Europees Burgerinitiatief

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Europees Burgerinitiatief is een van de grote vernieuwingen van het Verdrag van Lissabon, met als doel directe democratie in de Europese Unie te vergroten. Het stelt een miljoen EU-burgers, die de nationaliteit hebben van ten minste een kwart van de lidstaten van de Unie, in staat direct de Europese Commissie op te roepen wetgeving voor te stellen op een gebied waar de Lidstaten bevoegdheden aan de Europese Unie hebben overgedragen.[1] Dit recht de Commissie te vragen wetgeving op te stellen stelt burgers op gelijke voet met het Europees Parlement en de Raad, die op basis van respectievelijk artikel 225 en 241 van het Werkingsverdrag dit recht ook hebben. De Commissie bezit het recht het initiatief te nemen tot het opstellen van Europese wetgeving.

Juridische basis[bewerken]

De juridische basis van het Burgerinitiatief is uiteengezet in artikel 11 lid 4 van het EU-Verdrag en artikel 24 lid 1 van het Werkingsverdrag. Beide artikelen zijn nieuw aan het Acquis Communautaire toegevoegd met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Het Burgerinitiatief vult de bestaande petitierechten aan. Het gaat hierbij om het petitierecht bij het Europees Parlement en het recht een klacht in te dienen bij de Europese Ombudsman, zoals uiteengezet in het Verdrag van Maastricht (1993). Desalniettemin zijn petities en het Burgerinitiatief fundamenteel verschillend naar doel, voorwaarden en betrokkenen.[2] Voorwaarden en procedures van het Burgerinitiatief zijn in een nieuwe verordening vastgelegd. Op voortel van de Europese Commissie, hebben het Europees Parlement en de Raad een verordening vastgesteld waarin regels en procedures zijn vastgelegd waaraan een Burgerinitiatief moet voldoen.[3] Vanaf 1 april 2012 is het mogelijk een Burgerinitiatief te registreren.

Werking van het Burgerinitiatief[bewerken]

Aan het uitvoeren van een Europees Burgerinitiatief is zowel in het Unieverdrag als in Verordening nr. 211/2011 een aantal formele voorwaarden gesteld.

Voorwaarden in het Unieverdrag[bewerken]

Artikel 11 lid 4 van het Unieverdrag bepaalt dat voor het succesvol uitvoeren van een Europees Burgerinitiatief handtekeningen van ten minste één miljoen burgers van de Unie vereist is en dat deze handtekeningen uit een 'significant aantal lidstaten'. Daarnaast vereist het artikel dat het onderwerp van het Initiatief een aangelegenheid betreft die een rechtshandeling van de Unie vereist ten uitvoering van de Europese Verdragen. Het Burgerinitiatief is dan het initiatief de Commissie te verzoeken binnen haar bevoegdheden een wetgevend voorstel daartoe te doen.

Voorwaarden in de Verordening[bewerken]

In Verordening nr. 211/2011 worden nadere voorwaarden en procedures gesteld voor het uitvoeren van een Europees Burgerinitiatief. De Verordening herhaalt de voorwaarde dat zowel de starter van het Initiatief als de personen die hun handtekening zetten onder int Initiatief burgers van de Unie moeten zijn. In essentie houdt dit in dat wie zijn handtekening onder een Initiatief zet, de nationaliteit van een lidstaat van de Unie moet hebben. Om een Burgerinitiatief te tekenen moet daarnaast de leeftijd bereikt zijn waarop men bevoegd is te stemmen bij verkiezingen van het Europees Parlement.

Om een Europees Burgerinitiatief op te starten, moet een burgercomité gevormd worden. Dat is een comité van ten minste zeven personen die inwoners zijn van ten minste zeven verschillende lidstaten. Uit hun midden kiezen zij een vertegenwoordiger en plaatsvervanger, die in de procedure de contactpersoon zijn tussen het burgercomité en de instellingen van de Unie. Zij moeten gemachtigd zijn namens het burgercomité op te treden.

Wanneer een dergelijk comité gevormd is, kan het Initiatief geregistreerd worden bij de Europese Commissie. Dit moet gedaan worden voordat begonnen wordt met het verzamelen van handtekeningen. Vanuit de Commissie wordt een contactpunt toegewezen dat assistentie kan verlenen en informatie kan verschaffen. Uiterlijk twee maanden nadat het Initiatief is ingediend ter registratie, wordt het door de Commissie geregistreerd en openbaar gemaakt in het register. Vanaf de datum dat het Initiatief is geregistreerd, hebben de organisatoren een jaar de tijd om voldoende handtekeningen te verzamelen. Een aantal gronden kan bestaan om registratie te weigeren:

  • Er is geen burgercomité gevormd of er zijn geen contactpersonen aangewezen;
  • Het voorgestelde Initiatief valt buiten de bevoegdheden van de Commissie;
  • Het voorgestelde Initiatief maakt misbruik van de mogelijkheid een Burgerinitiatief te starten of is ergerlijk;
  • Het voorgestelde Initiatief komt niet overeen met de waarden die in artikel 2 van het Unieverdrag zijn vermeld.

Het verzamelen van handtekeningen, ofwel 'steunbetuigingen' voor een Initiatief kan zowel door middel van papieren formulieren als door middel van elektronische formulieren. Indien papieren steunbetuigingen worden verzameld, is hiervoor een gestandaardiseerd formulier beschikbaar gemaakt in de bijlage bij de Verordening. Indien langs digitale weg steunbetuigingen verzameld worden, dienen ook regels met betrekking tot privacy te worden gevolgd.

Nadat de steunbetuigingen verzameld zijn, worden deze overgedragen ter controle. De lidstaten van de Unie moeten daartoe een instelling aanwijzen. Doel van deze controle is vast te stellen dat alle personen die hun steun betuigd hebben, daartoe ook bevoegd waren. Deze controles mogen plaatsvinden door middel van representatieve steekproeven. Wanneer geen problemen worden ontdekt, wordt een certificaat afgegeven waarop vermeld is hoeveel geldige steunbetuigingen verzameld zijn.

Met de certificaten kunnen de organisators naar de Europese Commissie stappen, die het Initiatief zal registreren en de organisators zal ontvangen en gelegenheid zal bieden hun Initiatief in detail uiteen te zetten. Daarnaast kan ook een hoorzitting in het Europees Parlement worden georganiseerd.

Aantal handtekeningen per lidstaat[bewerken]

Het Verdrag is niet heel duidelijk over het aantal handtekeningen dat per lidstaat verzameld moet worden. In de Verordening is hier meer duidelijkheid over gekomen. Zo is bepaald dat de ondertekenaars van een Initiatief uit ten minste een vierde van het aantal lidstaten moet komen. Met een Europese Unie die uit 27 lidstaten bestaat, komt dit neer op handtekeningen die uit ten minste zeven landen moeten komen. Daarnaast is ook een minimumaantal handtekeningen per lidstaat vastgesteld. Hiermee wordt voorkomen dat in kleine lidstaten relatief veel handtekeningen verzameld moeten worden, maar ook dat een Initiatief daadwerkelijk voor de hele Unie relevant is.

Het minimumaantal steunbetuigingen per lidstaat komt neer op het aantal zetels dat de lidstaat heeft in het Europees Parlement vermenigvuldigd met 750. Dat komt neer op:

Lidstaat Minimum aantal steunbetuigingen
België 16.500
Bulgarije 12.750
Tsjechië 16.500
Denemarken 9.750
Duitsland 74.250
Estland 4.500
Ierland 9.000
Griekenland 16.500
Spanje 37.500
Frankrijk 54.000
Italië 54.000
Cyprus 4.500
Letland 6.000
Litouwen 9.000
Luxemburg 4.500
Hongarije 16.500
Malta 3.750
Nederland 18.750
Oostenrijk 12.750
Polen 37.500
Portugal 16.500
Roemenië 24.750
Slovenië 5.250
Slowakije 9.750
Finland 9.750
Zweden 13.500
Verenigd Koninkrijk 54.000

In artikel 19 lid 1 van het Toetredingsverdrag voor toetreding van Kroatië tot de Unie is bepaald dat voor de zittingsperiode van het Europees Parlement voor de jaren 2009-2014, na toetreding van Kroatië, het aantal parlementszetels zal worden uitgebreid met 12. Wanneer Kroatië toetreedt, zouden dus minimaal 9000 handtekeningen in Kroatië moeten worden verzameld voordat het land mee kan tellen in het minimaal benodigde aantal lidstaten waar handtekeningen verzameld moeten worden.

Voor inwerkingtreding[bewerken]

In december 2010 heeft Greenpeace een miljoen handtekeningen verzameld voor een petitie tegen het toestaan van genetisch gemodificeerd voedsel in Europa, ondersteund door Avaaz.[4] Hoewel de petitie door Greenpeace een Burgerinitiatief genoemd werd, is het nooit formeel geregistreerd bij de Commissie, omdat dit nog niet kan voor 1 april 2012, waardoor het strikt genomen niet als Europees Burgerinitiatief beschouwd kan worden.

Een ander initiatief genaamd Fraternité2020 wordt op dit moment opgezet en beoogt meer geld van het EU-budget beschikbaar te maken voor uitwisselingsprogramma's.[5] Daarnaast wordt een Burgerinitiatief gepland door het Duitse Europarlementslid Martin Kastler, dat beoogt een verbod in te voeren voor winkels om op zondag open te zijn.[6]

Al geruime tijd geleden is een internetpetitie opgezet door Cecilia Malmström, Zweeds politica, voormalig Europarlementariër en Eurocommissaris in de Commissie-Barroso II met de portefeuille Binnenlandse Zaken. Deze petitie, vaak verward met een burgerinitiatief, is Oneseat genaamd,[7] en beoogt handtekeningen te verzamelen met als doel een einde te maken aan het verhuizen van het Europees Parlement van Brussel naar Straatsburg en terug. De petitie beoogt van Brussel de enige zetel te maken van het Europees Parlement. Inmiddels heeft de petitie meer dan een miljoen handtekeningen verzameld.

Hier staat een ander initiatief tegenover, de 'One City'-campagne,[8] die beoogt van Straatsburg de enige zetel van het Europarlement te maken. Als argument hiervoor wordt gewezen op de symbolische betekenis van de stad Straatsburg als parlementszetel, omdat Straatsburg een symbolische stad is in de eenwording van Europa.

Deze laatste twee initiatieven worden vaak in één adem genoemd met het Europees Burgerinitiatief, en worden zelfs als voorbeeld genoemd. Toch kunnen deze initiatieven, om een aantal redenen, niet als Europees Burgerinitiatief aangemerkt worden. Als eerste omdat geen van beide is aangemeld bij de Commissie, maar daarnaast ook omdat niet aan de formele voorwaarden voor een Burgerinitiatief is voldaan. Een van de belangrijkste voorwaarden, genoemd in artikel 4 lid 2 sub a van de Verordening Burgerinitiatief,[9] is dat het initiatief valt binnen de wetgevende bevoegdheden van de Europese Commissie. Om de zetel van het Europees Parlement te veranderen, is een wijziging van de Europese Verdragen noodzakelijk. Dit is iets wat de Commissie niet kan bewerkstelligen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/citizens_initiative/index_nl.htm
  2. http://www.europarl.europa.eu/parliament/expert/displayFtu.do;jsessionid=6E6CC848002C82894B69262051FB090E.node2?id=73&ftuId=FTU_2.5.html&language=en (Engelstalig)
  3. Verordening (EU) No. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad, 16 februari 2011, met betrekking tot het Burgerinitiatief. Beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:065:0001:0022:nl:PDF.
  4. http://www.greenpeace.org/international/en/campaigns/agriculture/solution-ecological-farming/take-action/EU-Petition/ (Engelstalig)
  5. http://www.fraternite2020.eu/ (Engelstalig)
  6. http://www.free-sunday.eu/en (Engelstalig)
  7. http://www.oneseat.eu/
  8. http://www.one-city.eu/en/index
  9. Verordening EU) Nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad, van 16 februari 2011.