Filips IV van Frankrijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Ook Filips I van Castilië werd Filips de Schone (Philippe le Beau) genoemd.
Filips IV de Schone
12681314
Philippe IV le bel.jpg
Koning van Frankrijk
Periode 12851314
Voorganger Filips III
Opvolger Lodewijk X
Koning-gemaal van Navarra
Periode 1284-1305 (koning Filips I,
als echtgenoot van Johanna I)
Voorganger Blanche van Artesië
Opvolger Margaretha van Bourgondië
Vader Filips III
Moeder Isabella van Aragón

Filips IV van Frankrijk, bijgenaamd de Schone (Frans: Philippe le Bel), (Fontainebleau, 1268 - Fontainebleau, 29 november 1314) was koning van Frankrijk van 1285 tot 1314. Hij was de machtigste vorst van zijn tijd. Zijn politiek was erop gericht om het gezag van het Franse koningshuis te versterken. Hij vocht oorlogen uit met koning Eduard I van Engeland en het graafschap Vlaanderen, en wilde de macht van de Kerk en de hoge edelen breken.

Lege schatkist[bewerken]

Vanaf het begin van zijn regering verkeerde Filips in financiële problemen door de grote militaire uitgaven. Hij legde hoge belastingen op en devalueerde de munt een aantal maal. Hij eiste 24 keer dat de kerk 10% van haar inkomsten afstond. In 1291 arresteerde hij Lombardische handelaars en bankiers. Ze werden vrijgelaten tegen forse betalingen en hun winsten werden door de Franse regering afgeroomd. In 1306 liet hij beslag leggen op joodse bezittingen. In 1311 waren de Lombarden weer aan de beurt.

Conflict met de Rooms-Katholieke Kerk[bewerken]

De Franse koningen zagen al lange tijd met lede ogen aan dat rooms-katholieke organisaties grote delen van hun grondgebied beheerden. Grootvader Lodewijk IX, vader Filips III en Filips IV zelf verboden verdere uitbreiding van de bezittingen van de monnikenorden. Deze maatregel trof de franciscanen, dominicanen, hospitaalridders en tempeliers.

Onder Filips IV laaide de strijd tussen kerk en staat nog feller op dan onder zijn voorgangers. Hij duldde geen kerkelijke inmenging meer in wereldlijke zaken en wilde paus Bonifatius VIII op de knieën krijgen. In 1296 hadden ze een eerste conflict. De paus verbood in zijn bul Clericis Laicos aan geestelijken - zonder pauselijke toestemming - belasting te betalen aan wereldlijke overheden, waarmee hij vooral de Engelse en Franse koning op het oog had. Filips was als enige vorst in staat de paus te weerstaan. Hij stelde een uitvoerverbod voor goud en zilver in, waardoor de paus geen inkomsten meer kon halen uit Frankrijk. In 1297 draaide die bij met zijn bul Etsi de statu. In 1300 volgde een tweede aanvaring. De paus accepteerde niet dat Filips een Franse bisschop liet arresteren op verdenking van hoogverraad en voor een wereldlijke rechtbank bracht, maar de koning stond op zijn soevereiniteit in wereldse zaken. De paus reageerde in 1302 furieus met de bul Unam Sanctam, waarin hij het primaatschap van de paus uitriep: de geestelijke macht (paus) stond volgens hem boven de wereldlijke (koning). In 1303 hield Filips in het Louvre een soort proces, waarbij hij de paus beschuldigde van ketterij, afgoderij, simonie, sodomie en moord. Hij wilde de paus afzetten, waarna die op zijn beurt Filips in de ban deed. Guillaume de Nogaret, een adviseur van de Franse koning, trok naar Italië met een legertje van circa 2000 man, vergezeld van Sciarra Colonna, een Italiaanse senator van een anti-pausgezinde familie. Zij bedreigden de 68-jarige paus in zijn eigen paleis te Anagni met de dood. De paus werd naar verluidt door Colonna in zijn gezicht geslagen, maar dit is vermoedelijk niet historisch. De paus kwam echter al gauw weer vrij omdat de Fransen verdreven werden door de plaatselijke bevolking, maar hij overleefde het incident slechts een maand. Zijn opvolger paus Benedictus XI verzoende zich met de Franse koning en annuleerde alle sancties.

De opvolger van Benedictus XI, Clemens V, die bisschop van Bordeaux was geweest, verhuisde in 1309 de apostolische stoel van Rome naar Avignon. Filips had hem overtuigd om in Avignon te blijven, wat de macht van de Franse koning over de Kerk nog vergrootte. Het was het begin van de Babylonische ballingschap der pausen.

Orde van de Tempeliers[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Tempeliers voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Filips was de drijvende kracht achter de ontbinding van de Orde van de Tempeliers. Van meet af aan was hij van plan de orde te vernietigen. Hij duldde op het Franse grondgebied geen paramilitaire organisatie die aan zijn gezag ontsnapte en kon zijn lege schatkist vullen met de bezittingen van de Tempeliers. geestelijken waren zelf Fransen, nauw verbonden met de koning en nauwelijks bereid hem tegen te spreken. Sommigen werkten heel actief mee aan zijn plan. Op 13 oktober 1307 werden ongeveer tweeduizend tempeliers gearresteerd in Frankrijk. Na een proces van vijf jaar deelde paus Clemens V op 9 april 1312 mee dat hij besloten had de Tempelorde op te heffen.

Conflict met Vlaanderen[bewerken]

Tijdens zijn regering kwam Filips in conflict met de graven en de steden van het graafschap Vlaanderen. De graaf, Gwijde van Dampierre, hield zijn ambt en zijn grondgebied in leen van Filips. Filips trachtte zijn kroondomein uit te breiden met Vlaanderen, wat bij Gwijde niet in goede aarde viel. Gwijde raakte ondertussen in Vlaanderen zelf ook in conflict met de steden, die een steeds grotere autonomie opeisten. Op dat moment was er in de steden al een polarisatie te merken tussen een patriciaat en proletariaat, wat later zou uitmonden in respectievelijk leliaarts en klauwaarts. De Vlaamse steden waren afhankelijk van Engeland voor de aanvoer van hun wol en toen koning Filips opnieuw in conflict geraakte met Engeland, verzetten zij zich tegen de Franse inmenging in Vlaamse aangelegenheden. Gwijde schaarde zich aan hun kant en zegde zijn leenheerschap bij de koning op in 1297. Filips bezette daarom tussen 1297 en 1300 een groot gedeelte van Vlaanderen, totdat onderhandelingen uitmondden in een bestand. Door het machtsvertoon van Filips was er echter in de steden een duidelijk verzet gekomen van de Vlaamsgezinde klauwaarts: ambachtslieden en een deel van de adel.

Tussen 1300 en 1302 ging Filips over tot een volledige bezetting van Vlaanderen. Het graafschap werd ingelijfd bij het kroondomein en Gwijde en zijn zoon Robrecht werden gevangengenomen. Filips plaatste Vlaanderen onder het gezag van Jacques de Châtillon, en begon in heel Vlaanderen Blijde intredes te doen. Dit stuitte op fel verzet van de klauwaarts en de steden, die hun privileges zagen slinken. In 1301 en 1302 waren er in verschillende steden opstanden, onder andere in Brugge met Pieter de Coninck. Paus Bonifatius VIII, eveneens in conflict met de Franse koning, betuigde zijn steun aan Vlaanderen in de bul Ausculta fili. De opstand kwam onder leiding van Jan van Namen, Gwijde van Vlaanderen en Willem van Gulik. Toen een opstand in Brugge werd neergeslagen door De Châtillon, reageerden de opstandelingen met de Brugse Metten op 18 mei 1302. Op 11 juli 1302 kwam het tot een gewapend treffen tussen een Frans ridderleger en de Vlaamse ambachtsmilities onder leiding van Willem van Gulik nabij Kortrijk, de Guldensporenslag die gewonnen werd door de Vlaamse milities.

In augustus 1304 vond een nieuw treffen plaats in de Slag bij Zierikzee, dat een overwinning voor Filips werd. In de slag bij Pevelenberg eindigde de strijd aanvankelijk onbeslist, maar de Fransen eisten vanwege de terugtrekking van de Vlamingen alsnog de overwinning op. Oorlogsmoe ondertekenden de strijdende partijen in 1305 uiteindelijk het verdrag van Athis-sur-Orge. De inlijving van het graafschap werd ongedaan gemaakt, Robrecht van Béthune werd op de troon geplaatst en de stedelijke privileges werden bevestigd. Filips haalde echter volledige genoegdoening door een enorme boete op te leggen omwille van de opstandigheid en het Franssprekende deel van Vlaanderen werd geannexeerd (Rijsel, Dowaai en Orchies).

Staatsapparaat[bewerken]

Onder zijn bewind vond in navolging van zijn grootvader, Lodewijk IX, een verdere rationalisatie en professionalisatie van het centraal staatsapparaat plaats. Hij richtte een Chambre des comptes in als centrale rekenkamer. Hij liet zich ook omringen door raadsleden die zich verzamelden in de conseil du roi. Een vast koninklijke advies orgaan, vergelijkbaar met de Witenagemot in Engeland. Tenslotte richtte hij naar Engels voorbeeld ook een standenvertegenwoordiging op onder de naam van Etats Généraux (Staten-Generaal).

Familiale zaken[bewerken]

Filips was de zoon van Filips III en kleinzoon van Lodewijk IX de Heilige. Hij trouwde in 1284 met Johanna I van Navarra en kreeg zeven kinderen. Hij werd de vader van drie opeenvolgende Franse koningen. Zijn dochter Isabella werd koningin van Engeland.

Overlijden[bewerken]

Filips liep een verwonding op bij een jachtpartij in de omgeving van Pont-Sainte-Maxence en stierf een paar weken later in Fontainebleau, waar hij ook was geboren. Hij is begraven in de basiliek van Saint-Denis. Filips werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk X. Filips regering was het begin van het verval van de pauselijke almacht in de Europese politiek en een mijlpaal in de versterking van de macht van de Franse koning en in de centralisatie van de Franse staat.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Filips IV van Frankrijk
Overgrootouders Lodewijk VIII van Frankrijk (1187-1226)
∞ 1200
Blanca van Castilië (1188-1252)
Raymond Berengarius IV van Provence (1198-1245)
∞ 1220
Beatrix van Savoye (1205-1266)
Peter II van Aragón (1174-1213)
∞ 1204
Maria van Montpellier (1182-1213)
Andreas II van Hongarije (1175-1235)
∞ 1215
Yolande van Courtenay (1200-1233)
Grootouders Lodewijk IX van Frankrijk (1214-1270)
∞ 1234
Margaretha van Provence (1221-1295)
Jacobus I van Aragón (12-12)
∞ 1235
Jolanda van Hongarije (1219-1251)
Ouders Filips III van Frankrijk (1245-1285)
∞ 1262
Isabella van Aragón (1247-1271)