Europese interne markt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Europese interne markt (ook wel eengemaakte, gemeenschappelijke markt, Europese binnenmarkt of eenheidsmarkt genoemd) is de grootste interne markt ter wereld. Het is een ruimte zonder binnengrenzen, waarbinnen economische productiefactoren (goederen, personen, diensten en kapitaal) zich vrij kunnen bewegen[1] en omvat een regime dat verzekert dat de mededinging niet wordt vervalst.[2]

De EU vormt samen met IJsland, Liechtenstein en Noorwegen (verenigd in de Europese Vrijhandelsassociatie) de Europese Economische Ruimte. Ook Zwitserland heeft bilaterale afspraken met de EU.

De interne markt is gegrondvest op artikel 3 van het EU-verdrag. De vrijheid van de productiefactoren komt als volgt tot uitdrukking in dat verdrag.

Vrijheid van goederenverkeer[bewerken]

De vrijheid van goederenverkeer is in het EU-werkingsverdrag geregeld in het titel II van het derde deel van het Werkingsverdrag en met name in artikel 30 (heffingen), de artikelen 34, 35 en 36 (kwantitatieve beperkingen) en daarnaast nog 110 Wv (belastingen). De Europese binnengrenzen voor goederenvervoer zijn op 1 januari 1994 komen te vervallen.

Heffingen[bewerken]

In- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking op goederen zijn op grond van artikel 30 van het Werkingsverdrag verboden tussen lidstaten van de Europese Unie. Onder heffingen van gelijke werking moet volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie worden verstaan een eenzijdig opgelegde geldelijke last die wordt opgelegd vanwege grensoverschrijding van goederen.

Belastingen[bewerken]

Op grond van artikel 110 Werkingsverdrag mogen de lidstaten van de EU op goederen die afkomstig zijn uit andere lidstaten geen hogere belastingen heffen dan over gelijksoortige nationale producten worden geheven. Bovendien mogen de belastingen op producten uit andere lidstaten ook de andere producties uit de belastingheffende lidstaat niet zijdelings beschermen. Een voorbeeld waarbij de vraag speelt of een Nederlandse belasting in strijd is met artikel 110 Werkingsverdrag is de heffing van BPM, in het bijzonder vanwege de forfaitair bepaalde vermindering van de heffingsgrondslag indien een tweedehands auto, afkomstig uit een andere lidstaat, in Nederland wordt geregistreerd. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak C-393/98 (Gomes Valente). Arrest HvJ EG en conclusie van de A-G. Wat betreft de oude forfaitaire vermindering van de heffingsgrondslag voor de BPM van ingevoerde tweedehands auto's heeft de Hoge Raad der Nederlanden overigens beslist dat deze regeling strijdig was met artikel 110 Wv. Arrest HR.

Kwantitatieve beperkingen[bewerken]

Kwantitatieve invoerbeperkingen en alle maatregelen van gelijke werking als een kwantitatieve beperking zijn op grond van artikel 34 van het Werkingsverdrag verboden tussen lidstaten van de EU. Een kwantitatieve beperking is een regel die de hoeveelheid te importeren goederen in een lidstaat beperkt, invoerverboden daaronder begrepen. Onder een maatregel van gelijke werking wordt verstaan een maatregel die weliswaar niet beoogt de hoeveelheid te beperken, maar die wel dat effect sorteert. Sinds het arrest Dassonville geldt "iedere handelsregeling der lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren" als maatregel van gelijke werking. Op deze zeer ruime interpretatie is in het Keck-arrest (1993) de nuancering aangebracht dat eisen aan verkoopmodaliteiten niet als maatregel van gelijke werking gelden. Kwantitatieve uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking zijn verboden op grond van artikel 35 van het Werkingsverdrag.

Rechtvaardigingsgronden[bewerken]

Op grond van artikel 36 van het Werkingsverdrag kunnen kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking gerechtvaardigd zijn. Deze rechtvaardiging moet zijn gegrond op de openbare zedelijkheid (bijvoorbeeld invoer pornografische artikelen, aldus HvJ EG, zaak 34/79 (Henn)), de openbare orde/veiligheid, de gezondheid (bijvoorbeeld invoer van goederen waaraan vitaminen zijn toegevoegd, aldus HvJ EG, zaak 172/84 (Sandoz)), of de bescherming van historisch/archeologisch erfgoed. Voorwaarde is wel dat de maatregelen geen middel tot willekeurige discriminatie vormen.
Naast de expliciete rechtvaardigingsgronden uit artikel 36 wordt vanaf het arrest Cassis de Dijon (1979) door het Hof erkend dat ook er ook andere gronden voor kwantitatieve beperkingen mogelijk zijn. Het moet daarbij echter wel gaan om "beperkingen zonder onderscheid", dat wil zeggen dat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen producten van binnenlandse en buitenlandse herkomst. Dit is een strengere eis dan de voorwaarde van art. 36 Wv die slechts willekeurige discrimatie en niet alle discriminatie verbiedt. In het algemeen geldt dat de beperkende maatregelen bovendien evenredig moeten zijn. Dat betekent dat ze geschikt moeten zijn om het nagestreefde doel (bijvoorbeeld openbare orde te bereiken) en daarenboven dat ze noodzakelijk moeten zijn. Dat betekent dat maatregelen niet gerechtvaardigd zijn indien met minder ingrijpende maatregelen eenzelfde effect bereikt zou kunnen worden. Zie onder andere het arrest Gebhard.

Vrijheid van werknemersverkeer[bewerken]

Volgens artikel 45 van het Werkingsverdrag geldt in de Europese Unie een vrij verkeer van werknemers. Het relevante secundaire EU-recht op dit gebied kan worden gevonden in:

  • Verordening 1612/68[3]
  • Richtlijn 68/360[4]
  • Richtlijn 64/221[5]
  • Richtlijn 2004/38 (Burgerschapsrichtlijn)[6]

Werknemer[bewerken]

Een werknemer is eenieder die gedurende een bepaalde tijd voor een ander in een verhouding van ondergeschiktheid prestaties levert en daarvoor een vergoeding ontvangt. Niet van belang is of er formeel ook een arbeidscontract is.

Discriminatie[bewerken]

Iedere werknemer is gerechtigd in andere lidstaten van de EU arbeid in loondienst te aanvaarden en te verrichten. Elke discriminatie op grond van nationaliteit van de EU-burger is verboden. Het meest bekende voorbeeld van een arrest van het HvJ EG op dit punt is wel het Bosman-arrest (zaak C-415/93). In dit arrest oordeelde het HvJ EG dat de transferregels voor voetballers weliswaar niet discriminatoir waren, maar dat deze regels wel een sterke beperking van de vrijheid van werknemersverkeer tot gevolg hadden. Bijgevolg werden deze transferregels in strijd geacht met het vrije verkeer. Niet van belang werd geacht dat de transferregels door een private instelling waren opgesteld.

Uitzonderingen verbod beperkingen[bewerken]

  • Artikel 45 Werkingsverdrag is niet van toepassing op ambtenaren (art. 45 lid 4)
  • Openbare orde/veiligheid
  • Gezondheid.

Deze uitzonderingen moeten strikt worden uitgelegd.

Vrijheid van diensten[bewerken]

Het verbod op beperkingen van de vrijheid van dienstenverkeer is geregeld in artikel 56 van het Werkingsverdrag. De vrijheid is gericht op zowel de dienstverlener, de dienstontvanger (beide voor zover EU-burger), als de dienst als zodanig.

Vrijheid van vestiging[bewerken]

De vrijheid van vestiging is geregeld in artikel 49 Werkingsverdrag en regelt dat vrije ondernemers, bedrijven en mensen die een zelfstandig beroepsbeoefenaar zijn niet mogen worden beperkt in de vestiging in een andere lidstaat. Het Hof heeft in de zaak Gebhard overwogen dat hiervoor wel een duurzaam verblijf voorondersteld wordt.

Verschil goederen en diensten[bewerken]

Goederen zijn alle waren die waardeerbaar zijn op geld en als zodanig het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen (HvJ EG, zaak 7/68 (Commissie tegen Italië)). Het verschil tussen goederen en diensten is, dat een goed stoffelijk is van aard, terwijl een dienst onstoffelijk is.

Toegelaten beperkingen[bewerken]

De openbare orde/veiligheid en volksgezondheid kunnen een eventuele beperking van de vrijheid van vestiging/diensten rechtvaardigen (artikelen 52 en 62 Werkingsverdrag).

Vrijheid van kapitaal[bewerken]

Artikel 63 van het Werkingsverdrag regelt het verbod op beperkingen in de vrijheid van kapitaalverkeer. Het betreft zowel kapitaalverkeer tussen lidstaten, als lidstaten met derde-landen. Derde-landen zijn landen die niet tot de EG behoren. Onder deze vrijheid wordt ook begrepen de vrijheid ten aanzien van investeringen.

Kapitaal (begrip)[bewerken]

Onder kapitaal moet worden verstaan:

Toegelaten beperkingen[bewerken]

Het is toegelaten de vrijheid van kapitaal te beperken omwille van de openbare orde en openbare veiligheid.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Artikel 26, tweede lid, van het Werkingsverdrag.
  2. Protocol nr. 27 betreffende de interne markt en de mededinging, gehecht aan het EU-verdrag en Werkingsverdrag.
  3. Tekst verordening 68/1612
  4. Tekst richtlijn 68/360
  5. Tekst richtlijn64/221
  6. Tekst richtlijn 2004/38