Ethnographisch Museum Artis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voormalige Ethnographisch Museum Artis in 1982

Het Ethnographisch Museum Artis was een volkenkundig museum in Amsterdam dat een plaats had op het terrein van de dierentuin Artis.

De Amsterdamse dierentuin is in 1838 opgericht door het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra (N.A.M). Het Genootschap richtte zich op de wetenschap in het algemeen en op presentaties van de Nederlandse koloniale gebieden in het bijzonder. Daarom werden niet alleen levende exotische dieren verzameld, maar ook allerlei ander zoölogisch materiaal (skeletten en preparaten), mineralen en etnografische voorwerpen. Deze verzamelingen werden vanaf 1851 ondergebracht in een Natuurhistorisch Museum, ook wel het 'Groote Museum' genoemd. Maar al snel groeiden de collecties het gebouw uit en werden de etnografische objecten van de rest gescheiden en ondergebracht in het nabijgelegen pand van de 'Sociëteit Amicitiae': het 'Kleine Museum'. Doch ook hier kon op den duur de groeiende collectie niet meer goed worden gehuisvest en in 1888, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de dierentuin, werd het Ethnographisch Museum Artis in 1888 definitief gevestigd in gebouw 'De Volharding'.

Dat een 19e-eeuwse dierentuin er een etnografische collectie op na hield was niet ongewoon en vloeide voort uit de wens de schepping te doorgronden, zoals Linnaeus dat ook had geprobeerd. De Schepping bestond volgens Linnaeus uit een ladder van laag naar hoog waaraan de mens bovenaan stond. Daarom kon men in Artis dieren houden, maar ook objecten van de mens verzamelen. Het Amsterdamse museum was naast het 's Rijks Ethnographisch Museum (nu: Museum Volkenkunde) in Leiden en het Museum voor Land- en Volkenkunde in Rotterdam (nu: Wereldmuseum Rotterdam) het derde volkenkundige museum in Nederland, en hoewel kleiner dan voornoemde twee beslist niet onbelangrijk. De collectie werd bijeengebracht door particulieren, waaronder bestuursambtenaren uit de koloniën, missionarissen, handelsagenten en reizigers, maar ook door ondernemingen en wetenschappelijke genootschappen. Zo werden onder andere objecten die verzameld waren tijdens vroege wetenschappelijke expedities in Nederlands Nieuw-Guinea ondergebracht bij de Artis-collectie. Een belangrijke schenker was ook de bekende taalkundige Herman Neubronner van der Tuuk. Materiaal van de grote Wereldtentoonstelling van 1883 die in Amsterdam werd gehouden, kwam uiteindelijk ook in Artis terecht. Op den duur beschikte het museum niet alleen over stukken uit de Nederlandse overzeese gebiedsdelen, maar ook uit China, Korea, Japan, Afrika en Oceanië. Van 1887 tot 1902 werd de collectie beheerd door conservator C.M. Pleyte.

Officieel heeft het Ethnographisch Museum Artis tot 1910 bestaan. 'De Volharding' was op zijn beurt te klein geworden voor de inmiddels vele duizenden objecten, terwijl het verzamelen van etnografica door een dierentuin door de tijd werd ingehaald. Het was ouderwets geworden. De gehele collectie is geschonken aan de Vereeniging Koloniaal Instituut toen die serieuze plannen had een Koloniaal Museum in Amsterdam te bouwen op een steenworp afstand van Artis. Dat Koloniaal Museum, nu Tropenmuseum, kon pas in 1923 de verzameling fysiek overnemen; in 1926 werd het nieuwe museum officieel geopend door koningin Wilhelmina. Van de oorspronkelijk ruim elfduizend objecten uit de Artis-collectie is in de loop der jaren een flink aantal afgeschreven, maar wat overbleef vormt nog steeds een van de kerncollecties van het Tropenmuseum. Een aanzienlijk aantal is permanent tentoongesteld.

Literatuur[bewerken]

  • Dartel, Daan van, 'The Oldest Collections of the Tropenmuseum: Haarlem and Artis', in: David van Duuren et al., Oceania at the Tropenmuseum, Amsterdam 2011, pp. 30-45.
  • Mehos, Donna C., Science and Culture for Members only; The Amsterdam Zoo Artis in the Nineteenth Century. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2006.
  • Pleyte, C.M., Verzameling van ethnographische voorwerpen aan de Westkust van Afrika, voornamelijk in het Congo-gebied, verzameld, en voor het meerendeel aan het Genootschap ten geschenke gegeven. Amsterdam, 1885
  • Pleyte, C.M., Gids voor den bezoeker van het Ethnographisch Museum van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap: 'Natura Artis Magistra'. Amsterdam, 1888.

Externe link[bewerken]