Evangelie naar Filippus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Evangelie naar Filippus (NH II.3) maakt deel uit van een verzameling geschriften -Koptische codices- die in 1945 is gevonden bij Nag Hammadi in Egypte. Deze geschriften bevatten in totaal 52 verschillende teksten, verdeeld over 13 papyrusboeken. Het Evangelie van Filippus bevindt zich samen met het Evangelie van Thomas en nog vijf andere werken in de tweede band.

De koptische versie is waarschijnlijk vertaald uit het Grieks, maar de auteur zal ook kennis gehad hebben van het Aramees. Men neemt aan dat het stamt uit Syrië. De verwantschap met Valentiniaans-gnostische concepten is een reden om het Griekse origineel te dateren in de tweede helft van de tweede eeuw of op z'n laatst vroeg in de derde eeuw.

Inhoud[bewerken]

De tekst bevat vooral een reeks spreuken en noemt slechts een keer de apostel Filippus (logion 91). Een bijzondere rol legt het weg voor Maria en Maria Magdalena. In de tekst speelt het bruidsvertrek een grote rol. Het doel van de komst van Christus, aldus het boekwerk, is het herenigen van 'Adam' en 'Eva'. De scheiding van Eva uit Adam wordt als oorzaak van alle kwaad gezien omdat daarmee de van oorsprong androgyne mens Adam beroofd werd van zijn ziel, Eva. Zoals man en vrouw zich in het bruidsvertrek verenigen, zo verenigt ook Christus 'Adam' en 'Eva' in het spirituele bruidsvertrek, symbool van de hereniging van de mens met zijn godsvonk.