Ferdinand van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ferdinand van Beieren
1577-1650
Ferdinand von Bayern, Köln JS.jpg
Prins-bisschop van Luik
Periode 1612-1650
Voorganger Ernst van Beieren
Opvolger Maximiliaan Hendrik van Beieren
Vader Willem V van Beieren
Moeder Renata van Lotharingen

Ferdinand van Beieren (München, 6 oktober 1577 - Arnsberg, 13 september 1650) was bisschop van verschillende vorstendommen.

Hij was een zoon van hertog Willem V van Beieren en Renata van Lotharingen, en een neef van zijn voorganger Ernst van Beieren. Zijn voornaamste ambt was dat van keurvorst en bisschop van Keulen (1612-1650). Daarnaast cumuleerde hij de bisdommen van Luik, Munster, Paderborn en Hildesheim en was ook nog vorst-abt van Stavelot. Zoals zijn voorgangers, had hij geen wijdingen ontvangen.

Ferdinand van Beieren was een centrale figuur in de contrareformatie in de door hem beheerde gebieden. Na het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog in 1618 sloot hij zich aan bij de Katholieke Liga. Hij staat ook bekend om de heksenproces in de streek van Keulen.

In 1619 schonk hij de heerlijkheid Opoeteren in pand aan Michel de Selys, burgemeester van Luik. Het wapenschild van Ferdinand is terug te vinden op de enige nog overgebleven toren van het Bethaniakasteel in Hoeselt.

Bestuur in Luik[bewerken]

In 1613 schaft hij in het prinsbisdom Luik een aantal vrijheden af, die zijn voorganger had toegestaan. Het is nu de commissaris van de bisschop die tussen de verkozenen van een bepaalde stand of beroepsgroep, kiest wie in de gemeenteraad zetelt. Zo ontstaan in Luik een 'conservatieve' partij, die Spanje en de prins-bisschop steunt, en een 'democratische' partij, die Frankrijk steunt, de chiroux en de grignoux. In 1618 verbiedt hij het drukken van alle boeken, waarvoor hij niet vooraf de toestemming gegeven heeft. Als in 1632 Staatse troepen Maastricht innemen en de gewetensvrijheid uitroepen, komt het protestantisme tot ontwikkeling in het prinsbisdom Luik. In 1649 komt het tot een echte revolte tussen de bisschopsgezinde chiroux en de grignoux, en dient de prins-bisschop uit te wijken naar Hoei. In 1649 schaft de prins-bisschop alle vrijheden af. De standen hebben geen politieke rechten meer en hun bezittingen worden geconfisqueerd ten voordele van de stad Luik.