Faramir
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|
| Andere namen | Geen |
| Titel | Heer van Emyn Arnen, Vorst van Ithilien, Laatste Heersende Stadhouder van Gondor |
| Geslacht | Man |
| Afkomst | Mens |
| Geboortejaar | 2983 van de Derde Era |
| Overlijdensjaar | 82 van de Vierde Era |
|
|
|
| Vader | Denethor II |
| Moeder | Finduilas |
| Echtgenoot/echtgenote | Éowyn |
| Nageslacht | minstens één zoon (Elboron) |
Faramir is in de trilogie In de ban van de ring van de Britse schrijver J.R.R. Tolkien de jongere broer van Boromir en de zoon van stadhouder Denethor II van Gondor. Zijn naam komt uit het Sindarijns en betekent juweel van trouw.
Faramir is wat zachtaardiger dan Boromir. Hij is de kapitein van de Dolers die in Ithilien vechten tegen de mensen uit het zuiden. Hij komt onderweg ook Frodo, Sam en Gollem tegen en weet de twee hobbits als verdachte figuren te arresteren. Als zij Faramirs vertrouwen hebben weten te winnen, kan met behulp van Frodo ook Gollem worden binnengelokt in het kamp. Als de Hobbits Faramir hebben kunnen overtuigen van de noodzaak van hun tocht, laat hij hen gaan.
Later wordt Faramir gewond, maar hij wordt genezen door Aragorn. Vanwege zijn verwonding blijft hij tijdens de laatste slag tegen Sauron in Minas Tirith, waar hij Éowyn, een prinses uit Rohan leert kennen. Na de oorlog trouwt hij met haar en neemt hij de regering van het door hem geliefde Ithilien op zich.Hij wordt dan ook tot prins van Ithilien gekroont.
| Voorganger: Denethor II |
Stadhouder van Gondor | Opvolger: Elboron |

