Filipijnse specht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Filipijnse specht
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2013)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Piciformes (Spechtvogels)
Familie: Picidae (Spechten)
Geslacht: Dendrocopos
Soort
Dendrocopos maculatus
(Scopoli, 1786)
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Filipijnse specht (Dendrocopos maculatus) is een specht die alleen voorkomt in de Filipijnen.

De Filipijnse naam voor deze vogel is Ta-ta-li-lik. De Tagalog benaming is Karpintero-maliit en in de Visayas wordt de vogel Balalatok genoemd.

Kenmerken[bewerken]

Deze Filipijnse specht is inclusief staart 14 centimeter lang en heeft een vleugellengte van 8,5 centimeter. Deze specht is de kleinste van de in de Filipijnen levende spechten. De Filipijnse specht behoort samen met de Temmincks specht en de Suluspecht tot een groepje van drie soorten sterk op elkaar lijkende kleine spechten die samen een zogenaamde supersoort vormen. De mannetjes verschillen van de vrouwtjes.

Er worden vijf (of zeven) verschillende ondersoorten onderscheiden. De eerste groep ondersoorten (D. m. maculatus en D. m. menagei en D. m. validirostris) hebben een wit bruin gestreepte rug, een witte keel met donkere plekken en een zwart-wit gestreepte onderzijde. De tweede groep (D. m. fulvifasciatus en D. m. leytensis) hebben een zwart-wit gestreepte rug, een witte keel, een witachtige bovenzijde van de borst met daarop opvallende zwarte plekken. De rest van de onderzijde van deze groep is zwart-wit gestreept met zo nu en dan wat geel.

Het mannetje van D. m. validirostris heeft verder een donkeroranjebruin voorhoofd en kruin. De rest van de bovenzijde is zwartachtig bruin met witte strepen. De plekken achter de oren zijn zwartachtig bruin, de lijn boven de ogen wit. De kin en het midden van de keel is wit. De zijkanten van de keel en de bovenkant van de borst is wit met zwart plekken. De rest van de onderzijde is vaalwit gestreept met zwartachtig bruin. De snavel is zwart, de ogen bruin en de poten zwart. Het vrouwtje heeft geen rood in de nek.

Veel auteurs onderscheiden dan nog een derde groep van twee ondersoorten: D. m. siasiensis en D. m. ramsayi. Deze zijn niet of slechts licht gestreept aan de onderzijde met een grote witte plek op de onderkant van de rug en stuit, een helemaal rode kuif bij het mannetje, een witte keel, een gele borst met lichte bruine strepen en een licht bruin-wit gestreepte buik. Deze staan nu op de IOC World Bird List als twee ondersoorten van een aparte soort, de Suluspecht (Dendrocopos ramsayi).[2]

Lijst van (onder-)soorten en hun verspreiding[bewerken]

Er zijn vijf verschillende ondersoorten:

Ook als aparte soort[2]:

Leefgebied[bewerken]

De Filipijnse specht komt voor in bossen tot een hoogte van zo'n 2500 meter boven zeeniveau. Ze zijn vaak te vinden op de stam van bomen en zijn dan vaak alleen of in paartjes.

Voortplanting[bewerken]

Van deze soort is weinig bekend over de voortplanting in het wild. Een jong exemplaar in het nest is waargenomen in februari en een juveniel in mei.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Kennedy, R.S., Gonzales P.C., Dickinson E.C., Miranda, Jr, H.C., Fisher T.H. (2000) A Guide to the Birds of the Philippines, Oxford University Press, Oxford.