Europese verordening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een Europese verordening is een wetgevend instrument van de Europese Unie.

De verordening kent haar oorsprong in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Een verordening heeft een algemene strekking. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

De verordening is rechtstreeks van toepassing, wat betekent dat zij rechtstreeks recht schept dat in alle EU-lidstaten dezelfde kracht heeft als het nationale recht, zonder dat nationale instanties daarvoor iets hoeven te doen.

De verordening adstrueert het supranationale karakter van de Europese Unie. Dit omdat een lidstaat van de EU, nadat een verordening is uitgevaardigd, de bevoegdheid verliest bindende voorschriften uit te vaardigen over het rechtsgebied waarop de verordening betrekking heeft.

Verdragsrechtelijke definitie[bewerken]

Een verordening heeft een algemene strekking, is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat (artikel 288, tweede alinea, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).

Algemene strekking[bewerken]

Onder algemene strekking wordt verstaan dat de verordening een onpersoonlijk, niet-geïndividualiseerd karakter heeft. Zij is toepasselijk op meerdere rechtssituaties en is geldend voor alle rechtssubjecten (burgers, bedrijven, lidstaten, EU-instellingen). In termen van de Nederlandse wetgevingsinstrumenten laat de EU-verordening zich het best vergelijken met een wet in materiële zin.

Verbindendheid in al haar onderdelen[bewerken]

Dat een verordening verbindend is in al haar onderdelen geeft het onderscheid weer tussen de verordening en de richtlijn als wetgevingsinstrument. In tegenstelling tot de verordening dient een richtlijn eerst door de lidstaten te worden omgezet in nationale wetgeving. Omdat een verordening niet door de lidstaten mag worden getransformeerd in nationale wetgeving, leidt een verordening in alle lidstaten van de Unie per definitie tot een gelijk resultaat.

Rechtstreekse toepasselijkheid[bewerken]

De rechtstreekse toepasselijkheid van een verordening impliceert dat EU-verordeningen rechtstreekse werking hebben. Een verordening is een bron waaraan rechtssubjecten in de Unie direct hun rechten en plichten ontlenen, zonder dat de verordening eerst door de lidstaten in nationale wetgeving moet worden omgezet.