Exitpoll

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een exitpoll (letterlijk: uitgangspeiling) is een peiling van het stemgedrag van de kiezers tijdens de dag van de verkiezingen zelf. Mensen die hebben gestemd wordt bij de uitgang van het stembureau gevraagd voor wie ze hebben gestemd. In dat opzicht verschilt een exitpoll van een gewone opiniepeiling, waarbij gevraagd wordt op welke partij men denkt te gaan stemmen. Exitpolls (ook wel schaduwverkiezingen genoemd) worden regelmatig uitgevoerd omdat ze doorgaans snel en behoorlijk nauwkeurig een voorspelling kunnen geven van de uiteindelijke uitslag van de verkiezingen.

Exitpolls hebben bovendien het grote voordeel dat kiezers rechtstreeks bevraagd kunnen worden naar hun stemgedrag en achtergrond, in tegenstelling tot het stemmen zelf, dat in anonimiteit plaatsvindt. Op die manier kan men sociaal-economische en demografische gegevens in relatie brengen met het stemgedrag, kan men inschatten hoeveel kiezers zijn overgelopen van de ene naar de andere partij. Exitpolls zijn dus onderzoeksmatig een interessant middel om het profiel en het stemgedrag van de kiezers te duiden.

Exitpolls worden ook regelmatig ingeschakeld als een controlemechanisme voor het verloop van politieke verkiezingen. In het geval dat de verkiezingsuitslag erg afwijkt dan die van een exitpoll zou dit een indicatie van verkiezingsfraude kunnen zijn. Anderzijds kunnen exitpolls een invloed hebben op het verloop van de verkiezingen indien de uitslag van de exitpolls (te) snel wordt bekendgemaakt. Om die reden is in sommige landen het bekendmaken van de resultaten van exitpolls voor de sluiting van alle stembureaus verboden.

De exitpoll is een uitvinding van de Nederlandse socioloog, politicus en programmamaker Marcel van Dam. Hij voerde de eerste exit poll uit tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1967.[1]

Bronnen[bewerken]

  1. Van Dam, Marcel P. A. and Jan Beishuizen (1967) Kijk op de kiezer. Amsterdam: Het Parool