Europese Ombudsman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Europese Unie

Dit artikel maakt deel uit van de serie:
Politiek en overheid van
de Europese Unie


Pijlers van de EU
Pijler I: Europese Gemeenschappen
Pijler II: Gemeenschappelijk Buitenlands
en Veiligheidsbeleid

Pijler III: Politiële en Justitiële Samenwerking
in Strafzaken

Politieke instellingen
Raad van de EU en Europese Raad
Voorzitter: Slovenië
Europees Parlement
Voorzitter: Hans-Gert Pöttering
Verkiezingen: 1999, 2004 , 2007
Europese Commissie
Voorzitter: José Barroso
Commissie-Barroso

Hof van Justitie van de EU
Hof van Justitie
Gerecht van eerste aanleg

Financiële lichamen
Europese Centrale Bank
Europese Investeringsbank
Europees Investeringsfonds

Andere lichamen
Controlerende lichamen
Europese Rekenkamer
Europese Ombudsman
Adviserende lichamen
Economisch en Sociaal Comité
Comité van de Regio's
Agentschappen van de EU

Europees recht
Verdragen
Acquis communautaire
Wetgevingsprocedures

Gerelateerde onderwerpen
Europese politieke partijen
euro, Economische en Monetaire Unie
en Eurozone
Uitbreiding van de Europese Unie
Schengenakkoorden

Portaal PolitiekPortaal Europese Unie

De functie van Europese Ombudsman is in het leven geroepen in het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht). De huidige Europese ombudsman is Nikiforos Diamandouros, uit Griekenland. De Europese ombudsman bestaat sinds 1995.

Overeenkomstig de verdragen zijn de status en de algemene voorwaarden voor het uitoefenen van het ambt van ombudsman vastgesteld door een besluit van het Europees Parlement op 9 maart 1994, nadat de Europese Commissie was geraadpleegd en de Raad zijn goedkeuring had verleend.

Inhoud

[bewerk] Zetel en benoeming

De ombudsman wordt na elke verkiezing van het Europees Parlement voor een ambtsperiode van vijf jaar benoemd, overeenkomstig de zittingsduur van het Parlement. De ombudsman kan worden herbenoemd. De zetel van de ombudsman bevindt zich in het Europees Parlement in Straatsburg. Hij wordt bijgestaan door een secretariaat, waarvoor hij de hoofdverantwoordelijke benoemt.

De ombudsman oefent zijn ambt volledig onafhankelijk en onpartijdig uit. Hij vraagt of accepteert geen enkele instructie van een regering of een instelling. Bovendien mag hij gedurende zijn ambtsperiode geen andere, al dan niet bezoldigde beroepsmatige activiteit uitvoeren.

De ombudsman bekleedt zijn functie tot op het moment dat zijn ambtsperiode afloopt of dat hij al dan niet vrijwillig zijn ambt neerlegt. Indien hij zijn werkzaamheden als ombudsman vroegtijdig beëindigt, wordt zijn opvolger binnen een termijn van drie maanden (te rekenen vanaf het moment waarop de vacature vrijkomt) benoemd voor de resterende periode tot aan het einde van de ambtsperiode.

Als de ombudsman niet aan de voorwaarden voldoet die aan het uitoefenen van zijn ambt zijn gesteld of een ernstige fout begaat, kan hij op verzoek van het Europees Parlement demissionair worden verklaard door het Hof van Justitie.

[bewerk] Taken

De ombudsman is bevoegd om klachten in behandeling te nemen van elke burger uit de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon die in een lidstaat is gevestigd of aldaar zijn statutaire zetel heeft.

Hij zet zich in om gevallen van slecht beheer bij het optreden van communautaire instellingen of organen aan het licht te brengen, met uitzondering van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg bij het uitoefenen van hun gerechtelijke taken.

De ombudsman treedt dus op als bemiddelaar tussen de burger en de communautaire overheid. Hij heeft het recht om aanbevelingen te doen bij de communautaire instellingen en kwesties aan het Parlement voor te leggen, zodat dit zo nodig in het geval van slecht beheer de politieke consequenties kan trekken.

[bewerk] Organisatie van de werkzaamheden

Een klacht die bij de Europese ombudsman wordt ingediend, moet in behandeling worden genomen binnen twee jaar na de datum waarop de klager kennis heeft genomen van de feiten waardoor de klacht wordt gerechtvaardigd. Daarnaast moeten voor de klacht eerst de juiste administratieve procedures zijn doorlopen bij de betreffende instellingen en organen. De klacht wordt niet ontvankelijk verklaard indien de aangevoerde feiten deel uitmaken of hebben uitgemaakt van een gerechtelijke procedure.

Bovendien moet elke klacht die bij de Europese ombudsman wordt ingediend zijn voorzien van het beoogde doel en de identiteit van de persoon van wie de klacht afkomstig is. De indiener kan echter wel verzoeken om de klacht vertrouwelijk te behandelen. Zo nodig kan de ombudsman de indiener adviseren om zich tot een andere autoriteit te richten.

De ombudsman verricht op eigen initiatief of naar aanleiding van een klacht al het onderzoek dat hij gerechtvaardigd acht om elk mogelijk geval van slecht beheer te achterhalen. Hij informeert de betreffende instellingen of organen, die daarop kunnen reageren. Bovendien zijn de communautaire instellingen en organen gehouden om hem de verzochte informatie te verstrekken en hem toegang tot de betreffende dossiers te geven. Ze kunnen dit pas weigeren als ze steekhoudende argumenten voor geheimhouding kunnen aanvoeren.

Indien de ombudsman een geval van slecht beheer heeft vastgesteld, maakt hij de betreffende instelling hierop attent door voorlopige aanbevelingen te doen. De beoogde instelling heeft vervolgens drie maanden de tijd om hem een uitgebreid verslag te doen toekomen. De ombudsman stuurt vervolgens een verslag naar het Europees Parlement en de betreffende instelling. De indiener van de klacht wordt ook geïnformeerd over het resultaat van dit onderzoek.

Jaarlijks dient de ombudsman een verslag in bij het Europees Parlement over de resultaten van zijn onderzoeken.

[bewerk] Ombudsmannen in het verleden

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Externe link

http://www.euro-ombudsman.eu.int/home/nl/default.htm

 
Persoonlijke instellingen