Evangelie van de Ebionieten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Evangelie van de Ebionieten werd gebruikt door de sekte van de Ebionieten en is zeer fragmentarisch bekend. Dit evangelie, dat waarschijnlijk uit het midden van de 2e eeuw dateert, wordt door de kerkvader Epiphanius van Salamis als ketters beschouwd in diens geschrift Panarion uit de 4e eeuw. Het lijkt erop dat de Ebionieten over een eigen versie beschikten van het Evangelie volgens Matteüs waarin het geboorteverhaal van een maagdelijke geboorte ontbrak. In hun evangelie ontbreekt ook Mattheüs' verwijzing naar sprinkhanen als deel van het dieet van Johannes de Doper en zegt Jezus dat hij niet van het paaslam zal eten.

Inhoud[bewerken]

Fragment 1 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 13.6):

"En het geschiede in de dagen van Herodes, koning van Judea, onder het hogepriesterschap van Kajafas, dat Johannes naar voren trad en in de rivier de Jordaan doopte met een boetedoop; van hem werd gezegd dat hij afkomstig was uit de stam van Aäron en een zoon was van Zacharias de priester en Elisabeth. En iedereen kwam tot hem."[1]

Fragment 2 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 13.4):

"En het geschiede terwijl Johannes aan het dopen was, dat de Farizeeën tot hem kwamen om gedoopt te worden, en gans Jeruzalem evenzo. Hij droeg een kleed van kameelhaar en een leren riem om zijn middel. En zijn voedsel bestond uit wilde honing die naar manna smaakte, gebakken als koeken in olie."

Fragment 3 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 13.7):

"Toen het volk gedoopt was, kwam ook Jezus en Hij werd door Johannes gedoopt. En toen Hij uit het water was gekomen, gingen de hemelen open en Hij zag de Heilige Geest in de gedaante van een duif en [de Heilige Geest] daalde af en ging bij Hem naar binnen. En er werd een stem uit de hemel gehoord: 'Jij bent mijn geliefde Zoon en in jou vind ik mijn welbehagen'. En plotseling bescheen een groot licht die plaats. Toen Johannes dat zag, zei hij: 'Wie bent U, Heer?' Toen werd er [opnieuw] een stem uit de hemel gehoord die zei: 'Dit is mijn geliefde Zoon. In Hem heb ik een welbehagen'. Vervolgens viel Johannes voor Hem op zijn voeten neer en sprak: 'Ik smeek U, Heer, doop mij'. Maar Hij weigerde dit en zei: 'Laat het zo, want zo moet dit alles in vervulling gaan.'"

Fragment 4 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 13.2b-3):

"Er was een man, Jezus genaamd, en Hij was omstreeks dertig jaar oud; Hij heeft ons[2] uitgekozen. En Hij kwam in Kafarnaüm en ging het huis van Simon - bijgenaamd Petrus - binnen, en Hij opende zijn mond en zei: 'Toen in langs het Meer van Tiberias liep, koos Ik Johannes en Jacobus, de zonen van Zebedeüs, en Simon en Andreas en Taddeüs en Simon de Zeloot, en Judas Iscariot. En ook jou, Matteüs, riep ik toen je in het tolhuis zat, en je bent mij gevolgd. Zoals Ik wil zullen jullie mijn twaalf apostelen zijn als een getuigenis voor Israël.'"

Fragment 5 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 14.5):

"Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broeders? En hij strekte zijn handen uit in de richting van zijn leerlingen en sprak: 'Dit zijn mijn broeders en moeder en zusters, zij die de wil van mijn Vader doen.'"

Fragment 6 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 16.5):

"Ik ben gekomen om de offers af te schaffen. Als jullie niet ophouden met offeren, zal de toorn niet van jullie wijken."[3]

Fragment 7 (Epiphanius van Salamis: Panarion 30 22.4-5):

(De leerlingen zeiden:) "Waar wilt u dat wij voor u het Pesach bereiden om dit te eten?" Waarop Hij antwoordde: "Ik verlang er niet naar om met u het vlees te eten van het paaslam."[4]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Namelijk om door hem gedoopt te worden
  2. De apostelen
  3. De Ebionieten waren blijkbaar sterk gekant tegen de offerdienst in de tempel en streefden naar een zuivering van de eredienst van Israël, zie ook: Albertus Klijn 1992: Apostolische vaders: Vertaald, ingeleid en toegelicht, dl. 1, p. 22
  4. Hieruit blijkt dat de Ebionieten vegetariërs waren