Fender Precision Bass

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Fender Precision Bass, ook wel "P-bass" genoemd, was de eerste in serie geproduceerde elektrische basgitaar.

Aanleiding voor ontwikkeling[bewerken]

Fender Precision Bass met palissander toets

Het instrument is ontworpen in 1950-51 door Leo Fender en zijn ontwikkelteam en is de best verkochte basgitaar aller tijden. Dit instrument werd volgens Leo Fender ontwikkeld to free the bassplayer from his doghouse zoals de contrabas door hem werd genoemd.

Dit was niet de eerste basgitaar, zoals vaak wordt beweerd. Vijftien jaar eerder had Audiovox Manufacturing Company uit Seattle al een elektrische basgitaar gemaakt. De Fender Precisionbass was echter wel de eerste elektrische basgitaar die in groten getale werd geproduceerd en die een commercieel succes was. Het is zelfs de best verkochte basgitaar aller tijden. De Precisionbass wordt nog steeds geproduceerd in de fabriek in Corona; een aangepaste versie van het model wordt gemaakt in een Fender-fabriek in Ensenada.

Het ontwerp[bewerken]

Aanvankelijk was de kast geheel vlak (in het Engels slab body genoemd als verwijzing naar een blok hout) , maar in 1954 werd het ontwerp aangepast en ging de body meer op de net geïntroduceerde Fender Stratocaster lijken, met een uitgesneden achterkant en meer afgeronde randen (custom contoured body). Tevens werden enkele andere zaken aan het oorspronkelijke ontwerp opgewaardeerd, zoals een brug met stalen zadels die de nylon zadels verving (twee snaren per zadel), een sunburst-afwerking als optie naast de "butterscotch blonde"-afwerking, en een slagplaat van wit vinyl in plaats van zwart bakeliet.

In 1957 werd het ontwerp ingrijpend aangepast. Zo werd de brug, die oorspronkelijk uit een l-vormig metalen stip met twee kunststof, later stalen, zadels bestond, opgewaardeerd naar een brug met vier verstelbare metalen zadels zodat de snaren individueel versteld konden worden. Ook werden de snaren nu niet meer door de achterkant van de body over de brug gelegd (het zogenaamde "string trough body"-concept), maar werden deze aan de achterzijde van de brug verankert, de "toploader". De grootste verandering naast de body was het nieuwe element (Eng. pick-up). Het enkelspoelselement van de eerste Precisions werd vervangen door een split pickup. Eigenlijk waren het twee kleine elementen - één per twee snaren - die als humbucker waren geschakeld. Fender liep daar niet mee te koop, omdat het patent van Gibson op de humbucker nog niet was verlopen.

In hetzelfde jaar werd ook de kop gewijzigd van het Telecastermodel naar een Stratocastermodel, en de slagplaat werd voortaan van geanodiseerd aluminium gemaakt en werd opnieuw ontworpen, met de volume- en toonregeling op de slagplaat in plaats van op een apart metalen plaatje zoals daarvoor het geval was. Twee jaar later werd van het geanodiseerd aluminium al weer afgestapt; de slagplaat was nu van vierlaags celluloid met schildpadmotief (in 1964 werd het celluloid vervangen door plastic). In 1959 werd ook de hals gewijzigd. Tot dan zaten de frets direct in de van esdoornhout gemaakte hals, maar vanaf nu zaten ze in een toets van palissander. Het oude ontwerp van de hals werd in 1970 opnieuw geïntroduceerd; het model met palissander toets bleef daarnaast echter bestaan.

Het oorspronkelijke ontwerp van de Precision Bass werd, met een paar wijzigingen, in 1968 opnieuw geïntroduceerd onder de naam Fender Telecaster Bass. Begin jaren tachtig kwam de Fenderfabriek met een aantal nieuwe Precision-ontwerpen op de markt. Zo kwam in 1981 de Precision Special uit. Deze basgitaar was gemaakt uit speciale houtsoorten (de eerste bassen waren van walnotenhout) en had vergulde hardware, en een ingebouwde voorversterker. Het jaar erop werd deze basgitaar omgedoopt tot Precision Elite, en later tot Precision Elite II. Deze bassen waren identiek aan de Precision Special, maar hadden in plaats van één split-element, twee split-elementen, zodat de bas ook meer Jazz Bass-achtige klanken kan voortbrengen. Vanaf het eind van de jaren negentig verschenen allerlei speciale uitvoeringen van de Precision Bass. Er bestaat ook een vijfsnarige versie.

Tijdlijn[1][bewerken]

  • 1952: Allereerste modellen, met een body van essenhout, een slagplaat van bakeliet, een hals gemaakt van één stuk esdoornhout, waarbij de trussrod langs de achterzijde ingelegd werd en de ontstane sleuf werd afgedicht met een stuk walnotenhout. De kop was gemodelleerd naar die van de Fender Telecaster , de duimsteun was gemaakt van zwart geverfd hout, dit alles afgelakt in "nitrocelluloselak". De brug was een "String Through Body" brug met twee nylon zadels. Het element was een enkelspoelselement met vier polepieces. De allereerste bassen hadden het serienummer op de brugplaat staan. De stemsleutels waren Kluson 546 "Reverse"-stemsleutels, die omgekeerd draaiden dan normale stemsleutels (wijzerzin is meer spanning). De regelknoppen voor volume en toon werden gemaakt van messing, met ronde bovenkanten. De bas kwam met twee metalen kappen over de brug en het element, de laatste om het element af te schermen van magnetische interferentie, de eerste had een stuk schuim aan de binnenzijde om de snaren af te dempen, om zo meer een geluid van een contrabas te imiteren. Het logo op de kop was een decal op basis van glucose, en werd over de laklaag aangebracht.
  • 1953: Geen grote wijzigingen tegenover 1952, behalve dat het serienummer nu op de neckplate stond in plaats van op de brug.
  • 1954: De body kreeg uitfrezingen aan de achterzijde en de voorzijde, respectievelijk voor de buik en de elleboog, de zogenaamde "contoured body", dit in navolging van de Fender Stratocaster, die in dat jaar geïntroduceerd werd. Ook een 2-tone sunburst (zwart-geel)-afwerking voor de body werd ingevoerd, naast de "butterscotch blonde"-afwerking, en de zwarte slagplaat werd vervangen door een witte van vinyl. De kunststoffen zadels van de brug werden vervangen door stalen zadels.
  • 1955: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1954.
  • 1956: Voor de bassen afgewerkt in de sunburst afwerking werd vanaf nu elzenhout gebruikt voor de body. Voor bassen in de blonde afwerking bleef het essenhout.
  • 1957: Totale vernieuwing van het model. De bodyvorm bleef gelijk, maar de hals kreeg nu een kop die meer geleek op die van de Fender Stratocaster, de slagplaat werd opnieuw ontworpen en kreeg de vorm zoals die nu bekendstaat, en werd gemaakt van geborsteld en geanodiseerd aluminium, en werd gemonteerd met 10 schroeven. Het enkelspoelselement werd vervangen door een split pickup, met 8 polepieces, waarbij de twee polepieces voor de A-snaar hoger waren dan de andere, om zo een gelijke signaalsterkte te hebben voor iedere snaar. De "string trough body"-brug werd vervangen door een "toploader"-model, met individuele zadels voor iedere snaar, gemaakt van staal met een schroefdraad in getapt, om zo de onderlinge snaarafstand te kunnen regelen. De regelknoppen kregen nu afgeplatte bovenkanten. De verchroomde kappen werden ook opnieuw ontworpen. De kleur van de blonde afwerking werd iets meer wit dan geel. De duimsteun werd nu gemaakt van zwart plastic, en werd gemonteerd met twee schroeven.
  • 1958: Een 3-tone sunburst (zwart-rood-geel) werd ingevoerd, verder geen noemenswaardige wijzigingen.
  • 1959: In de zomer van het jaar werd de hals uitgerust met een "slab" palissander toets, en werd de halspen langs de toetszijde ingelegd, waardoor de walnoten houten strip aan de achterzijde van de hals verdween. De positiemarkeringen werden gemaakt van "clay", een soort van keramische vulstof. Vlak daarna werd de aluminium slagplaat vervangen door een vierlaags celluloid slagplaat met schildpadmotief. Teneinde een goede isolering te hebben tegen storende interferentie werd er onder de slagplaat een dun aluminium shieldingplaatje aangebracht.
  • 1960: De twee verhoogde polepieces voor de A-snaar werden weer ingekort, er kwam een draagknop aan de achterzijde van de kop voor bassisten die de bas liever verticaal bespeelden en de blonde afwerking (en dus ook het essenhout) verdween uit het gamma, om vervangen te worden door een witte afwerking.
  • 1961: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1961, alleen waren vanaf nu ook speciale kleuren tegen een meerprijs van 5% beschikbaar. De standaardkleuren waren wit en 3-tone sunburst.
  • 1962: Het logo op de kop kreeg nu twee patentnummers onder "PRECISION BASS", en in de zomer van het jaar werd de palissander "slab"-toets vervangen door een dunnere fineer toets. Er waren vanaf nu vier halsprofielen mogelijk, aangeduid van A tot en met D, met A de dunste en D de dikste. B kwam het vaakst voor. Voor de speciale kleuren werd een drielaags witte slagplaat beschikbaar gesteld.
  • 1963: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1962. Halverwege 1963 kreeg het logo vijf patentnummers.
  • 1964: De "clay"-positiemarkeringen werden nu gemaakt van imitatie paarlemoer, en de gele kleurlaag van de sunburstafwerking werd nu dekkend gemaakt, zodat ook minder fraaie stukken hout gebruikt konden worden voor deze afwerking. Aan de achterzijde van de kop werden uitsparingen gemaakt waarin uitstekende montagebeugels van de stemsleutels pasten, zodat de stemsleutels nu mooi op de kop passen. De slagplaten werden nu gemaakt van plastic in plaats van celluloid.
  • 1965: Fender werd door CBS overgenomen in januari. Het lettertype van het logo werd nu iets vetter, de gebruikte draad voor de spoelen van het element wijzigde, net als het materiaal waaruit de spoelen en de magneten gemaakt werden. Op de neckplate stond nu onder het serienummer een grote "F" gestempeld.
  • 1966: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1965, alleen werd nu een esdoornhout "slab"-toets als optie aangeboden.
  • 1967: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1966.
  • 1968: Het instrument werd nu volledig in polyesterlak afgewerkt, met uitzondering van de voorkant van de kop. De Kluson-stemsleutels werden vervangen door stemsleutels van eigen makelij (hierbij verdwijnen ook de inkepingen achteraan de kop), met Fender erop gestempeld, de knop achteraan de kop verdween en het logo werd aanzienlijk uitgerokken en besloeg nu de gehele lengte van de kop, dit teneinde een duidelijker beeld te hebben op de televisie, het zogenaamde "T.V. Friendly"-logo. De frets waren nu ook iets hoger en breder. De zadels van de brug zijn niet meer gemaakt van schroefdraad, maar van een glad stuk staal met in het midden een inkeping, het zogenaamde "barrel"-zadel. De intonatieschroef voor de G-snaar was iets langer dan die van de andere snaren.
  • 1969: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1968.
  • 1970: Een esdoornhouten hals uit één stuk werd terug aangeboden, naast de palissander toets, die nu ook in een fretloze versie werd aangeboden. Voor het hout voor de body werd van elzenhout geleidelijk weer overgestapt naar essenhout. De hals werd iets smaller gemaakt. Het aluminium shieldingplaatje onder de slagplaat verdween.
  • 1971: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1970, de esdoornen hals wordt steeds populairder
  • 1972: Een drielaags zwart-wit-zwarte slagplaat vervangt het schildpaddenmotief.
  • 1974: De duimsteun wordt verplaatst van de kant van de G-snaar naar de kant van de E-snaar
  • 1975: Stemsleutels worden nu van Schaller (met Fender-stempel erop), het logo op de kop wordt weer iets kleiner en het serienummer staat nu mee in het logo op de kop, in plaats van op de neckplate.
  • 1976 tot 1980: Geen noemenswaardige wijzigingen tegenover 1975.

De Precision in de muziek[bewerken]

Vanaf de introductie, begin jaren vijftig, heeft de Precision Bass een vaste plaats in de populaire muziek weten te verwerven. De P-Bass, zoals hij ook wordt genoemd, droeg in belangrijke mate bij aan het geluid van de moderne muziek. Hij werd door Bill Black, de bassist van Elvis Presley "geïntroduceerd" ("Jailhouse Rock").

Queen-bassist John Deacon gebruikte bijna altijd een Precision Bass in de studio en tijdens concerten. Hij werd ook een handelsmerk van Motown, waar bassisten als James Jamerson en Bob Babbitt in de jaren zestig met hun Precision bepalend waren voor de klank van de bands die onder dit muzieklabel huisden. Ook de bekende Stax-bassist Donald "Duck" Dunn maakte in die tijd (heeft een tiental jaar geleden zijn eigen versie van de Precision op de markt gebracht) gebruik van deze Fender-bas.

Ook met de komst van de hardere rockmuziek wordt de Precision nog veel gebruikt (John Entwistle, John McVie, Tony Levin). De Precision Bass is al lange tijd favoriet bij rockbassisten die met een plectrum spelen. Hij heeft een helder en stuwend geluid. Een van de bekendste bespelers is Jean-Jacques Burnel van The Stranglers, die zijn Precision als een solo-instrument hanteerde dat het geluid van de band domineerde ("No more heroes").

In Nederland is Herman Deinum van (onder andere) Sweet d'Buster een bekende bespeler. Ook R.E.M. bassist Mike Mills gebruikt deze bas als hoofdbas.

Bronnen, noten en/of referenties