Evangelie volgens Marcus
| Marcus | ||
| De Evangelist Marcus | ||
| Auteur | Johannes Marcus | |
| Tijd | 66-73 | |
| Taal | Grieks | |
| Categorie | evangelie | |
| Hoofdstukken | 16 | |
| Vorige boek | Matteus | |
| Volgende boek | Lucas | |
Het Evangelie volgens Marcus (vaak kortweg Marcus genoemd) is het tweede evangelie in het Nieuwe Testament. Het is een van de drie synoptische evangeliën. Het bevat 16 hoofdstukken en is daarmee het kortste van de vier evangeliën. Het evangelie werd geschreven in het Koinè-Grieks.
Inhoud |
[bewerken] Auteur
De tekst van het evangelie bevat zelf geen opgave van de naam van de auteur. Echter, Papias (2de eeuw n.C.) schreef het werk toe aan Marcus. De auteur werd lange tijd vereenzelvigd met de figuur van Johannes Marcus die in de Handelingen der Apostelen en in de brief van Paulus aan Filemon, de brief aan de Kolossenzen en de eerste Petrusbrief, vermeld wordt. Volgens de traditie was hij eerst gezel van Paulus geweest en later tolk van Petrus. Deze traditie gaat terug op Papias (Frag 2,15) die het had van Johannes de Oudste. De overleveringen van de anti-Marcionitische proloog van Marcus en van Irenaeus (tegen de ketterijen, 3.1.1) bevestigen deze traditie, maar zijn mogelijk niet onafhankelijk.
Een aantal toonaangevende exegeten van vandaag verwerpen deze traditionele identificatie echter en houden het eerder bij een anonieme christen. In elk geval was de auteur van het Marcusevangelie zelf geen ooggetuige van de feiten, maar baseerde hij zich op overlevering. De hoeksteen van zijn evangelie vormde de traditie (of reeds een geschreven bron) over de passie van Jezus, waaraan Marcus andere gegevens uit de Jezustraditie toevoegde. Aan het geheel gaf hij een sterke literair-theologische structuur mee.[1]
Sinds de tijd van Clemens van Alexandrië hebben theologen aangenomen dat het in Rome geschreven is, hoewel ook Antiochië als mogelijke plaats wordt genoemd. Het Evangelie veronderstelt Alexander en Rufus, de zonen van Simon van Cyrene die Christus’ kruis droeg, bekend (H 15:21). In de gemeente te Rome was een Rufus aanwezig (Romeinen 16:13) en als dat dezelfde is, is er een extra argument voor Rome. Als deze Simon dezelfde is als in Handelingen 13:1 pleit dit voor Antiochië.[2]
[bewerken] Doelgroep
Joodse namen en Aramese uitdrukkingen[3] en Joodse gebruiken[4] worden in dit evangelie altijd zorgvuldig verklaard, wat op een niet-Joodse doelgroep wijst. Ook bevat dit evangelie relatief weinig verwijzingen naar en citaten uit het Oude Testament. Deze referenties zouden voor Joden juist van belang zijn geweest.
Het gebruik van een aantal Latijnse woorden (dat niet in de andere evangeliën voorkomt[5]) wijst op een doelgroep en/of omgeving van de schrijver met sterk Romeinse trekken. Dit stemt overeen met verklaringen van oude kerkvaders, dat Marcus zijn evangelie in Rome voor de christenen uit de heidenen schreef. Ook worden plaatsen als Antiochië in Syrië of Egypte geopperd.
[bewerken] Tekst
Als het het fragment 7Q5 van de Dode Zeerollen niet afkomstig is uit dit Evangelie, is de oudste getuige van de tekst Papyrus 45 (derde eeuw). Andere belangrijke handschriften zijn Papyrus 84, Papyrus 88 en de grote Codices. Het belangrijkste probleem met de tekst is hoofdstuk 16 vanaf vers 8, het slot. De laatste twaalf verzen (9 tot 20; deze beschrijven een opgestane Jezus) komen namelijk niet voor in de oudste manuscripten. Jongere manuscripten hebben wel een slot, maar hier zijn verschillende versies (een lange een korte) van. Voor beide is er slechts bewijs in de jongere handschriften. De vraag is dus of hoofdstuk 16 vanaf vers 8 wel deel van het oorspronkelijke evangelie vormt, of een latere toevoeging is; en dit Evangelie dan dus origineel met het lege graf sloot.
[bewerken] Datering
Het Marcusevangelie wordt door de meerderheid van bijbelwetenschappers gedateerd tussen 66 en 73. Deze tijdsvork heeft te maken met de grote Joodse Oorlog, waarvan de meesten menen dat Marcus er weet van heeft aangezien hij een specifieke voorspelling van Jezus (die lijkt betrekking te hebben op deze oorlog) onderlijnt. Anderen -voornamelijk Christelijke theologen- dateren het boek rond 55[6]. Voor aanhangers van de tweebronnentheorie speelt de datering van Matteüs en Lucas een rol in hun datering van Marcus, aangezien deze theorie stelt dat zij zich allebei, onafhankelijk van elkaar, hebben gebaseerd op Marcus. Marcus moet dan dus de oudste van de drie zijn.
De lijdensgeschiedenis en de begrafenis zijn mogelijk een traditie van nog oudere datum. Een aanwijzing hiervoor is dat de naam van de hogepriester in tegenstelling tot de andere evangeliën nergens genoemd wordt, wat erop wijst dat deze traditie nog tijdens de ambtsperiode (18–37) van Kajafas werd opgesteld. Marcus' onderlijning van de voorspelling door Jezus in hoofdstuk 13:1–2 van de vernietiging van de Tweede Tempel is voor veel exegeten een argument dat het evangelie na 70 is opgesteld.
[bewerken] Relatie met andere synoptische evangeliën
Van de 662 verzen in het evangelie heeft Marcus er 406 gemeen met zowel het Evangelie volgens Matteüs als het Evangelie volgens Lucas, en nog eens 145 met Matteüs alleen, en 60 met Lucas alleen; slechts 51 verzen komen dus alleen in Marcus voor. De relatie tussen de synoptische evangeliën (Marcus, Matteüs en Lucas) wordt het synoptische vraagstuk genoemd. Veel exegeten nemen aan dat het Marcus-evangelie het oudste van de drie evangeliën is. Aanhangers van de tweebronnenhypothese nemen aan dat zowel Matteüs als Luca,- of de anonieme auteurs die de betreffende evangeliën die onder die namen bekend geworden zijn, schreven- onafhankelijk van elkaar de beschikking hebben gehad over Marcus en dit als een van de bronnen hebben gebruikt.
[bewerken] Kenmerken van het evangelie
- Het evangelie heeft geen opschrift, maar valt meteen met de deur in huis, dit in tegenstelling tot Matteüs en Lucas. De eerste verzen van Marcus vinden hun parallel in Matteüs 3 en Lucas 3.
- Er is geen geslachtsregister van Jezus, zoals bij Matteüs en Lucas.
- De schrijver stelt Jezus voor als bekleed met macht, de leeuw uit de stam Juda.
- Marcus tekent minutieus de woorden,[7] plaats[8] en gebaren[9] van Christus op.
- Hij noteert ook zorgvuldig details van personen,[10] aantallen,[11] plaatsen[12] en tijden.[13] Deze worden door andere evangelisten vaak weggelaten.
- De zinsnede “En terstond” komt in dit evangelie bijna veertig keer voor. In het veel langere Evangelie volgens Lucas komt de uitdrukking slechts vier maal voor, bij Johannes zeven maal. In modernere vertalingen wordt deze zinsnede meestal weergegeven als ‘en dadelijk’, ‘aanstonds’ of ‘en direct’. Het veelvuldig gebruik hierbij van de tegenwoordige tijd verhoogt het idee van snelheid en actie. Dit komt echter in slechts weinig vertalingen tot uitdrukking.
- Dit evangelie schildert Jezus af als Christus, maar ook bijzonder menselijk. Hij wordt boos en bedroefd (3:5), heeft honger (11:12), slaapt wanneer hij moe is (4:38) en houdt van kinderen (10:16).
- Marcus slaat in dit evangelie Jezus’ geboorte en kinderjaren over. Hij concentreert zich op het leven van Jezus als volwassene en besteedt bijzondere aandacht aan Jezus’ onschuldige dood aan het kruis.
In navolging van Papias’ beschrijving is het evangelie lang beschouwd als een snelle opeenvolging van afzonderlijke scènes. Men zag deze scènes echter als weinig samenhangend, de auteur zou weinig moeite hebben gedaan de gebeurtenissen chronologisch of in ander verband weer te geven. Merk op dat chronologie in de toenmalige geschiedschrijving van ondergeschikt belang was. De door deze verteltechniek ontstane beeldende kracht wordt als kenmerkend voor dit evangelie beschouwd. Redactionele kritiek sinds de jaren ’50 van de 20e eeuw heeft echter aan het licht gebracht dat het evangelie wel degelijk een gedetailleerde interne structuur bezit. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de drievoudig herhaalde lijdensaankondigingen.
Het motto van dit evangelie is wel geformuleerd als “Jezus kwam … en verkondigde Gods goede nieuws”.[14] Toch laat dit evangelie ook zien dat Jezus probeert zijn identiteit als Messias voor het algemene publiek te verbergen.[15] Dit wordt ook wel het ‘Messiaans geheim’ genoemd en is een onderscheidend kenmerk van Marcus ten opzichte van de andere evangeliën.
[bewerken] Einde
Merkwaardig is dat het evangelie volgens Marcus abrupt eindigt. Het evangelie beschrijft dat Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus, en Salome, na de sabbat naar Jezus’ graf gingen om zijn lichaam te kunnen balsemen. Bij aankomst bleek de steen voor het graf te zijn weggerold. Bij het naar binnengaan van het graf zagen de vrouwen een in het wit geklede jongeman zitten die hen vertelde dat Jezus was opgewekt uit de dood en dat de discipelen hem in Galilea zouden ontmoeten. Van schrik bevangen vluchtten de vrouwen uit het graf en durfden uit vrees tegen niemand iets te zeggen. Velen zijn van mening dat het evangelie origineel hier eindigde, want in de oudste handschriften wordt verder niets verteld van ontmoetingen met de opgestane Messias (Marcus 16:9-20).
Er bestaan echter latere handschriften waarin na Marcus 16:8 meer wordt verteld. Er zijn verschillende versies van deze toevoeging, wat een indicatie is dat deze niet bij de oorspronkelijke tekst hoort.
Het Evangelie volgens Marcus wordt door veel Bijbelwetenschappers als het oudste beschouwd. Veel Christenen zien het als een bijna direct ooggetuigenverslag. Veel Bijbelwetenschappers zijn wat voorzichtiger, maar beschouwen het toch als een belangrijke bron over Jezus; terwijl de andere evangeliën zouden meer afhangen van mondelinge overlevering en later geschreven. Ook het gebruik van enkele Aramese uitdrukkingen in de tekst, is een indicatie dat de mondelinge traditie achter Marcus ver terug reikt. De tekst kan dus relatief betrouwbaar zijn.
Het feit dat er niets wordt geschreven over verschijningen van Jezus na zijn opstanding in de oudste manuscripten, is voor een aantal Bijbelwetenschappers een indicatie dat er een zekere evolutie was in het christelijke geloof in de opstanding van Jezus -en dat de later toegevoegde slotten dus effectief geen deel waren voor de vroegste tradities. Liberale theologen en bepaalde stromingen van Bijbelwetenschappers hebben hieruit geconcludeerd dat het verhaal van de fysieke opstanding een latere evolutie (of zelfs een vervalsing) kan zijn.
Dean Burgon publiceerde in 1871 een studie over de echtheid van het slot van Marcus 16.[16] De meerderheid van moderne Bijbelwetenschappers verwerpt zijn conclusies, maar er zijn nog steeds een aantal Christelijke theologen dat de echtheid van Marcus 16 argumenteert. In het boek over Marcus. De mens met de verminkte vingers schrijft Charles Vergeer dat juist Marcus het geloof goed weergeeft: immers, God is langs geweest en heeft de gekruisigde opgewekt (egerthe), de vrouwen zijn verbaasd en zeggen niemand iets. Charles Vergeer stelt dat het geloof niet meer nodig heeft dan eerbied en zwijgen. Zie voor deze en andere uitleg Marcus 16.
[bewerken] Kritiek
De beschrijving in dit evangelie hoe het Sanhedrin (de toenmalig gevestigde autoriteit van de Judaische religie) samenspande om Jezus te doden, is ge-/misbruikt om antisemitisme te promoten. Interessant genoeg is net dit deel van het evangelie (het proces van Jezus voor het Sanhedrin, en Pilatus' toegeving tegenover de Joden) een van de passages die het meest onder twijfel staan van Bijbelse exegese; er wordt namelijk op gewezen dat de beschrijving van Pilatus door Marcus niet lijkt overeen te komen met wat we weten over Pilatus uit andere bronnen (zoals Flavius Josephus), en dat dit deel door christenen is opgesmukt om hen te distantiëren van het Joodse gezag. Tijdens en na de grote Joodse Oorlog zou het voor Christenen in Romeinse gebieden namelijk niet interessant zijn om als Joods aanzien te worden.
[bewerken] Indeling
- Locatie: de eerste 10 hoofdstukken spelen in Galilea en Perea, de laatste zes in Judea en Jeruzalem.
- Tijd: Hoofdstuk 1-8:27 omvat ca. 3 jaar, 8:26-10 ca. 6 maanden, hoofdstuk 11-16 8 dagen.
[bewerken] Externe link
- Marcus in de Nieuwe Bijbelvertaling.
Bronnen en noten
|