Fanny Kaplan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fanny Kaplan, 1906

Fanny Jefimovna Kaplan (Russisch: Фанни Ефимовна Каплан) (Gouvernement Wolynië, 10 februari 1890Moskou, 3 september 1918) was een Russisch anarchiste en socialist-revolutionaire, die vooral bekend werd door haar aanslag op Lenin in 1918.

Leven[bewerken]

Kaplan was de dochter van een Joodse onderwijzer en kreeg thuis les van haar vader. In 1905 sloot ze zich aan bij anarchistische kringen in de Oekraïne en in 1906 nam ze deel aan een aanslag op regeringsbeambten in Kiev. Door de bominslag werd haar gezichtsvermogen blijvend beschadigd. Na haar arrestatie werd ze ter dood werd veroordeeld, maar het vonnis werd omgezet in levenslange dwangarbeid en ze werd verbannen naar de bergregio Nertsjinsk-katorga. Daar sloot ze zich aan bij de Sociaal-Revolutionaire Partij. Haar verblijf in Siberië tastte haar gezondheid echter sterk aan. Nadat Kaplan in 1917 na de Februarirevolutie uit gevangenschap was ontslagen, stuurden haar partijgenoten haar voor een kuur naar een sanatorium op de Krim. Tijdens de Oktoberrevolutie onderging ze een oogoperatie in Charkov, om vervolgens weer terug te gaan naar de Krim. In augustus 1918 was ze plotseling in Moskou.

Aanslag op Lenin[bewerken]

Fanny Kaplan na haar arrestatie, 1918

Op 30 augustus vertrok Lenin naar de Michelsonfabriek in de buitenwijken van Moskou, om daar voor de arbeiders een toespraak te houden, zoals alle Bolsjewistische leiders dat deden op vrijdagmiddag. Eerder op de dag had hij gehoord dat de Bolsjewistische leider van de Tsjeka in Sint-Petersburg was vermoord door de sociaal-revolutionair Leonid Kannegister, maar tegen de adviezen in besloot hij toch te gaan. Toen hij de fabriek verliet, stapte vanuit de menigte een jonge vrouw naar voren, Fanny Kaplan, die drie schoten op hem loste. Lenins lijfwachten zetten de achtervolging in en hadden haar snel ingerekend.

Lenin was levensgevaarlijk gewond door een kogel die hem in de nek had geraakt. Hij herstelde echter voorspoedig, hetgeen door de Bolsjewistische pers werd uitgelegd als een wonder en sterk bijdroeg aan de cultusvorming rondom Lenin.

Kaplan vertelde de Tsjeka dat ze het plan Lenin te vermoorden in haar eentje had uitgedacht. Ze zei dat Lenin de revolutie had verraden en dat hij ‘door in leven te blijven nog decennialang afbreuk zou doen aan het socialistische ideaal’. Kaplan werd vastgehouden in dezelfde cel als de Britse diplomaat Bruce Lockart, die door de Bolsjewieken was gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de aanslag. Hij beschreef hoe ze de cel binnenkwam:

Ze was gekleed in het zwart. Haar haar was zwart en onder haar ogen, die dof voor zich uitstaarden, had ze diepe, zwarte wallen. Haar gezicht was kleurloos. Ze zag er heel Joods uit en was niet erg aantrekkelijk. Ze had iets leeftijdsloos, ze had 20 kunnen zijn, maar ook 35. Ik dacht meteen dat het Kaplan moest zijn. Ongetwijfeld hoopten de Bolsjewieken dat ze mij een teken van herkenning zou geven.

Maar dat deed ze niet. Kort daarna werd ze overgebracht naar het Kremlin, waar ze werd gemarteld en op 3 september doodgeschoten. Haar stoffelijke resten werden spoorloos opgeruimd.

Volgens Angelica Balabanova, secretaris van de Komintern, barstte Lenins vrouw Nadezjda Kroepskaja in tranen uit bij de gedachte dat met Kaplan de eerste revolutionair door de revolutionaire beweging was gedood. De aanslag bleek echter het sein om de terreur door de Tsjeka verder op te voeren en nog velen zouden haar volgen.

Nog steeds is er overigens twijfel of Kaplan de aanslag ook wel daadwerkelijk heeft uitgevoerd of dat ze als zondebok diende om een andere dader te ‘dekken’[1].

Literatuur en bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. (de) Artikel over de aanslag op Lenin en de (vermeende) rol van Kaplan