Fietspad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voet- en fietspad naast weggedeelte voor autoverkeer

Een fietspad is een weggedeelte of vrijliggend pad dat is gereserveerd voor het fietsverkeer. Tot 1995 mochten in Nederland ook bromfietsers gebruikmaken van het fietspad.

In Nederland en Vlaanderen zijn fietspaden overal gebruikelijk. Ook in andere landen wordt steeds meer fietsinfrastructuur gerealiseerd, maar soms moeten fietsers nog zonder de gebruikelijke maatregelen op de rijbaan of op het trottoir rijden.

Een fietspad is geen rijbaan. Een weg met een fietspad aan weerszijden is dus niet een weg met meerdere rijbanen. Heeft een weg geen voetpad of trottoir, maar wel een fietspad, dan mogen ook voetgangers het fietspad volgen.

Geschiedenis[bewerken]

Ontwikkelingen tot en met de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Rond het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw zijn in diverse landen voor het eerst weggedeeltes speciaal voor fietsers aangelegd. In de laatste decennia van de 19e eeuw gebeurde dat bijvoorbeeld in Duitsland en in de Verenigde Staten van Amerika. In september 1885 werd het wandelpad op de Maliebaan in Utrecht op zondagmiddag opengesteld voor rijwielen. Die plaats was ook het centrum van Het Nederlandsche Vélocipèdisten-Bond, de latere Algemene Nederlandse Wielrijdersbond (ANWB). De initiatiefnemer tot het fietspad was de later als zoöloog bekend geworden Antoon Oudemans, een van de weinige fietsers die zich niet bij een fietsvereniging had aangesloten. Het eerste echte Nederlandse fietspad ontstond in 1896, en liep van station Nuenen het dorp in. Datzelfde jaar richtte de ANWB een wegencommissie op, die gemeentes ging aanmoedigen om fietspaden aan te leggen. Zelf opende de vereniging in 1898 haar eerstaangelegde pad in Den Haag aan de Stadhouderskade.

In de 20e eeuw werd infrastructuur voor fietsers vooral in verband met het toenemende autoverkeer gerealiseerd. Vanaf 1900 nam het aanleggen van fietspaden een hoge vlucht, aanvankelijk vooral in Duitsland. Tot 1910 lagen daar fietspaden nog in het midden van de weg. In 1926 werd het fietsen op de aparte weggedeelten in Duitsland verplicht gesteld. Rond de dertiger jaren werden ook in België, Denemarken, Frankrijk en Zwitserland steeds meer fietspaden aangelegd. De matige kwaliteit maakte de eerste fietspaden omstreden onder fietsers. Nederland verplichtte de fietsers, vanaf de Tweede Wereldoorlog, om gebruik te maken van de fietspaden.

Tweede helft 20e eeuw-heden[bewerken]

Terwijl in de jaren zestig nog uitgebreide fietspadennetwerken werden aangelegd in Scandinavische steden zoals Helsinki, werden veel Duitse fietspaden weer afgebroken. Dit gebeurde om meer ruimte voor het autoverkeer te scheppen. In Nederland ervoeren veel fietsers ook dat het autoverkeer ruim baan kreeg ten koste van fietsinfrastructuur. Uit acties daaromtrent ontstond de Eerste Enige Echte Nederlandse Wielrijders Bond (nu Fietsersbond geheten). Deze speelde vervolgens een rol bij de totstandkoming van het Masterplan Fiets. Dit project was overigens ook een reactie op succesvolle experimenten met nieuwe fietspadennetwerken in Denemarken. Verder nam in Duitsland de belangstelling voor fietsinfrastructuur weer toe.

Sinds de laatste decennia van de 20e eeuw worden in steeds meer Europese landen fietspadennetwerken aangelegd, verder uitgebreid of op elkaar aangesloten. De Europese Unie en op toeristisch fietsen gerichte projecten als Eurovelo stimuleren dit.

Vanaf 15 december 1999 is er in Nederland onderscheid tussen 'fietspaden' en 'fiets/bromfietspaden'. De laatste komen vooral buiten de bebouwde kom voor. Een fietspad is alleen toegankelijk voor fietsers en snorfietsers, een fiets/bromfietspad ook voor bromfietsers.

Ook in België zijn sinds begin jaren tachtig steeds meer fietspaden aangelegd. De uitbouw van verkeersinfrastructuur is een gewestelijke bevoegdheid, dus de Vlaamse regering is hiervoor verantwoordelijk in Vlaanderen. In Wallonië en het Brussels gewest is de infrastructuur voor fietsers beperkter, deels vanwege het heuvelachtige terrein.

Reguliere fietspaden[bewerken]

De rode kleur geldt niet internationaal. Dit Spaanse fietspad is groen
  • Veel fietspaden maken deel uit van wegen die ook gebruikt worden door veel, of relatief veel autoverkeer. Een dergelijk pad is gerealiseerd als een verharde baan die aan de zijkant van het weggedeelte bedoeld voor auto's ligt en daarvan duidelijk gescheiden is, bijvoorbeeld door middel van een berm. Soms ligt het pad slechts aan één kant van de weg en dient het voor tweerichtingsverkeer, maar in stedelijke gebieden ligt meestal aan beide zijde van de weg (evenals trottoirs, die weer aan de zijkant van fietspaden gelegen zijn) een eenrichtingsfietspad. Deze paden zijn vaak uitgevoerd in een onderscheidende kleur, waarbij gekleurde tegels, verf of gravel als ondergrond dienen. In Nederland en Vlaanderen worden fietspaden meestal in steenrood uitgevoerd. Het eerste rode fietspad werd rond 1980 in Tilburg aangelegd. Deze rode kleur dient als suggestie (men is eraan gewend dat fietspaden en fietsstroken rood zijn) en heeft geen wettelijke onderbouwing.
  • Er zijn ook vrijliggende fietspaden die geen weg begeleiden.
    • In stedelijk gebied gaat het hierbij om vaak korte trajecten die een verbinding leggen tussen wijken of stadsdelen. Dergelijke fietsinfrastructuur wordt vooral uitgebreid toegepast in nieuwe steden als Houten en Lelystad.
    • In landelijke en natuurrijke gebieden zijn vrijliggende fietspaden soms speciaal aangelegd voor recreatieve fietsers, vaak zijn het ook beheerwegen van grondeigenaren die wel fietsers maar geen snelverkeer op hun terrein willen. Op het platteland zijn vooral in het oosten van Nederland de meeste paden met een eigen tracé aangelegd door rijwielpadverenigingen. Sinds de overheid zich terugtrekt is dit soms opnieuw een krachtige formule om de stiltegebieden voor de recreant aan elkaar te knopen, een nieuwe padenstichting wil het ontstaan van zulke verenigingen stimuleren. Zulke paden worden dan ook vaak gebruikt als hoofdbestanddeel van recreatieve fietsroutes.

Voor vrijliggende fietspaden worden soms extra voorzieningen aangelegd zoals fietsbruggen en fietstunnels.

Fietsstroken[bewerken]

Binnen stedelijke omgevingen komen verder nog wegen voor waarop de gedeeltes voor fietsers slechts worden aangegeven door belijning en een op de weg geschilderd fietssymbool met eventueel een rode kleur. Zie fietsstrook.

Fiets/bromfietspad[bewerken]

Een zogenaamd fiets/bromfietspad is zowel voor fietsers als bromfietsers verplicht.

Het komt alleen in Nederland veel voor. Het verscheen voor het eerst bij een revisie van het RVV van 1990. Voordien waren alle fietspaden ook bedoeld voor bromfietsen. Het wordt in het RVV geschreven zonder weglatingsstreepje.

Voetpad en fietspad (België)[bewerken]

Een combinatiebord voor voetpad en fietspad bestaat in Nederland niet. De Nederlandse wetgeving schrijft voor dat voetgangers het fietspad volgen als er geen voetpad is.

Bijzondere fietspaden[bewerken]

Fietspaden en veiligheid[bewerken]

Het is gangbaar onder wegbeheerders, maar ook onder veel fietsers, te veronderstellen dat fietspaden de verkeersveiligheid bevorderen. Toch is er weinig onderzoek dat dat beeld bevestigt. Daarentegen zijn er veel studies gedaan, zowel in Nederland als in het buitenland, die op het tegendeel wijzen.

Een onderzoek van het SWOV (Dijkstra en Wegman, 1992) wees op het toenemend gevaar van kruisingen. Vergeleken werden weggedeelten waar fietspaden werden aangelegd naast een bestaande rijbaan. In de nasituatie werd weliswaar een lichte afname van ongevallen tussen kruisingen waargenomen, maar tegelijk een sterke toename van ongevallen óp kruisingen (36% meer ongelukken). Ook was de aard van de verwondingen ernstiger. In dezelfde studie werd ook vastgesteld dat de aanleg van fietsinfrastructuur (gekeken was ook naar het effect van de fietsroutenetwerken in Den Haag en Tilburg die toentertijd gereed waren gekomen) niet leidde tot een toename van fietsverkeer, maar - paradoxaal - tot een afname.

Het probleem met kruisingen is ook aangetoond in divers buitenlands onderzoek. Deze onderzoeksresultaten zijn strijdig met de onder wegbeheerders levende opvatting dat de veiligheid altijd gediend is door fietsen en auto's van elkaar te scheiden. In de praktijk is dat heel beperkt. Men zou al erg lange fietspaden, ongehinderd door kruisingen, zijstraten en uitritten, moeten aanleggen om daling van het aantal ongevallen waar te nemen. Met name in stedelijke gebieden lukt dat niet.

In 2007 werd door het CBS bekendgemaakt dat het aantal verkeersdoden in Nederland onder fietsers in 2006 met 19% is gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat is opmerkelijk omdat het totale aantal dodelijke verkeersslachtoffers al jaren een dalende trend vertoonde.

Gebrekkige zichtsituaties op de kruisingen én de kwaliteit van de infrastructuur spelen zeker een grote rol. In het eerder genoemde onderzoek van het SWOV (1992) werd namelijk ook al opgemerkt dat fietspaden smaller dan 180 centimeter ongevalsverhogend werken (opmerking: de CROW richtlijn is minimaal 2 meter voor een fietspad in enkele richting). In het onderzoek van Hertfordshire County Council (1979) werd het volgende opgemerkt over de zichtbaarheid:

  • "First, and most important, is the need for consistency in lay-out, signing and markings. Unlikely to be a second chance to get cycleway design right." (vrij vertaald: Het belangrijkste is het consequent gebruik van dezelfde vormgeving en belijning. Er is geen tweede kans om een fietspad te ontwerpen).

Het meldpunt "Slechte Fietspaden" van de Fietsersbond toont aan dat er veel te verbeteren valt aan de kwaliteit van de infrastructuur. Binnen twee jaar na de opening daarvan zijn al 15.000 meldingen gedaan. In juni 2007 maakten ANWB en Fietsersbond bekend dat er per jaar 47.000 eenzijdige ongevallen plaatshebben door de slechte kwaliteit van de fietspaden.

Alternatieve weginrichting[bewerken]

Met alternatieve weginrichting wordt onder andere geëxperimenteerd ingevolge het Europese Shared Space-project. Hierbij moeten voetgangers, fietsers en automobilisten gezamenlijk gebruikmaken van de beschikbare ruimte. Het merendeel van verkeerslichten, belijning en borden wordt verwijderd. Verkeersdeelnemers zijn hierdoor gedwongen op elkaar te letten en niet te vertrouwen op de weginrichting. In diverse pilotsteden zijn hiermee gunstige resultaten bereikt.[1]

Verkeerstekens Nederland[bewerken]

In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte fietspaden, herkenbaar aan respectievelijk bord G11 en G13.

Verplicht houdt in dat fietsers de rijbanen van dezelfde weg niet mogen volgen. Dit geldt echter alleen voor gewone fietsen: fietsen breder dan 75 cm of fietsen met een brede aanhanger mogen de rijbaan wél volgen. Tot 1985 mocht een tweewielige fiets niet breder zijn dan 75 cm. Een driewielige fiets en een fiets met zijspan- of aanhangwagen had tot dan een maximale breedte van 150 cm en gold als onbespannen wagen, mocht dus niet op een fietspad rijden, zelfs als hij niet breder was dan 75 cm.

Tot 1 januari 2011 waren op de onverplichte fietspaden (G13) snorfietsen en scooters (max. 25 km/h) verboden met ingeschakelde motor. Na deze datum zijn elektroscooters met ingeschakelde motor toegestaan.

Soms plaatst de wegbeheerder een geslotenverklaring (bord C14 of C15) op de rijbaan. Dit is in principe niet nodig als er een verplicht fietspad, resp. fiets/bromfietspad is, maar is geen overdaad als dit niet goed zichtbaar is, op enige afstand van de rijbaan ligt of aan de linkerkant van de weg.

Een vrijliggend fietspad ligt niet langs een rijbaan. Voor fietsers is er daarbij geen onderscheid tussen een verplicht en een onverplicht fietspad, maar bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen een onverplicht fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor. Elektrische snorfietsen mogen wel met ingeschakelde motor op een dergelijk fietspad.

Verkeerstekens buiten Nederland en Vlaanderen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bron: www.shared-space.org
Algemeen: Ecotoop · Landvorm · Landschap · Landschapselement · Nederlandse landschappen
Vlakvormig: Abschnittsmotte · Achterkade · Beekdal · Beemd · Begraafplaats · Bolle akker · Bos · Brink · Brinkdorp · Broek · Del · Dorp · Droogmakerij · Duin · Eiland · Eng · Enk · Es · Esdorp · Fort · Geriefbos · Gors · Griend · Haven · Heuvel · Houtkade · Inlaag · Karreveld · Kerkhof · Kolk · Kraag · Kreek · Kreekrug · Kromakker · Kwelder · Landgoed · Legakker · Lintdorp · Luchthaven · Maat · Made · Mede · Marke · Meer · Meerstal · Meetje · Meet · Moeras · Mijnsteenheuvel · Oeverwal · Pestbosje · Petgat · Pingoruïne · Plas · Poel · Polder · Raatakkers · Rak · Redoute · Rivier · Rivierstrand · Rustbosje · Schans · Schol · Schor · Slik · Sluis · Stad · Stelle · Stinswier · Strand · Strandwal · Strang · Stroomrug · Struweel · Stuwmeer · Stuwwal · Terril · Terp · Uiterwaard · Veenkoepel · Veenlens · Veenkolonie · Veenpolder · Veenplas · Veenterp · Ven · Vesting · Viskenij · Visvijver · Vliedberg · Vliegveld · Vloeiveld · Vloeiweide · Waai · Wad · Weel · Weide · Weiland · Wiel · Wierde · Zee
Lijnvormig: Aarden dam · Aquaduct · Autosnelweg · Autoweg · Bandijk · Barrage · Beek · Berceau · Berm · Boezem · Brandsloot · Dam · Diep · Dijk · Doodweg · Dromerdijk · Enkwal · Fietspad · Fietsstrook · Gracht · Grubbe · Haag · Haha · Heg · Holle weg · Houtkant · Houtsingel · Houtwal · Jaagpad · Kaai · Kade · Kanaal · Kerkpad · Krib · Laan · Landscheiding · Landgraaf · Landweer · Lijkweg · Maar · Molengang · Muraltmuur · Opvaart · Ossengang · Pad · Reeweg · Ringdijk · Ringvaart · Rivier · Schipsloot · Schipvaart · Schurveling · Singel · Singelgracht · Slaperdijk · Sloot · Snelweg · Spoorweg · Steenberg · Strandhoofd · Strekdam · Stuwdam · Tiendweg · Trambaan · Trekpad · Trekvaart · Trottoir · Tunnel · Turfvaart · Tuunwal · Uiterdijk · Vaart · Veenkade · Veendijk · Vlechtheg · Voetpad · Wakerdijk · Wal · Wandelpad · Weg · Wetering · Wieke · Wijk · Wierdijk · Wildwal · Zeedijk · Zwetsloot
Puntvormig: Banpaal · Bermmonument · Boe · Boerderij · Boerenkuil · Boô · Borg · Brug · Buitenplaats · Burcht · Coupure · Daliegat · Dobbe · Duiker · Eendenkooi · Galg · Gemaal · Grafheuvel · Grenspaal · Hagelkruis · Havezate · Hoeve · Hollestelle · Hoogholtje · Hunebed · Inlaat · Inundatiesluis · Kasteel · Kerkgebouw · Kwakel · Molen · Mottekasteel · Overlaat · Overweg · Pijp · Pomp · Ringwalburcht · Rolpaal · Schaapvolt · Stuw · Til · Turfput · Veenput · Verlaat · Viaduct · Vijver · Voorde · Waterpomp · Waterput · Watertoren
Icoontje WikiWoordenboek Zoek fietspad op in het WikiWoordenboek.