Fectio

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reconstructie van een Romeinse wachttoren bij Fort bij Vechten

Fectio was een Romeins fort (Latijn: castellum) in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior) aan de noordgrens van het Romeinse Rijk (de limes). Het castellum maakte daarin deel uit van een gordel van legerkampen (castra) en verdedigingstorens (turres). Fectio lag destijds dichtbij de plek waar de rivier de Vecht van de Rijn afsplitste.

Vandaag de dag liggen de restanten ervan in Vechten direct westelijk van het rond 1869 voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwde Fort bij Vechten. Onder Fort bij Vechten lagen de resten van het kampdorp (vicus) dat bij het castellum hoorde.

Naamsvermeldingen[bewerken]

De naam van het castellum werd in de 7/8e eeuw vermeld in de Ravennatis Anonymi Cosmographia als Fictione tussen Matellionem (de Leidse wijk Roomburg) en Evitano (bij Wijk bij Duurstede).[1] Op een in 1869 bij het castellum teruggevonden votiefsteen staat het in de inscriptie met de naam Fectione.

In verband met een ander naburig castellum met de naam Fletio (Vleuten) dat op de Peutinger kaart (Tabula Peutingeriana) staat vermeld, zijn lange tijd de namen (voor) Fectio en Fletio met elkaar geïdentificeerd. Wat meer duidelijkheid is er gekomen met de vondst in 1869 van de votiefsteen bij dit castellum, maar nog altijd is er enige discussie over.[2][3]

Geschiedenis[bewerken]

De eerste opbouw van het castellum stamt uit de tijd van de Romeinse keizer Augustus (27 v.Chr - 14 n.Chr). Vermoedelijk is Fectio in het jaar 4 of 5 n. Chr. gebouwd. Fectio lag strategisch, omdat enkele kilometers naar het westen de Vecht aftakte van de Rijn. Via de Vecht kon Frisia worden bereikt en via de Rijn het gebied van de Cananefaten. In het jaar 47 werd de Rijn de noordgrens van het Romeinse Rijk en kreeg Fectio een defensieve rol.

Fectio is regelmatig verwoest en herbouwd. Zeven keer gebeurde dit van hout en de achtste keer (tussen 211 en 235) werden de hoofdgebouwen en vestingmuren van tufsteen opgetrokken.

Tussen 270 en 275 verlieten de Romeinen Fectio. Uit archeologische sporen blijkt dat Fectio toen in brand is gestoken. De restanten van Fectio zijn hergebruikt voor de bouw van de eerste Utrechtse kerken. De Frankische hofmeier Karel Martel schonk daarbij in 723 onder meer Fectio en het enkele kilometers verderop gelegen voormalige Romeinse fort Traiectum aan het monasterium in Utrecht.

Teruggevonden teksten[bewerken]

Diverse inscripties en stempelafdrukken zijn in de loop der eeuwen bij het voormalig castellum aangetroffen. Deze bevonden zich onder meer op aardewerk zoals dakpannen, en op grafstenen zoals die van een vrouw genaamd Salvia Fledimilla.[4][5][6] Een aantal votiefstenen maakten deel uit van deze vondsten. In 1869 werden er bijvoorbeeld twee aangetroffen bij bouwwerkzaamheden voor het nieuwe fort. De ene votiefsteen bleek afkomstig uit de late 2e eeuw[7] en was gewijd aan de godin Viradectis met de tekst:

Deae Viradecdi cives Tungri et nautae qui Fectione consistent votum solverunt libentus merito
Vertaald: Aan de godin Viradecdis hebben de burgers en schippers, de Tungri, die in Fectione gevestigd zijn, hun gelofte ingelost, gaarne en met reden

De andere vondst uit dat jaar heeft vertaald de volgende tekst: Voor de moedergodinnen van Noricum heeft Anneus Maximus, soldaat van het Eerste Legioen [met de bijnaam] Minervia, zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden[4][8]

Bij archeologische opgravingen in 1995 en 1996 werden onder meer een wijnvat met een ingebrand stempel van keizer Caligula en een votiefsteen gewijd aan de moedergodinnen aangetroffen.[9]

102 fragmenten van schrijfplankjes die al eerder bij Fectio waren ontdekt, werden in 2010 geschonken aan de Provincie Utrecht. Ze zullen door een expert van de Universiteit van Oxford worden onderzocht op teksten.[10][11]

Collectie met vondsten[bewerken]

Het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen verzamelde in de 19e eeuw ruim 10.000 vondsten uit de archeologische opgravingen in Fectio voor hun collectie. Deze collectie werd in 1995 overgedragen aan de gemeente Utrecht en is toegevoegd aan het Centraal Museum.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • A.W. Byvanck (1931-1947), Excerpta Romana. De Bronnen der Romeinsche Geschiedenis van Nederland, Martinus Nijhoff, Den Haag
  • B. Colenbrander, MUST (red) (2005), Limes Atlas, 010 Publishers, Rotterdam, ISBN 9064505357, 9789064505355
  • E. J. van Ginkel (1997), Utrecht anno 47, in: Jaarboek Oud-Utrecht 1997, blz. 8-34, Casparie, ISBN 9071108155
  • J.K. Haalebos (1997), Van Nijmegen naar Utrecht. De limes in Nederland, in: Jaarboek Oud-Utrecht 1997, blz. 36-65, Casparie, ISBN 9071108155
  • J.H.J. Joosten (1997), Fletione, Fectione, en Fictione, in: Tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten-De Meern-Haarzuilens, nr. 1 maart 1997, blz. 38-42, ISSN 0928-4893
  • L.A. van der Tuuk (1997), Een kampdorp bij het fort Fectio, in: Oud- Utrecht jan/ feb 1997, blz. 14- 16, ISSN 1380-7137
  • J.W. Verburgt (1916), De Romeinsche Vecht, in: Jaarboekje van het Oudkundig Genootschap "Niftarlake" 1916, blz. 78-97, L. Masselink, Utrecht
  • W.K. Vos en J.P. ter Brugge (1998), Bunnik. Vechten, in: Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 1996-1997, blz. 46-51, Mewadruk, Hilversum, ISSN 1386-8527

Noten

  1. Kosmograaf van Ravenna, Cosmographia, in: A.W. Byvanck, Eerste Deel, blz. 544 en 580
  2. J.H.J. Joosten
  3. E. J. van Ginkel
  4. a b J.W. Verburgt, blz. 89
  5. J.K. Haalebos, blz. 59
  6. A.W. Byvanck, Tweede deel, blz. 172-195
  7. E. J. van Ginkel, blz. 28
  8. Collectie Utrecht: Wij-altaar voor moedergodinnen uit Noricum
  9. W.K. Vos en J.P. ter Brugge
  10. Provincie Utrecht (red.), Romeins archief komt boven water in Utrecht, juli 2010
  11. Hazenberg Archeologie, Unieke vondst overgedragen aan provincie Utrecht, 9 juli 2010