 30.321
XV 1960 19–21 juni Tallinn 875 29.273
XVI 1965 16–18 juni Tallinn 690 25.806
XVII 1969 27–29 juni Tallinn 771 30.230
XVIII 1975 19–20 juli Tallinn 641 28.537
XIX 1980 6–7 juli Tallinn 627 28.969
XX 1985 20–21 juli Tallinn 677 26.437
XXI 1990 30 juni–1 juli Tallinn 690 28.922
XXII 1994 2–3 juli Tallinn 811 25.802
XXIII 1999 3–4 juli Tallinn 856 24.875
XIV 2004 4–5 juli Tallinn 850 22.759
XV 2009 4–5 juli Tallinn 864 26.430
XVI 2014 4–6 juli Tallinn 1.046 33.025
XVII 2019 28–30 juni Tallinn

Het zangstadion[bewerken]

Het zangstadion in Kadriorg tijdens het zangfeest van 2009

In het begin van de jaren twintig werd in het noorden van de wijk Kadriorg van Tallinn een zangstation gebouwd, Tallinna lauluväljak in het Estisch. Het ontwerp was van de architect Karl Burmann. In 1923 werd hier voor het eerst het Estische zangfeest gehouden. Alle volgende edities van het evenement vonden ook hier plaats.

In de jaren 1957-1960 werd het stadion gesloopt om plaats te maken voor een nieuw. Het ontwerp is van de hand van Alar Kotli en Henno Sepmann. De karakteristieke schelpachtige constructie moet een goede akoestiek waarborgen.

Het zangstadion wordt niet alleen voor het zangfeest gebruikt, maar ook voor andere uitvoeringen. In 1988 hield de onafhankelijkheidsbeweging Rahvarinne in dit stadion twee massademonstraties met achtereenvolgens 150.000 en 300.000 deelnemers (een kwart van de bevolking van Estland). Ze zongen patriottische liederen, waaronder het vroegere Estische volkslied Mu isamaa, mu õnn ja rõõm, en zwaaiden met de blauw-zwart-witte vlag uit de tijd van de Republiek Estland (1918-1940). Daarmee werd een reeks gebeurtenissen ingeluid die in 1991 zouden leiden tot hernieuwde onafhankelijkheid voor Estland en vaak de Zingende revolutie worden genoemd.

Het stadion wordt tegenwoordig ook voor popconcerten gebruikt. Zo hebben hier onder andere Michael Jackson, Tina Turner, The Rolling Stones, Elton John en Madonna opgetreden.

Externe links[bewerken]