Eye movement desensitization and reprocessing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap4.svg     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Eye movement desensitization and reprocessing (afgekort EMDR) is therapeutische interventietechniek die voornamelijk wordt toegepast bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS).[1] Deze therapie is ontwikkeld door Francine Shapiro en bestaat sinds eind jaren '80.

Een essentieel element is het telkens ompolen van de aandacht van links naar rechts naar links enzovoort. Dat kan met oogbewegingen (de therapeut gaat met zijn of haar vingers zo'n 25 cm voor het gezicht van de cliënt heen en weer) of met geluiden (een koptelefoon met een geluid met een links-rechts effect erin) of de therapeut duwt of klopt zachtjes op bijvoorbeeld de linkerknie - rechterknie - linkerknie.

Hoewel er veel wetenschappelijk onderzoek naar is verricht, is nog niet goed bekend waarom EMDR werkt. EMDR wordt vaak toegepast om de vastgelopen verwerking van traumatische ervaringen weer op gang te helpen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van EMDR bij met name PTSS.[2][3] Uit systematische reviews blijkt dat de werkzaamheid van EMDR niet onomstotelijk vaststaat.[4] Onderzoek naar het nut van de links-rechts-effecten binnen deze therapie laat wisselende resultaten zien.[5][6][7][8][9] Niettemin staat EMDR voor de behandeling van PTSS in de categorie van therapieën met de hoogste effectiviteit.[10]

Inhoud

[bewerken] Werking

EMDR is gebaseerd op vele therapeutische technieken. Het gespreksprotocol is gebaseerd op gedragstherapie en cognitieve therapieën. Ondanks uitgebreid onderzoek is het precieze werkingsmechanisme achter het "links - rechts - links" nog onbekend. Een veronderstelling van Francine Shapiro is, dat dit aspect van EMDR analoog aan remslaap werkt[11]. Verder wordt gesproken over "accelerated information processing", letterlijk: "versnelde informatieverwerking", een model dat bedacht is om de snelheid waarmee EMDR kan werken te verklaren.[12] Kort gezegd komt dit model er op neer, dat psychische ziekten en klachten te maken hebben met oude ervaringen die een min of meer stereotype reactie blijven oproepen. Bij psychotrauma wordt ervanuit gegaan dat een cliënt als het ware 'bevroren' is in een traumatische situatie en reacties op die oude, traumatische situatie blijft herhalen, ook al is dat niet meer nodig. Bijvoorbeeld: iemand maakt een bombardement mee. Iedere keer dat hij of zij daarna een vliegtuig ziet overkomen, of een sirene hoort, of brandlucht ruikt, zal hij of zij reageren alsof er groot gevaar is, ook al weet de betrokkene op rationeel niveau heel goed dat dat niet het geval is. In termen van het 'accelerated information processing' is de oude, traumatische "informatie" (van het bombardement) nog niet voldoende verwerkt en blijven alle zintuiglijke ervaringen van 'toen' in het hier en nu psychische klachten oproepen. Met EMDR blijkt het mogelijk, deze traumatische respons vaak volledig te laten verdwijnen, zonder uitgebreide gesprekken en in relatief korte tijd.

Een interessante theorie komt van Nicosia.[13] Tijdens een traumatische gebeurtenis wordt veel noradrenaline afgescheiden. In de hersenen pal achter het voorhoofd heeft dit tot gevolg dat er geen communicatie meer plaats vindt tussen 'pacemaker' cellen van het septum (een soort schakelcentrum tussen de cortex en het limbisch systeem) en het voorhoofdsbrein. Dit gebrek aan communicatie verhindert het 'verwerken' van traumatische informatie - de traumatische informatie blijft als het ware 'hangen'. Op basis van kwalitatieve analyse van EEG's theoretiseert Nicosia dat EMDR deze communicatie weer op gang brengt door de activiteit van deze pacemakercellen na te bootsen. Hierdoor komt het verwerkingsproces alsnog op gang.

Hoewel de werking van EMDR niet specifiek een gevolg is van oogbewegingen alleen maar van een hele stapeling van technieken, is het toch interessant om onderzoeken te volgen naar de oogbewegingen sec, bijv. het afleidende karakter van deze bewegingen. Dit is beweerd door de Canadese psychologen Raymond Gunter en Glen Boder[14] die ontdekten dat afleidende taken, zoals het natekenen van een ingewikkelde figuur, de sterkte van onplezierige persoonlijke herinneringen doen afnemen. Zij menen dat vooral activering van het werkgeheugen het mechanisme is dat verantwoordelijk is voor het verminderen van de beladenheid van nare herinneringen. Er zijn aanwijzingen dat de oogbewegingtechniek meer werkgeheugen in beslag neemt dan de tikjes in de oren of het om de beurt zachte tikjes op de handen/knieën, waardoor deze techniek bij zeer angstige herinneringen het best zou werken.

[bewerken] Verloop van een sessie

Een EMDR sessie wordt in acht stappen gedaan:

  1. Kennismaking, waaronder een gesprek over de levensloop van de cliënt.
  2. Voorbereiding
    EMDR kan bij de cliënt veel losmaken, dus zal een therapeut(e) eerst controleren of een cliënt voldoende stevig in de schoenen staat. Bij trauma's is het tegenwoordig de gewoonte, om eerst aan de cliënt te vragen om aan een positief beeld te denken. Via de technieken van EMDR wordt dit beeld dan versterkt, waardoor een 'veilige plek' ontstaat, waar de cliënt op terug kan vallen als de sessie heftig is.
  3. Het opbouwen van het 'plaatje' van bijvoorbeeld het trauma en de 5 vragen.
    De cliënt wordt gevraagd om te denken aan een beeld dat de klacht representeert[15]. De nare herinnering hoeft dus niet per se traumatisch te zijn. EMDR werkt via het contact maken met de pijnlijke zaken, maar perfect kunnen visualiseren is niet nodig. Vervolgens stelt de therapeut vijf vragen aan de cliënt over dit beeld:
    1. Wat denk je over jezelf in dit beeld? (NC, negatieve cognitie)
    2. Wat zou je willen denken over jezelf in dit beeld? (PC, positieve cognitie)
    3. Welke emotie voel je?
    4. Wat voel je in je lichaam?
    5. Hoe rot voelt dit op een schaal van 0 tot 10? (De SUD-score)
  4. Desensitisatie, SUD-metingen tussendoor
    Aan de hand van dit beeld en de 5 vragen volgt dan het "eigenlijke" links - rechts - links werk. Dit is het begin van de desensitisatie.
    Na plm. een minuut stopt de therapeut en is het 'pauze'. Dan volgt het nabespreken wat er gebeurd is. Vaak verandert er in die minuut wel het een en ander. Een cliënt hoeft niet per se het eerste zeggen wat opkomt, maar het heeft wel zin om alles zoveel mogelijk te melden. Soms blijkt iets onbeduidends een poos later alsnog relevant te zijn. Vertrouwen in de therapeut is hier heel belangrijk. Het wisselen van 'techniek' kan hier ook goede diensten bewijzen, bijvoorbeeld stoppen met oogbewegingen als de cliënt huilt of zich schaamt, en overgaan op 'tikjes' op bijvoorbeeld de knie. Aan de hand van de 'nabespreking' beslissen therapeut en cliënt samen welk beeld nu aan de orde komt. Per set van een minuut kan dat wisselen, maar daar zit wel een patroon in.
    Zo kan de eerste set beginnen met een beeld waar de cliënt last van had (ook wel aangeduid als "de kop van de inktvis" of het beeld met "vieze inkt"). Na 1 set roept dit beeld bijvoorbeeld verdriet op: het is dan zinnig om een verdrietig beeld te nemen voor de volgende set. Dan volgt een serie sets (zogezegd een 'tentakel') met verdriet. Als het verdriet aanmerkelijk minder wordt, wordt teruggegrepen op het eerste beeld ("de kop van de inktvis"): denkbaar roept datzelfde beeld nu een andere emotie op, bijvoorbeeld angst: dan volgt een 'tentakel' van angst. Als de angst gedesensititeerd is, gaat de therapeut weer naar het eerste beeld, wellicht roept dat nu woede op: dan volgt een 'tentakel' van woede. Als de woede is gedesensitiseerd, kijkt de cliënt weer naar het eerste beeld - enz.
  5. Installatie, gemeten door de Validity of Cognition (VoC)
    Als de SUD-score voldoende laag is en het beeld geen nieuwe emoties meer oproept, komt de installatie: dat wil zeggen: de PC (wat zou je willen denken over jezelf in dit beeld) komt expliciet aan bod. De therapeut zal iets vragen in de trant van: "Hoe voelt je (oude) PC?" Vaak is die door de desensitisatie achterhaald. Dan komt de vraag, om de (nieuwe) PC 'bovenop' het nare beeld te 'plakken'. Op een schaal van 0 tot 7, hoe waar voelt dit? (De VoC.) Dan weer een of meer sets links - rechts - links tot de VoC een 7 is.
  6. Bodyscan
    De therapeut vraagt of de cliënt nu nog enige spanning in zijn lichaam voelt. Zo ja, dan volgen er een of meer sets: links - rechts - links. Als de bodyscan geen (nieuwe) spanning meer geeft, is dit ene beeld compleet gedesensitiseerd. Dat wil niet zeggen dat de hele behandeling klaar is. Iemand die bijvoorbeeld jarenlang werd mishandeld, zal waarschijnlijk vele beelden hebben. Wel kan het zo zijn, dat omdat de PC (bijvoorbeeld 'ik ben sterk') goed geïnstalleerd is, na de eerste complete behandeling de nog resterende beelden al minder klachten geven.
  7. Nabespreking
  8. Evaluatie

[bewerken] Na een EMDR-sessie

Bij een EMDR-sessie werkt de cliënt zowel met lichaam (via de oogbewegingen werkt het door in het autonome zenuwstelsel) als geest (nieuwe ideeën, inzichten, etc.). De cliënt is tegelijkertijd bezig met het verleden (de herinneringen) en het heden (de bewegende vinger, tikjes of het geluid). Het is verstandig om direct na een EMDR-sessie rustig aan te doen. Behalve de 'logische' vermoeidheid, hoort men na een EMDR-sessie geen lichamelijke klachten te krijgen. Is dat wel zo, dan kunnen dat invalshoeken zijn voor de volgende sessie.

[bewerken] Controverse

Een hypothese over de werkzaamheid van EMDR is, dat er sprake is van een geleidelijke blootstelling aan de tot dan toe vermeden herinneringen, gedachten en gevoelens 'in gedachten' in plaats van 'in het echte leven'. Hierdoor zou de angst ervoor geleidelijk uitdoven. Het "links rechts links" werk heeft volgens een aantal studies geen meetbaar effect op het therapieresultaat, of het nu gaat om oogbewegingen, geluiden of aanrakingen. Het gespreksprotocol op zich zou de werking al verklaren, omdat EMDR is gebaseerd op een aantal "goede, oude" therapieconcepten, die hun waarde al jaren hebben bewezen.[4][16][17][18]

Nadeel van deze hypothese is, dat gesproken wordt over "tot nu toe vermeden herinneringen". EMDR kan goed gebruikt worden tegen intrusies, dat wil zeggen (traumatische) gedachten, die zich ongevraagd opdringen. [11]

Recent onderzoek laat echter zien dat als de oogbeweging bij EMDR niet worden toegepast, de effectiviteit van de therapie afneemt.[5]Ook eerdere studies wezen in deze richting.[11][19][20][21] MacCulloch (2006) beargumenteerde dat de oogbewegingen een unieke bijdrage leveren aan EMDR.[22]

[bewerken] Opleiding

Er bestaat een internationale organisatie (EMDRIA) die waakt over de kwaliteit van hun opleiding en de voorwaarden voor toelating tot hun opleiding. Het beleid van de Nederlandse tak van de internationale organisatie is dat de cursussen alleen toegankelijk zijn voor afgestudeerde psychologen, psychotherapeuten en psychiaters. Het schijnbaar eenvoudig toepasbare behandelprotocol van EMDR trok echter al vrij snel niet-professioneel geschoolde hulpverleners die EMDR gingen toepassen zonder vooropleiding. Het is geen wetenschappelijk onderzoek verricht naar de invloed van EMDR trainingen op het therapeutische resultaat.[23] Naast de reguliere opleiding bestaat er inmiddels een complementaire opleiding voor professioneel geschoolden met minimaal HBO voorkennis in de psychopathologie en werkzaam binnen de voorwaarden van beroepsverenigingen die onder toezicht staan van het ministerie van onderwijs.

[bewerken] Kritiek

EMDR wordt door sommigen gezien als een voorbeeld van de wijze waarop wetenschap misbruikt wordt voor commerciële doeleinden[bron?]. Ontwikkelaars van methoden zoals EMDR zouden een cultus creëren door strenge toelatingseisen te stellen. EMDR wordt daarom door sommige auteurs als voorbeeld gegeven van pseudowetenschap.[24]

Als EMDR een 'misbruikt onderdeel van de sociale wetenschappen' zou zijn, omdat er een cultus omheen zou zitten, maakt dat EMDR nog niet tot pseudowetenschap. Daarvoor moet het wetenschappelijk gehalte gedegen bekritiseerd worden. Dat psychotherapeutische technieken voorbehouden zijn aan psychotherapeuten is een goed gebruik.

[bewerken] Externe links


Referenties
  1. V. van der Velde, (Trimbos-instituut,) Samenvatting multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen, Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen cliënten met een angststoornis, ISBN 90-5253-521-3, 2003.
  2. van der Kolk BA et al, A randomized clinical trial of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR), fluoxetine, and pill placebo in the treatment of posttraumatic stress disorder: treatment effects and long-term maintenance. J Clin Psychiatry. 2007 Jan;68(1):37-46.
  3. Bisson JI, et al Psychological treatments for chronic post-traumatic stress disorder: Systematic review and meta-analysis. Br J Psychiatry. 2007 Feb;190:97-104.
  4. a b James D. Herbert, a, Scott O. Lilienfeld, Jeffrey M. Lohr, Robert W. Montgomery, William T. O'Donohuee, Gerald M. Rosen and David F. Tolin (2000). Science and pseudoscience in the development of eye movement desensitization and reprocessing Implications for clinical psychology. Clinical Psychology Review Volume 20, Issue 8, November 2000, Pages 945-971, PMID:11098395
  5. a b Lee, C. W., & Drummond, P.D. (2007). Effects of Eye Movement versus Therapist Instructions on the Processing of Distressing Memories, Journal of Anxiety Disorders, (2007)doi:10.1016/J.janxdis.2007.08.007
  6. Bauman W, Melnyk WT.(1994)A controlled comparison of eye movements and finger tapping in the treatment of test anxiety.J Behav Ther Exp Psychiatry. 1994 Mar;25(1):29-33
  7. Grant J. Devilly, , Susan H. Spence and Ronald M. Rapee (1998). Statistical and reliable change with eye movement desensitization and reprocessing: Treating trauma within a veteran population. Behavior Therapy Volume 29, Issue 3, Summer 1998, Pages 435-455
  8. Dunn et al. (1996). Measuring the effectiveness of eye movement desensitization and reprocessing (EMDR) in non-clinical anxiety: a multi-subject, yoked control design. Journal of behavior therapy and experimental psychiatry 27, 231-239
  9. Feske, U; Goldstein, AJ (1992). Eye Movement Desensitization and Reprocessing Treatment for Panic Disorder: A Controlled Outcome and Partial Dismantling Study. Year Book of Psychiatry & Applied Mental Health. 1999(2):104-105, Annual 1999
  10. Kwaliteitsonderzoek voor de Gezondheidszorg CBO (2003), Multidisciplinaire Richtlijn Angststoornissen - Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen cliënten met een angststoornis, Utrecht, ISBN 90-5253-500-0.
  11. a b c R. Saphiro EMDR solutions II, Elisabeth Messiah, "Direct targeting of intrusive images" pp.389 - 402.
  12. Shapiro, 1995, "EMDR Basic principles, protocols and procedures", 13 e.v.
  13. G. Nicosia, 1994 "A mechanism for dissociation suggested by the quantum analysis of EEG. Paper International EMDR Annual Conference.
  14. Gunter, R. W., & Bodner, G. E. (2008). How eye movements affect unpleasant memories: Support for a working memory account. Behaviour Research and Therapy, 46, 913-931.
  15. EMDR is de therapie bij voorkeur bij trauma's maar werkt ook bij een veelheid van andere aandoeningen
  16. Davidson PR, Parker KC (2001). "Eye movement desensitization and reprocessing (EMDR): a meta-analysis". Journal of consulting and clinical psychology 69 (2): 305-16.
  17. Cahill SP, Carrigan MH, Frueh BC (1999). "Does EMDR work? And if so, why?: a critical review of controlled outcome and dismantling research". Journal of anxiety disorders 13 (1-2): 5-33.
  18. Salkovskis P (2002). "Review: eye movement desensitization and reprocessing is not better than exposure therapies for anxiety or trauma". Evidence-based mental health 5 (1): 13.
  19. Boudewyns, P.A., Stwertka, S. A., Hyer, L. A., Albrecht, J. W., & Sperr, E. V. (1993). Eye movement desensitization and reprocessing: A treatment outcome pilot study. The Behavior Therapist 16: 30–33.
  20. Gosselin, P. (1995). Eye movement desensitization and reprocessing in the treatment of test anxiety: A study of the effects of expectancy and eye movement. Journal of Behavior Therapy & Experimental Psychiatry 26 (4): 331–337. DOI:10.1016/0005-7916(95)00038-0.
  21. Wilson, D., Steven M. Silver, William G. Covi & Sandra Foster (1996). Eye movement desensitization and reprocessing: Effectiveness and autonomic correlates. Journal of Behaviour Therapy and Experimental Psychiatry 27: 219–229. DOI:10.1016/S0005-7916(96)00026-2.
  22. MacCulloch, M. (2006). Effects of EMDR on previously abused child molesters: Theoretical reviews and preliminary findings from Ricci, Clayton, and Shapiro. Journal of Forensic Psychiatry & Psychology, 17(4), 531-537.
  23. "It is important to note, however, that no published research demonstrates the necesssity of formal EMDR training" (Herbert e.a., 2000)
  24. S. J. Lynn, & J. M. Lohr. (2003) Science and Pseudoscience in Clinical Psychology. New York: Guilford Press.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen