Europese Parlementsverkiezingen 1999

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Europese verkiezingen

  • 1979 1e verkiezingen
  • 1981 tussentijdse verkiezingen
  • 1984 2e verkiezingen
  • 1987 tussentijdse verkiezingen
  • 1989 3e verkiezingen
  • 1994 4e verkiezingen
  • 1995 tussentijdse verkiezingen
  • 1999 5e verkiezingen
  • 2001 tussentijdse verkiezingen
  • 2004 6e verkiezingen
  • 2007 tussentijdse verkiezingen
  • 2009 7e verkiezingen
  • 2014 8e verkiezingen

In 1999 vonden verkiezingen plaats voor de leden van het Europees Parlement. Er waren toen 626 zetels te verdelen.

De Europese Volkspartij werd Europa-breed de winnaar van de verkiezingen. De PES die daarvoor de grootste fractie in het parlement bezetten, kwamen op de tweede plaats.

Inhoud

[bewerken] Aantal zetels per land

Land Zetels Land Zetels
Vlag van Duitsland Duitsland 99 Vlag van Griekenland Griekenland 25
Vlag van het Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk 87 Vlag van Zweden Zweden 22
Vlag van Frankrijk Frankrijk 87 Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 21
Vlag van Italië Italië 87 Vlag van Denemarken Denemarken 16
Vlag van Spanje Spanje 64 Vlag van Finland Finland 16
Vlag van Nederland Nederland 31 Vlag van Ierland Ierland 15
Vlag van België België 25 Vlag van Luxemburg Luxemburg 6
Vlag van Portugal Portugal 25

[bewerken] Uitslag Nederland

In 1999 vonden de verkiezingen in Nederland plaats op 10 juni. De opkomst was laag, namelijk 29,9 procent, tegen 47 procent voor gans Europa. Dit werd waarschijnlijk veroorzaakt door het net gevallen paarse kabinet Kok II. De partijen profileerden zich nauwelijks op Europese thema's.

Er deden in Nederland elf partijen mee: CDA, Centrumdemocraten (CD), D66, de Europese Partij, Europees Verkiezers Platform Nederland, GroenLinks, Lijst Luc Sala, PvdA, RPF/SGP/GPV, SP en VVD.

GroenLinks was in 1999 de grote winnaar, want de partij groeide van één naar vier zetels. Verliezers waren de PvdA (van 8 naar 6 zetels), D66 (van 4 naar 2 zetels) en het CDA (van 10 naar 9 zetels). De drie kleine christelijke partijen RPF/SGP/GPV wonnen een zetel en gingen van 2 naar 3 zetels. De Socialistische Partij kwam voor het eerst in het Europese Parlement met één zetel (bezet door Erik Meijer). De VVD bleef gelijk met zes zetels.

Twee personen kwamen met voorkeurstemmen in het parlement, Maria Martens van het CDA en Toine Manders van de VVD.


Partij Europese partij Percentage Zetels (+/-)
CDA EVP-ED 26,9% 9 (-1)
PvdA PES 20,1% 6 (-2)
VVD ELDR 19,6% 6 (0)
GroenLinks 11,8% 4 (+3)
CU/SGP EDD 8,8% 3 (+1)
D66 ELDR 5,8% 2 (-2)
SP EUL/NGL 5,1% 1 (+1)
Overig 1,8%
Totaal 31 (0)

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe link


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen