Eugen Jochum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Eugen Jochum

Eugen Jochum (Babenhausen, 1 november 1902 - München, 26 maart 1987) was een Duitse dirigent.

De Duitse dirigent Eugen Jochum was de middelste van drie zoons van een leraar en amateurmuziekliefhebber. Zijn oudere broer Otto was componist en zijn jongere broer Georg Ludwig dirigent.

Van 1914 tot 1922 volgde hij de basisschool en middelbare school in Augsburg en kreeg in die tijd ook piano- en orgellessen. Hij studeerde vervolgens orkestdirectie en compositie bij Siegmund von Hausegger en Hermann von Waltershausen aan de Münchener Musikakademie.

Zijn carrière begon in 1924 als repetitor aan de Münchener Oper. In 1926 bekleedde hij dezelfde functie in Kiel. Zijn debuut als dirigent maakte hij in 1927 met de Münchner Philharmoniker, waarmee hij de Zevende symfonie van Anton Bruckner ten gehore bracht. In datzelfde jaar werd hij aangesteld als Musikdirektor in Kiel. Hierna verhuisde hij via Mannheim en Duisburg naar het Berliner Rundfunkorchester, eveneens als Musikdirektor en als dirigent van de Berliner Oper. Hier voerde hij werken uit van onder meer Paul Hindemith, Carl Orff en Béla Bartók, wier werken door de nazi's verboden waren. Hij volgde Karl Böhm op als Musikdirektor in Hamburg (1934-1949) en werd chef-dirigent van het nieuw opgerichte Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Dit bleef hij tot 1960. Daarna volgden vanaf 1941-1987 posten bij het Concertgebouworkest te Amsterdam, de Bamberger Symphoniker en van 1975 tot 1978 bij het London Symphony Orchestra als 'Laureatus'. Bovendien gaf hij vanaf 1959-1972 uitvoeringen van het Toonkunstkoor te Amsterdam waaronder Die Schopfung van Joseph Haydn, Meeresstille und glückliche Fahrt van Beethoven, Ein Deutsches Requiem van Brahms, de "Negende" van Beethoven, de Johannes-Passion (J.S. Bach) van Bach en 36 uitvoeringen van de Matthäuspassion van Bach.

Een zichtbaar bewijs van zijn verbondenheid met het Concertgebouworkest en Amsterdam is te vinden in de dagkapel van de Christus' Geboortekerk in de Prinses Irenestraat te Amsterdam. Hij liet daar een gedenkraam plaatsen dat Maria en het geboren Christuskind voorstelt.

Naast zijn vaste verplichtingen dirigeerde Jochum bij alle grote muziekfestivals, waaronder de Bayreuther Festspiele (driemaal) en de Salzburger Festspiele.

Eugen Jochum (1961)

Werken waarvan Jochum de première dirigeerde zijn onder andere Konzert für Streicher van Boris Blacher (1942), Concerto per il principe Eugenio (1951) van Alberto Bruni Tedeschi, Suite française van Werner Egk (1950), Tanz-Rondo van Gottfried von Einem (1959) en de Zesde Symfonie van Karl Amadeus Hartmann.

Jochum, die als een van de grootste Duitse dirigenten wordt beschouwd, werd beïnvloed door de Duitse romantische stroming en droeg deze traditie uit naar zijn opvolgers. Vooral met zijn interpretatie van de symfonieën van Anton Bruckner maakte hij wereldwijd naam. Hij nam diens symfonieën op met onder meer de Staatskapelle Dresden en de Berliner Philharmoniker. Evenals Bruckner was Jochum katholiek.