Existentialisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kierkegaard.jpg
Nietzsche.later.years.jpg
De filosofische ideeën van Søren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche waren fundamenteel voor de verdere ontwikkeling van het existentialisme, ook al gebruikten zij geen van beiden de term 'existentialisme'.

Het existentialisme is een 20e-eeuwse filosofische en literaire stroming die individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit vooropstelt. Het existentialisme beschouwt iedere persoon als een uniek wezen, verantwoordelijk voor eigen daden en eigen lot. De uitdaging van ieder individueel mens is om in afwezigheid van een transcendente god en binnen zijn absurd en zinloos bestaan zijn vrijheid te gebruiken om een eigen ethos op te bouwen en zijn bestaan zodoende zin te geven.

Het existentialisme wordt geplaatst binnen de hedendaagse filosofie, en meer concreet de continentale traditie. Het existentialisme, met auteurs als Jean-Paul Sartre, is ook sterk geïnspireerd op de fenomenologie van Edmund Husserl en Martin Heidegger.

Introductie[bewerken]

Het existentialisme zou je kunnen uitleggen aan de hand van de theorie van Jean-Paul Sartre : "l'existence précède l'essence". Existentie (bestaan) gaat vooraf aan essentie (zin van zijn). Dit betekent dat iemand eerst op deze wereld verschijnt, dan existeert, en uiteindelijk zichzelf definieert door middel van zijn eigen daden. In tegenstelling tot de vroegere filosofie ontkent het existentialisme dat de essentie van iemands leven al op voorhand is bepaald door zijn plaats in de natuur of geschiedenis. Het is de persoon in kwestie zelf, die verantwoordelijk is voor wat zijn leven uiteindelijk zal betekenen via zijn daden en woorden. Sartres existentialisme is in de eerste plaats uiteengezet in L'être et le néant (1943) en L'existentialisme est un humanisme (1946).

Etymologisch is het woord existentialisme verwant met existentie, wat in het Duits met "Dasein" (zie Martin Heideggers Sein und Zeit (1927)) en in het Frans (zie Sartre) met "être-là" aangeduid wordt. Sartre importeerde als het ware het existentialisme en de fenomenologie uit Duitsland en was grotendeels verantwoordelijk voor haar verspreiding in de rest van Europa. Het existentialisme was vooral in de jaren 40 van de 20e eeuw erg in de mode en had een grote invloed op de filosofie, de psychologie, de literatuur en zelfs de mode van die tijd. Met recht zou je kunnen zeggen dat existentialisme in haar bloeitijd niet zomaar een filosofie was, maar eerder een levenswijze. Het best merkbaar was dit in de Parijse uitgaanswijk van Saint-Germain-des-Prés waar Sartre en Simone de Beauvoir samen met geestesgenoten vertoefden en discussieerden.

Historische achtergrond[bewerken]

Søren Kierkegaard kan beschouwd worden als de grondlegger van de existentiefilosofie. De term “existentialisme”, zoals die later door Karl Jaspers en Sartre gebruikt zou worden komt van hem. Hij zet zich daarbij af tegen de middeleeuwse scholastiek, die "existentie" slechts als toevallige verschijningsvorm tegenover "essentie" plaatste. Kierkegaard verbindt existentie met het concrete, unieke menselijke bestaan van het individu.

Friedrich Nietzsche zag als atheïst voor de mens een toekomst weggelegd waarin hij, en bijvoorbeeld niet God, zijn eigen waarden bepaalde. Van hem is de constatering dat God dood is, maar dat velen de consequenties hiervan nog niet inzien. De mens moet, bevrijd van alle angsten en één met de natuur, meester van zijn eigen lot worden en is alleen zichzelf verantwoording schuldig. Dat dit kan leiden tot een Dionysische, zelfzuchtige houding, hetgeen een gevolg is van de onbegrensde vrijheid, die deze 'nieuwe mens' plotseling ervaart.

Edmund Husserls methode van de fenomenologie zou voor de meeste latere existentialisten heel belangrijk worden. Sartre en Jaspers bestudeerden in de jaren dertig van de 20e eeuw zijn methode van fenomenologische analyse en namen ze op in hun wijsgerig denken.

Martin Heidegger, Husserls belangrijkste leerling, plaatste Existenz op de voorgrond en zou op zijn beurt het werk van Sartre en andere existentialisten beïnvloeden. Zijn opvattingen over mens-zijn als Dasein, als in-der-Welt-sein, het Niets, angst en dood klinken nog steeds door in de moderne wijsbegeerte.

Ook in het literaire werk van bijvoorbeeld Dostojevski en Kafka treden personages op die worstelen met de absurditeit en de zinloosheid van hun bestaan. Zij moeten de confrontatie aangaan met de gevolgen van hun foute keuzes en lijden onder de vervreemding die dat met zich meebrengt. Allemaal typisch existentialistische motieven.

Belangrijkste concepten[bewerken]

Over wat existentialisme nu precies is, lopen de meningen van filosofen die zichzelf existentialist noemen ver uiteen. Over de belangrijkste concepten waarmee existentialisme wordt geassocieerd, zijn zij het doorgaans wel eens.

  • Existentie gaat vooraf aan essentie. Deze stelling komt van Sartre. Omdat je als mens jezelf bewust bent en op jezelf reflecteert, verwordt je 'ik' vaak tot een voorstelling die je maakt van jezelf ('être-en-soi', zijn als ding, als essentie). Op een gegeven moment ga je je gedragen naar het beeld dat je van jezelf hebt. Sartre noemt dat 'kwader trouw', onecht, afdwalen van je werkelijke 'ik'. Het ontneemt een deel van je vrijheid. Pas als je je als mens los weet te maken van de voorstelling die je van jezelf hebt (of die anderen van je hebben), en in alle vrijheid je keuzes maakt, zonder doel of opdracht, vanuit het 'niets', existeer je als authentiek persoon ('être-pour-soi').
  • Afwijzing van de rede als verdediging tegen angst. Door actie, vrijheid en keuze te benadrukken, positioneren existentialisten zich lijnrecht tegenover het rationalisme, idealisme en het positivisme, meer in het bijzonder tegen de deterministische aspecten ervan. In situaties van angst, meer in het bijzonder bij een existentiële crisis, biedt de rede geen uitkomst. Het komt aan op een proces van betekenis geven en van daaruit je keuzes durven maken.
  • Het absurde. Existentialisten zijn ertoe geneigd om de mens te zien als een wezen in een onverschillige, en zelfs hem vijandig gezinde omgeving, als vereenzaamd in een absurd universum. In dit universum vindt de mens geen betekenis van een hogere natuurlijke orde, maar moet hij deze betekenis eerder door zijn eigen daden zelf maken, hoe onstabiel en voorlopig deze creatie ook mag zijn. De werkelijkheid om de mens heen is ook niet rationeel, dus het is futiel om te trachten daar met rationele middelen greep op te krijgen. Albert Camus, die vaak met het existentialisme wordt geassocieerd, noemde zijn visie dan ook het 'absurdisme'.
  • Visie op God. In relatie tot het al dan niet bestaan van God neemt het existentialisme twee mogelijke posities in: de theologische en de agnostische visie.
    • Een vroege 'existentialist' als Kierkegaard zag de relatie tot God als de existentiële vraag bij uitstek. Nietzsche daarentegen proclameerde dat 'God dood was' en dat het concept van een God gewoon verouderd was. Hoe dan ook zouden 'theologische existentialisten' zoals Paul Tillich, Gabriel Marcel, en Martin Buber heel wat van hun leerstellingen met die van het existentialisme delen.
    • Het agnostisch existentialisme maakt geen aanspraak over de kennis te beschikken of alles zich al dan niet in een ruimer, metafysisch kader zou kunnen afspelen. Het stelt alleen vast dat de enige waarheid waar we zeker van kunnen zijn, die waarheid is waar wij naar handelen. Te weten of er een God bestaat, ligt niet binnen de mogelijkheden van de menselijke geest. Het bestaan van de mens is in hun visie dus in de eerste plaats subjectief.

Invloedrijke existentialistische filosofen[bewerken]

Existentialisme in de theologie[bewerken]

Ook in de theologie speelt het existentialisme een belangrijke rol. Zo heeft Rudolf Bultmann veel ontleend aan de filosofie van Heidegger. Typerend voor Bultmann is verder het onderscheid tussen existentieel en existentiaal. Existentiaal gaat over de analyse van de existentie, terwijl existentieel gaat over de beslissingen die iemand neemt over zijn eigen bestaan.

Invloedrijke christelijke of religieus geïnspireerde existentialisten (naast eerder genoemde Kierkegaard en Bultmann):

Existentialisme in de kunst[bewerken]

In de kunst komt existentialisme onder meer tot uiting in werk de Fluxusbeweging van George Maciunas. In Nederland in de a-dynamische kunst van Wim T. Schippers, maar ook in het werk van Willem Frederik Hermans. Laatstgenoemde laat in zijn werk de hoofdpersonen een zinloos leven leiden, dat vol mislukkingen en toevalligheden zit.

In de film komt existentialisme ook voor, onder meer door regisseurs als Ingmar Bergman, Andrej Tarkovski, Terrence Malick en Stanley Kubrick. In Bergmans Het zevende zegel leidt de hoofdpersoon een inhoudsloos bestaan tot hij op een dag met de dood wordt geconfronteerd.

Zie ook[bewerken]