Frederik Nicolaas Nieuwenhuijzen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Frederik Nicolaas Nieuwenhuijzen (1819 - 1892) was resident van Riouw en Soerakarta, gouvernements-commissaris voor de Zuider -en Oosterafdeling van Borneo, lid van de Raad voor Nederlands Indië en vice-president daarvan en uiteindelijk regeringscommissaris van de eerste expeditie naar Atjeh (1873).
Inhoud |
[bewerk] Regeringscommissaris van de eerste expeditie naar Atjeh
Op 7 maart 1873 vertrok Nieuwenhuijzen met enkele Nederlandse oorlogsschepen naar Atjeh met als doel te onderhandelen met de Atjehnese machthebbers over de toenemende zeeroof aan de kust van Sumatra. Op 22 maart werd hem een troepenmacht achterna gestuurd. Toen onderhandelingen op niets uitliepen verklaarde de regering (wiens vertegenwoordiger Nieuwenhuijzen was) op 26 maart aan Atjeh de oorlog. Op 6 april, toen de troepen onder leiding van generaal J.H. Köhler aan land gingen, was de eerste Atjeh-oorlog (zie verder aldaar) een feit. Op 10 mei kwamen de troepen na het echec weer terug in Batavia. Gouverneur generaal James Loudon droeg Nieuwenhuijzen, op 7 juni 1873, voor onmiddellijk ontslag voor omdat hij Nieuwenhuijzen zag als de verantwoordelijke man die de troepen voortijdig terug deed keren.
[bewerk] Decoraties
Commandeurskruis Nederlandse Leeuw
[bewerk] Artikelen
- 1879. F.N. Nieuwenhuijzen (oud vice president van de Raad voor Nederlands indië, gewezen gouvernementscommissaris voor Atjeh). Een woord over “De Waarheid” van generaal Jan van Swieten. D.A. Thieme. Den Haag
[bewerk] Literatuur
- 1878. George Frederik Willem Borel.Onze vestiging in Atjeh. Critisch Beschreven. Den Haag. Thieme
- 1997. Cees Fasseur. Indiesgasten. Bert Bakker. Amsterdam (152-178)

