Fernands riopa
| Fernands riopa IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008) |
|||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||
| Lepidothyris fernandi Burton, 1836 |
|||||||||||||||||
| Afbeeldingen Fernands riopa op |
|||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||
Fernands riopa[1], ook wel vuurskink of prachtskink (Lepidothyris fernandi) is een hagedis uit de familie skinken (Scincidae). De wetenschappelijke geslachtsnaam was oorspronkelijk Riopa, toen Lygosoma en later Mochlus, waardoor deze oude namen in de literatuur nog worden gebruikt.
Inhoud |
Beschrijving [bewerken]
De vuurskink doet de naam eer aan en heeft een gele en rode tekening die zich echter moeilijk laat omschrijven vanwege de grote variatie, wat samenhangt met het grote verspreidingsgebied. De meeste exemplaren hebben een zeer brede geelbruine tot goudgele longitudinale band op de rug tot bovenaan de flanken die bij de staartwortel omslaat naar zwart. Door het ronde lichaam is het rug- en flankoppervlak groter dan bij veel andere skinken.
Aan de zijkant van de staart bevinden zich kleine witte vlekjes die afsteken tegen de zwarte ondergrond, en de gehele flank inclusief de zijkant van de kop is helder oranje tot rood gekleurd met enkele dunne witomzoomde zwarte verticale strepen. Het bovenste deel van de nek en de keel zijn zwart met enkele kleine witte vlekjes en de buik is oranjerood. Sommige exemplaren hebben een overwegend zwarte kleur, met bloedrode flanken en een donkerbruine rug.
Vuurskinken kunnen erg oud worden; waarschijnlijk meer dan dertig jaar. Ze worden ook groter dan gelijkende soorten, zoals de Sundevall's skink (Mochlus sundevalli) die ongeveer 20 centimeter wordt, de vuurskink wordt ongeveer 35 centimeter.
Leefwijze [bewerken]
Het voedsel bestaat uit insecten en andere ongewervelden maar ook wel plantendelen als bladeren en fruit worden gegeten. Deze nachtactieve hagedis leeft in de strooisellaag van bossen en kan bij een aanval van een predator zijn staart afwerpen, die later weer aangroeit.
Voortplanting [bewerken]
Een legsel bestaat meestal uit 8 eieren, die worden afgezet in strooisel of rottend hout.
Verspreiding en leefgebied [bewerken]
De skink komt voor in grote delen van Afrika, maar wordt steeds zeldzamer omdat de hagedis geld waard is in de handel in exotische dieren. Het verspreidingsgebied beslaat Guinea, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Kinshasa, Angola, Oeganda, Gabon, Sierra Leone, Burundi, Rwanda, Kenia, Ivoorkust, Ghana, Togo, Benin, Nigeria en Kameroen. In sommige landen echter zijn er wel exemplaren aangetroffen door herpetologen, maar deze zijn later nooit bevestigd, sommige waarnemingen zijn al tientallen jaren oud.
Bronvermelding [bewerken]
Referenties
Bronnen
|