Europese Centrale Bank

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europese Centrale Bank
Europese Centrale Bank
Oprichting 1 juni 1998
Sleutelfiguren Mario Draghi (president)
Hoofdkantoor Frankfurt am Main
Beheerd vermogen € 526 miljard
Website www.ecb.int
Portaal  Portaalicoon   Economie

De komst van de Economische en Monetaire Unie heeft geleid tot een Europese munteenheid, de euro, en een Europese centrale bank, de Europese Centrale Bank (ECB).

De ECB en de centrale banken van landen die de euro hebben aangenomen vormen een entiteit, "eurosysteem" genaamd. Zolang er nog lidstaten van de Europese Unie zijn die de euro niet hebben aangenomen, moet er onderscheid worden gemaakt tussen het eurosysteem, waarvan zeventien landen deel uitmaken, en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), dat uit zevenentwintig landen bestaat.

De Europese Centrale Bank (ECB) is op 1 juni 1998 opgericht ter vervanging van het Europees Monetair Instituut (EMI), dat tot op dat moment een centrale rol had gespeeld bij de voorbereiding van de komst van de euro, die op 1 januari 1999 heeft plaatsgevonden.

Zetel en samenstelling[bewerken]

De zetel van de Europese Centrale Bank bevindt zich in Frankfurt am Main (Duitsland) en heeft werknemers in dienst die uit alle lidstaten van de Europese Unie afkomstig zijn.

De bank geniet volledige onafhankelijkheid bij het uitvoeren van haar taken. De ECB, de nationale centrale banken van het eurosysteem (in Nederland de DNB, in België de NBB) en leden van de betreffende besluitvormingsorganen kunnen geen instructies van welke instelling dan ook vragen of accepteren. De Europese instellingen en de regeringen van de lidstaten zijn gehouden om dit beginsel te respecteren en mogen niet trachten de ECB of de nationale centrale banken te beïnvloeden.

De ECB werkt nauw samen met de nationale centrale banken om besluiten die door de besluitvormingsorganen (Raad van bestuur, Directie en Algemene raad) zijn genomen voor te bereiden en ten uitvoer te leggen.

De president van de ECB en de vijf andere leden van de Directie worden benoemd door de lidstaten voor een ambtsperiode van acht jaar die niet kan worden verlengd.

Kapitaal[bewerken]

Het kapitaal van de ECB is bijeengebracht door alle centrale banken van de Europese Unie. Tot december 2010 had de ECB een kapitaal van € 5,761 miljard. Hiervan is 70% bijgedragen door de centrale banken van het euro-gebied; de rest komt van niet-eurogebied centrale banken. Er is een verdeelsleutel opgesteld waarbij het aandeel van De Nederlandsche Bank is vastgesteld op 3,9882% ofwel een bedrag van € 230 miljoen. De vier grootste aandeelhouders in de ECB zijn de centrale banken van Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië, met een respectievelijk aandeel van 18,9%, 14,5%, 14,2% en 12,5%. Per 28 december 2010 is het geplaatst kapitaal met € 5 miljard verhoogd tot € 10,761 miljard. De Nederlandse bijdrage stijgt hierdoor tot € 429 miljoen per 27-12-2012[1]. De betaling vond plaats in drie gelijke termijnen; op 29 december 2010 werd de eerste termijn betaald en vervolgens eind 2011 en eind 2012.

Taken[bewerken]

Monetair toezicht[bewerken]

De Europese Centrale Bank vormt de spil van het eurosysteem. De bank garandeert dat de taken waarvoor zij verantwoordelijk is, worden gerealiseerd via eigen activiteiten of via de nationale centrale banken die aan het systeem deelnemen.

Met het oog op de basisdoelstelling (het garanderen van prijsstabiliteit) zijn de belangrijkste taken van de ECB:

Daarnaast is de bank verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • de benodigde statistische gegevens verzamelen, hetzij bij nationale overheden hetzij rechtstreeks bij de economische subjecten (bijvoorbeeld financiële instellingen);
  • bijdragen aan het Europese toezicht op financiële instellingen. De ECB heeft op dit moment geen taak in het toezicht houden op individuele financiële instellingen, want dat is een nationale aangelegenheid.

Hoofddoelstelling van de ECB (en van het eurosysteem, de samenwerking tussen de ECB en de nationale centrale banken van het eurogebied) is het waarborgen van prijsstabiliteit in de eurozone, zodat de koopkracht van de euro behouden blijft. Bij het bepalen van het juiste beleid daarvoor, worden twee analyses verricht:

  • een monetaire analyse: vooraanstaande rol is toegewezen aan de geldhoeveelheid. Inflatie wordt gezien als een gevolg van het feit dat de beschikbare geldhoeveelheid te groot is in verhouding tot het aanbod van goederen en diensten;
  • een economische analyse: een beoordeling op basis van allerlei indicatoren en perspectieven ten aanzien van prijsontwikkelingen en risico's voor de prijsstabiliteit in de eurozone (zoals salarissen, wisselkoersen, rentekoersen op lange termijn en diverse maatregelen ten aanzien van economische bedrijvigheid).

De ECB heeft de hoofddoelstelling kwantitatief gedefinieerd, zodat het publiek kan beoordelen of het beleid ten aanzien van de eenheidsmunt succesvol is. Prijsstabiliteit is gedefinieerd als, op de middellange termijn, een jaarlijkse stijging van de prijzen van onder, maar dichtbij 2%. De 2% dient als buffer ten opzichte van een situatie van deflatie.

Op het vlak van grootbetalingssystemen speelt de ECB een actieve rol door via het aanbieden van het TARGET-systeem op te treden als settlement service provider voor de Europese betaalsystemen van de EBA, aan de andere kant door toezicht te houden op het betalingsverkeer via Steps2, door de liquiditeitspool van de banken te beheren.

Om de geldmarkt te beïnvloeden en inflatie tegen te gaan, staat de ECB het instrument van de refirente ter beschikking.

Bankentoezicht[bewerken]

Tijdens de Eurozone-top van 29 juni 2012 werd afgesproken dat er een Europees toezichtmechanisme voor banken wordt ingevoerd[2]. Effectief Europees bankentoezicht is als voorwaarde gesteld aan het introduceren van de mogelijkheid voor directe herkapitalisatie van banken door het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Het doel van directe ESM-steun aan banken is het afzwakken van de vicieuze cirkel waarin kwetsbare nationale overheden en kwetsbare banken elkaar besmetten[2].

De Europese Commissie heeft hiertoe op 12 september een voorstel gepresenteerd[2]. In dit voorstel krijgt het ECB een nieuw orgaan, de Raad van toezicht, die het toezicht gaat uitvoeren. Hierbij wordt de toezichttaak functioneel gescheiden van de monetaire taak van de centrale bank[2]. Uiteindelijk zal de ECB toezicht houden op alle 6.000 banken in de Eurozone, maar het Europese toezicht wordt gefaseerd ingevoerd. Grote banken en banken die steun van de overheid hebben ontvangen of aangevraagd zullen als eerste worden opgenomen[2]. Niet-eurolidstaten hebben de mogelijkheid vrijwillig mee te doen aan het Europees bankentoezicht, een zogenaamde `opt-in' mogelijkheid[2].

In de maanden daarna zijn uitgebreide discussie gevoerd over welke banken onder het toezicht gaan vallen, hoe het toezicht gereguleerd wordt en vanaf wanneer het toezicht in gaat. Frankrijk wilde alle banken onder Europees toezicht plaatsen, terwijl Duitsland lange tijd helemaal tegen Europees toezicht was[3].

Medio december 2012 zijn de ministers van Financiën van de 27 EU-landen het eens geworden[4]. In eerste instantie vallen circa 200 grote banken, met een balanstotaal van meer dan € 30 miljard, onder het nieuwe toezicht waaronder ook de Nederlandse banken ING Groep, Rabobank, ABN Amro en SNS Reaal[4].

Organisatie van de werkzaamheden[bewerken]

Mario Draghi, de huidige president van de ECB.

Raad van Bestuur[bewerken]

De Raad van Bestuur (Governing Council) is het hoogste besluitvormingsorgaan van de Europese Centrale Bank. De Raad bestaat uit de zes leden van de Directie en de zeventien presidenten van de centrale banken uit de eurozone. De president van de ECB is tevens de voorzitter. De Raad van Bestuur vergadert in de regel tweemaal per maand. Tijdens de vergadering die doorgaans plaatsvindt op de eerste donderdag van de maand, worden de belangrijkste rentetarieven vastgesteld.

Directie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Directie van de Europese Centrale Bank voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Directie (Executive Board) van de Europese Centrale Bank bestaat uit de president en vicepresident van de ECB en vier andere leden. Deze worden in onderlinge overeenstemming benoemd door de staatshoofden en regeringsleiders van de landen die tot de eurozone behoren. Tenminste drie van de zes bestuurders dienen uit Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje afkomstig te zijn.

De Directie is belast met de tenuitvoerlegging van het monetair beleid dat door de Raad van bestuur is vastgesteld. De Directie bereidt daarnaast de vergaderingen van de Raad van bestuur voor en is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de ECB.

De eerste president van de ECB was Wim Duisenberg. Deze is eind 2003 opgevolgd door Jean-Claude Trichet. Mario Draghi volgde Jean-Claude Trichet op 1 november 2011 op. De eerste vicepresident was de Fransman Christian Noyer. Op 14 april 2002 werd de president van de Griekse Centrale Bank, Loukas Papadimos, door de Europese ministers van Financiën gekozen tot nieuwe vicepresident. Sinds 2009 is de Portugees Vítor Constâncio vicepresident. De vier andere huidige leden van het bestuur zijn de Belg Peter Praet,[5], de Fransman Benoît Cœuré en de Duitse Sabine Lautenschläger als opvolger van Jörg Asmussen.

Na het aftreden van de Spanjaard José Manuel González Páramo ontstond in juni 2012 een vacature. De Europese leiders kunnen het echter niet eens worden over een opvolger. De Noord-Europeanen wilden de Luxemburger Yves Mersch, de Zuid-Europeanen, met name de Spaanse minister-president Mariano Rajoy, stonden op een Spanjaard. Na enige tijd kwam de discussie in feministisch vaarwater. De Luxemburger Yves Mersch werd in oktober 2012 door het Europees Parlement afgewezen omdat hij geen vrouw is. Tijdens de Europese top van 22-23 november in Brussel werd Mersch door de Europese regeringsleiders, tegen de wil van het Europees Parlement in, alsnog benoemd.

Algemene Raad[bewerken]

De Algemene Raad (General Council) is het derde besluitvormingsorgaan van de Europese Centrale Bank. De Raad bestaat uit de president en vicepresident van de ECB en de 27 presidenten van de nationale centrale banken van de lidstaten van de Europese Unie. De Algemene raad levert een bijdrage aan de adviserende en coördinerende taken van de ECB en aan de voorbereidingen met het oog op een eventuele uitbreiding van de eurozone.

Monetaire beleidsinstrumenten[bewerken]

De Raad van Bestuur stelt maandelijks de rentetarieven vast waartegen handelsbanken geld (dus liquide middelen) kunnen lenen bij de centrale bank. Het belangrijkste rentetarief is de refirente (Engels: main refinancing rate of minimum bid rate), de rente die banken minimaal moeten betalen als zij geld lenen van het eurosysteem in de zogenaamde open-markttransacties. De belangrijkste open-markttransactie is de 'basis-herfinancieringstransactie' (Engels: main refinancing operation). Deze vindt eenmaal per week plaats en heeft een looptijd van één week. In alle operaties waarbij banken geld lenen van de ECB, moet men onderpand geven, bijvoorbeeld in de vorm van staats- of bedrijfsobligaties. De open-markttransacties vinden (in normale tijden) plaats in de vorm van veilingen (tenders) waarbij banken, via de nationale centrale bank in het land waar ze gevestigd zijn, aangeven hoeveel ze willen lenen en welke rente ze bereid zijn daarvoor te betalen, met de refirente als ondergrens (vandaar dat het ook wel de 'minimum bid rate' wordt genoemd). De ECB maakt een lijst van deze biedingen, met het beste bod bovenaan. Vervolgens wordt de liquiditeit die men maximaal wil toedelen, toebedeeld aan de hand van deze lijst (de beste biedingen het eerst).

Omdat de banken in het eurogebied voor hun behoefte aan liquiditeit afhankelijk zijn van het geld van het eurosysteem/de ECB (mede vanwege een ander monetair beleidsinstrument, namelijk de minimumreserveplicht) en dus van deze open-markttransacties, beïnvloeden de tarieven van de ECB in belangrijke mate de tarieven op de geldmarkt.

Naast deze refirente stelt de Raad van Bestuur maandelijks ook het tarief vast voor de depositorente (deposit facility, de rente die banken vergoed krijgen als ze 'overnight' een teveel aan liquiditeit bij de ECB willen stallen) en het tarief voor de marginale beleningsrente (marginal lending facility, de rente die banken moet betalen als ze 'overnight' geld willen lenen bij de ECB). Het tarief voor de 'deposit facility' ligt doorgaans één procentpunt onder de refirente, het tarief voor 'marginal lending facility' ligt doorgaans één procentpunt boven de refirente. Deze tarieven vormen respectievelijk de bodem en het plafond voor de tarieven op de geldmarkt.

Naam ECB in diverse talen[bewerken]

De naam van de ECB wordt in de verschillende Europese talen anders afgekort:

  • BCE: Banque Centrale Européenne, Banco Central Europeo, Banca Centrale Europea, Banco Central Europeu
  • ECB: European Central Bank, Europæiske Centralbank, Europese Centrale Bank, Europeiska Centralbanken, Evropská Centrální Banka, Eiropas Centrālā Banka
  • EZB: Europäische Zentralbank
  • ΕΚΤ: Ευρωπαΐκή Κεντρική Τράπεζα
  • EKP: Euroopan Keskuspankki
  • EBC: Europejski Bank Centralny
  • EKB: Európai Központi Bank
  • ЕЦБ: Европейската Централна Банка
  • BĊE: Bank Ċentrali Ewropew
  • ESB: Europska Središnja Banka

Deze afkortingen zijn ook allemaal terug te vinden op de eurobiljetten.

Rol van ECB bij de Europese staatsschuldencrisis[bewerken]

Sedert juli 2009 is de ECB ook betrokken bij het opkopen van obligaties van landen zoals Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje, Italië alsmede leningen van hypotheekbanken in de landen. Het gaat daarbij om grote bedragen. Op 13 augustus 2011 werd er bijvoorbeeld voor een recordbedrag van 22 miljard euro aangekocht in een poging om de stijgende rente voor die landen de kop in te drukken. Per 17 februari 2012 had de ECB voor € 283 miljard aan dergelijke leningen in portefeuille.

Diverse grootschalige beleidsaanpassingen in 2010 en 2011[bewerken]

In de context van de Europese staatsschuldencrisis voerde de ECB een aantal opmerkelijke beleidswijzigingen door, die volgens analisten soms op gespannen voet stonden met in elk geval de strekking van de statuten van de ECB.[6] Zo werden de eisen gesteld aan in onderpand gegeven leningen diverse malen versoepeld, en werd voor aanzienlijk langere termijnen geld geleend aan Europese banken. In november 2011 werd (overigens met gelijktijdige aflossing van een hoeveelheid aflopende leningen) € 489 miljard voor 3 jaar aan banken geleend ("Long Term Refinancing Operation") tegen een rente gelijk aan de "refi rate". De onmiddellijke aanleiding was de op dat moment bestaande crisis rond de Italiaanse staatsfinanciën (die tevens leidde tot het aftreden van premier Berlusconi), die had geleid tot zeer sterke koersdalingen van Italiaanse staatsleningen. Het effect ervan was zeer positief. Op 29 februari 2012 volgde een tweede soortgelijke LTRO.[7]

Het opkopen van Griekse staatsleningen in 2010 leidde in februari 2012 tot complicaties toen de private crediteuren van Griekenland verzocht c.q. genoopt werden tot een gedeeltelijke kwijtschelding ("haircut") op hun bezittingen, en omwisseling van het restant in leningen met een fors lagere marktwaarde. De ECB wenste daaraan niet mee te werken, aangezien dit een vorm van financiering van overheden zou impliceren die in strijd met hun statuten zou zijn. De ECB wisselde zijn leningen in voor formeel nieuwe leningen met overigens dezelfde modaliteiten, doch andere ISIN-codes (gestandaardiseerde identificatienummers).

Juli 2012: aankondiging bereidheid tot desnoods omvangrijke steunverlening[bewerken]

Nadat de rendementsverschillen ("spreads") tussen perifere staatsleningen (vooral Spaanse) en Duitse staatsleningen in enkele weken sterk waren gestegen, tot een zodanig niveau dat gerede twijfel ontstond over de houdbaarheid van met name de Spaanse staatsschuld, zei de heer Draghi op 26 juli 2012 op een lezing in Londen dat de ECB bereid was om "alles te doen" om de euro in stand te houden:[8]

"Within our mandate, the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro. And believe me, it will be enough."

Hierna daalden deze spreads aanzienlijk.

Referenties[bewerken]

  1. DNB Jaarverslag 2012, p. 148
  2. a b c d e f Kamerbrief: Europees toezichtmechanisme voor banken en directe herkapitalisatie door het ESM, 8 oktober 2012 klik hier voor document, geraadpleegd op 13 december 2012
  3. De Standaard: Europa blijft hopen op eengemaakt bankentoezicht tegen Nieuwjaar, 13 november 2012, geraadpleegd op 13 december 2012
  4. a b Volkskrant: Akkoord bankentoezicht 'van onschatbare waarde' en 'kerstcadeau voor heel Europa, 13 december 2012 klik hier voor artikel, geraadpleegd op 13 december 2012
  5. per 1 juni 2011 als opvolger van de Oostenrijkse Gertrude Tumpel-Gugerell.
  6. In september 2011 leidde dit ertoe dat ECB-bestuurder Stark ontslag nam, officieel om persoonlijke redenen maar naar algemeen werd aangenomen -en hij later ook toegaf- omdat hij zich niet met het beleid van de ECB kon verenigen.
  7. http://www.dnb.nl/nieuws/nieuwsoverzicht-en-archief/dnbulletin-2012/dnb270567.jsp
  8. (en) Verbatim of the remarks made by Mario Draghi at the Global Investment Conference in London, 26 July 2012

Externe link[bewerken]


Euro
Hoofdpagina's: Euro · Euromunten · Eurobankbiljetten · Eurozone · Euroteken · Euro-herdenkingsmunt · Herdenkingsmunten van € 2 · Meerwaardeherdenkingsmunten
Gerelateerde pagina's: Ding flof bips · Eonia · Euribor · ECB · Sms ff bondige clips · Stabiliteits- en Groeipact
Geschiedenis: Europees Monetair Systeem (I: ECU, II: WKM, III: WKM II, IV: EMU) · Europees Monetair Instituut · Invoering van de euro
Eurozone: EU: België · Cyprus · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Griekenland · Ierland · Italië · Letland · Luxemburg · Malta · Nederland · Oostenrijk · Portugal · Slovenië · Slowakije · Spanje
Niet-EU: Andorra · Monaco · San Marino · Vaticaanstad
EU-lidstaten die euro gaan invoeren: Bulgarije · Hongarije · Litouwen · Polen · Roemenië · Tsjechië · Zweden
Overige: EU: Denemarken · Verenigd Koninkrijk
Niet-EU: Kosovo · Montenegro
Pre-Euro munteenheden: ECU · Belgische frank · Cypriotische pond · Duitse mark · Estische kroon · Finse mark · Franse frank · Griekse drachme · Iers pond · Italiaanse lire · Letse lats · Luxemburgse frank · Maltese lire · Monegaskische frank · Nederlandse gulden · Oostenrijkse schilling · Portugese escudo · San Marinese lire · Sloveense tolar · Slowaakse kroon · Spaanse peseta · Vaticaanse lire
Resterende munteenheden ERM II: Deense kroon · Litouwse litas
Resterende munteenheden EU: Brits pond · Bulgaarse lev · Hongaarse forint · Poolse złoty · Roemeense leu · Tsjechische kroon · Zweedse kroon