Etruscologie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Etruscologie (samenst. Lat. Etrusci en Gr. λόγος: "leer der Etrusken") is de wetenschap die zich toelegt op de studie naar de Etrusken, wier beschaving zich van de 9e tot en met de 1e eeuw v.Chr. in Midden-Italië manifesteerde.
Belangrijke aandachtspunten van de etruscologie zijn de archeologische resten, waarbij men vooral aangewezen is op de necropolen, en de taal: de Etruskische taal was een unieke taal die geen binding had en heeft met alle andere talen ter wereld. Het Etruskische schrift liet zich vrij gemakkelijk ontcijferen omdat het gebaseerd is op het Oud-Griekse alfabet. De betekenis van vele woorden is ons echter nog onbekend, daar er weinig lange teksten zijn overgeleverd. Daarentegen zijn er wel vele korte inscripties op beelden, vazen, etc. bekend (ca. 13.000), maar deze zijn te beperkt om de kennis van de Etruskische taal aanzienlijk te vergroten. Uitkomst kunnen bilinguen bieden; teksten waarvan een vertaling bestaat in een taal die wij wel beheersen (zoals de Steen van Rosetta, waarmee Champollion de Oud-Egyptische hiërogliefen kon ontcijferen). De Steen van Rosetta vindt wellicht zijn Etruskische pendant in de drie gouden tempelplaatjes van Pyrgi; deze bevatten een tekst die zowel in het Punisch als in het Etruskisch is gesteld. De teksten zijn helaas geen nauwkeurige vertalingen. De langste overgeleverde tekst is momenteel de Liber Linteus Zagrabiensis (ca. 1300 woorden), een tekst op een mummiewikkel. In 2007 is daarover een nieuwe, uitgebreidere studie verschenen van de hand van een Nederlandse etruscoloog.[1]
Een probleem dat de etruscologie sinds jaar en dag bezighoudt is de herkomst van de Etrusken. Sommige wetenschappers (met name taalkundigen) geloven in een oosterse herkomst, in navolging van Herodotos. Anderen (archeologen) zijn van mening dat de Etrusken autochtoon waren (naar het idee van Dionysius van Halicarnassus). Voor een oosterse herkomst zijn veel taalkundige aanwijzingen, maar géén archeologische (misschien de stele van Kaminia uitgezonderd); de Etruskische archeologica wijzen op een zeer lange geschiedenis op het Italisch schiereiland. De discussie is nog steeds niet geheel beëindigd.[2]
De Italiaanse hoogleraar klassieke archeologie Massimo Pallottino (1909-1995) heeft veel betekend voor de etruscologie en wordt wel beschouwd als een van de belangrijkste etruscologen van de 20e eeuw. Zijn Etruscologia (1942) geldt nog steeds als een gezaghebbend standaardwerk m.b.t. de etruscologie. Pallottino's leerlingen Mauro Cristofani (1941-1997) en Giovanni Colonna (1934-) hebben zich eveneens zeer verdienstelijk gemaakt op het gebied van de etruscologie.
Het belangrijkste wetenschappelijke etruscologische instituut is het Istituto Nazionale di Studi Etruschi ed Italici te Florence. Het instituut is verantwoordelijk voor belangrijke publicaties waaronder de reeksen Corpus Speculorum Etruscorum en Corpus Inscriptionem Etruscarum (corpora respectievelijk betrekking hebbend op Etruskische spiegels en inscripties), en het gezaghebbende tijdschrift Studi Etruschi. Een ander wetenschappelijk tijdschrift is Etruscan Studies, dat onder auspiciën van de Amerikaanse Etruscan Foundation wordt uitgegeven.
[bewerken] Noten
- ↑ L.B. van der Meer, Liber Linteus Zagrabiensis. The linen book of Zagreb. A comment on the longest Etruscan text. Leuven 2007
- ↑ Voor de details omtrent dit probleem zie het lemma Etrusken.

