Fins-Oegrische talen
De Finoegrische[1] (of Fins-Oegrische) talen vormen een taalfamilie met twee belangrijke takken.
Finoegrische talen |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hogerop vormen deze talen samen met de Samojeedse talen de Oeraalse taalfamilie. Het meest kenmerkend voor deze talen zijn een systeem van 15 tot 17 naamvallen, waarmee behalve de gewone grammaticale functies ook allerlei ruimtelijke relaties worden uitgedrukt zoals "tot boven op" en "weg van", en klinkerharmonie.
De grootste talen van deze familie zijn het Hongaars en het Fins, gevolgd door het Mordwiens en het Estisch. Sommige van de overige talen worden als minderheidstalen in een overwegend anderstalige omgeving (met name Russisch) ernstig in hun voortbestaan bedreigd.
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Taalfamilies |
|---|
|
Abchazo-Adygeïsch · Afro-Aziatisch · Algisch · Altaïsch · Andes-Equatoriaal · Arawak · Austroaziatisch · Austronesisch · Caribisch · Chibcha · Cumash · Dené-Jenisejisch · Dravidisch · Eskimo-Aleoetisch · Harakmbet · Indo-Europees · Irokees · Jivaro · Khoisan · Maya · Mixe-Zoque · Muskogi · Noordoost-Kaukasisch · Niger-Congo · Nilo-Saharaans · Noord-Kaukasisch · Oeraals · Otomangue · Pano · Papoea · Salish · Sino-Tibetaans · Siouan-Catawban · Tai-Kadai · Tsjoektsjo-Kamtsjadaals · Tupi · Uto-Azteeks · Yuma-Cochimí · Zuid-Kaukasisch |