First Suite in Es (Holst)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
First Suite in Es
Gustav Holst.jpg
Componist Gustav Holst
Soort compositie suite voor blaasorkest
Gecomponeerd voor harmonieorkest
Toonsoort Es majeur
Opusnummer 28 nr. 1
Andere aanduiding for Military Band (1909)
Compositiedatum 1909
Première 1920
Duur ± 10 minuten
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

First Suite in Es for Military Band, beter bekend onder de naam First Suite in Es is een compositie uit 1909 van Gustav Holst. De Brit componeerde het voor harmonieorkest (symfonisch blaasorkest). Samen met zijn Second Suite in F for Military Band (opus 28.2 uit 1911) wordt het gezien als twee standaardwerken binnen het repertoire voor harmonieorkesten. Holst wilde met zijn eerste suite de muziek voor dit soort orkesten uitbreiden en tevens zorgen voor muziek die oorspronkelijk ook bedoeld was voor die sector.

Geschiedenis[bewerken]

Het werk werd in 1909 gecomponeerd. Het repertoire van harmonieorkesten bestond toen veelal uit bewerkingen van klassieke orkestwerken en dit werk was binnen dat repertorie (toen al) een welkome afwisseling. Die bewerkte werken vanuit de symfonische wereld betrof dan nog vooral programmatische muziek en ook daarin week Holst af. Binnen zijn eigen klassieke compositie bevinden zich vreemd genoeg wel programmatische werken zoals The Planets. Het succes van de twee suites van Holst had een motiverende werking op andere componisten, die nu als pioniers van de blaasmuziekbeweging beschouwd worden, zoals bijvoorbeeld Gerard Boedijn, maar ook de Belgische componistengroep De Synthetisten rond Paul Gilson en anderen.

Muziek[bewerken]

De First Suite in Es for Military Band bestaat uit drie delen, ieder deel heeft zijn eigen karakter en vorm. De hele compositie is gebaseerd op een 8-maten melodie die herinnert aan Engelse volksliederen; maar de melodieën zijn van Holst zelf.

Deel 1: Chaconne (Allegro moderato)[bewerken]

Dit deel in 3/4 maat, is gebaseerd op een melodie die 8 maten duurt en geïntroduceerd wordt door het lage koper (eufonium, tuba) en contrabas en deze melodie wordt in het totaal zestien keer herhaald in het werk. Deze vorm is eigenlijk synoniem voor de passacaglia; beide termen worden meestal uitwisselbaar gebruikt. Het ritme van het thema met afwisselend halve noten gevolgd kwartnoten en andersom wordt gebruikt bij de middeleeuws Engelse (kerst-)liederen; bijvoorbeeld de "Agincourt Song" uit 1415 is ritmisch vergelijkbaar.

De componist gebruikt verschillende kleurrijke effecten om het chaconnethema te variëren. Als bijvoorbeeld het koper en slagwerk het thema omlijnd met korte achtste noten, spelen de houtblazers tegelijkertijd virtuoze zestiende noten. De hele passage is aangeduid met "Brillante" of 'briljant'. Vervolgens speelt het lage koper een lijn met achtste noten dat wederom gebaseerd is op het thema. Deze sectie is gemarkeerd "Pesante" of 'zwaarwichtig' en staat in scherp contrast tot het materiaal van vooraf.

Daarna volgen variaties die door verschillende combinaties van solo-instrumenten gepresenteerd worden zoals hoornsolo, een duet tussen dwarsfluit en hobo en altsaxofoonsolo.

Twee van de herhalingen, de tiende en de elfde, zijn omkeringen van het thema. Daarin verandert de modus drastisch met een gevoel zoals bij een treurmars en bij uitzondering met een zeer zachte dynamiek. De grote trom en tuba benadrukken een hemioolritme, terwijl een solo-eufonium de inversie van het thema in a mineur speelt. De twaalfde herhaling, het thema wordt hier een derde van een octaaf hoger gespeeld, is een beroemde trombonesolo. Het is goed te horen, dat Gustav Holst in de beginjaren van zijn carrière zelf trombone gespeeld heeft. Het bouwt zich stap voor stap en met een groot crescendo binnen twee verdere herhalingen van het thema op. Bij het hoogtepunt van het crescendo, hoort men weer hemiolen in het koper en de saxofoons dat ingezet werd om het harmonisch gevoel te vergroten.

De climax is bij de hoogtepunt van het crescendo met het thema dat in bijna alle lage instrumenten wordt gespeeld. De hogere instrumenten spelen stijgende contrapuntlijnen, wat duidelijk fortissimo is. De laatste herhaling, die in de trombones en de lage trompetten/de lage cornetten (een ongebruikelijke combinatie voor die tijd) wordt verklaard, wordt om een vijfde verhoogd, chromatisch veranderd en uitgebreid. Het deel eindigt met de trombones en trompetten/cornetten die qua accent tegen de rest van het harmonieorkest aan spelen op de eerste en tweede tel, terwijl de rest van het harmonieorkest opvallend aanhoudende akkoorden op de derde tel van elke maat speelt. In het slotakkoord verlaten alle basinstrumenten een zeer briljant klinkend akkoord in Bes, waarna alleen de dwarsfluiten, piccolo's en trompetten/cornetten nog spelen. Dit krachtige slot is moeilijk om goed te spelen, maar heeft een zeer hoge emotionele impact als het goed gespeeld wordt.

Deel 2: Intermezzo (Vivace)[bewerken]

Bijna alles in dit deel is gewijd aan een ritmische en goedgearticuleerde hobo-, klarinet- en cornetsolo. De gebruikmaking van de klankkleur van het blaasorkest is hier het belangrijkst. Terwijl de beweging qua karakter hoofdzakelijk licht is, speelt de klarinet een solo, die later wordt herhaald door andere stemmen. Dan neemt het eufonium de luisteraar terug naar het eerste thema. Tot slot wordt het tweede thema gespeeld in een majeursleutel terwijl de hogere houtblazers hun virtuoze zestiende noten spelen, en teruggebracht tot het zachtste volume.

Deel 3: March (Tempo di Marcia)[bewerken]

De "March" wordt gewoon in het (normale) mars-tempo gespeeld, alhoewel diverse opnames bestaan, waar het vlugger gespeeld wordt. De mars wordt geopend met een solo in de grote trom, een van de weinige in de literatuur voor harmonieorkest. Het deel wordt gekenmerkt door twee vooraanstaande melodieën, beide zijn heel contrasterend in stijl. De eerste melodie wordt door de kopersectie gespeeld in de opening.. Het trio wordt gespeeld door het midden- en lage houtregister met de tweede melodie op lyrische en in een legato manier door het eufonium, baritonsaxofoon en later bijgestaan door de fagotten met een contrapuntische melodie. In het finale van de mars worden beide melodieën opgestapeld en omlijst met variaties in de houtblaasinstrumenten. Het slot van het deel is heel krachtig in volume (aangegeven door ffff ) en heeft één van beroemdste trombonesoli in het repertoire voor harmonieorkesten.

Orkestratie[bewerken]

Er bestaan intussen verschillende uitgaven van dit werk van Holst (zie ook: Orkestratie); de recentste is die van Colin Matthews, die in 1984 bij de muziekuitgeverij Boosey and Hawkes gepubliceerd werd. Matthews completeerde trouwens ook The Planets met een nieuw slotdeel Pluto.

De drie vooral bekende versies (ad lib betekent "niet verplicht"):

instrument 1909 originele partituur 1948 gedrukte partituur 1984 instrumentatie
Dwarsfluit 1 en piccolo in Des[1] 1 ook piccolo in C
1 ook piccolo in Des
1 en een piccolo in C
Hobo 2 (beide ad lib) 2 2 (2e ad lib)
Esklarinet 2 (2e ad lib)[1] 2 2 (2e ad lib)
Klarinet 1 solo + 3 1 solo + 3 1 solo + 3
Altklarinet geen 1 geen
Basklarinet 1 (ad lib) 1 + contrabasklarinet 1 (ad lib)
Fagot 2 (2e ad lib) 2 2 (2e ad lib)
Saxofoons 1 altsaxofoon (ad lib)
1 tenorsaxofoon (ad lib)
1 altsaxofoon
1 tenorsaxofoon
1 baritonsaxofoon
1 bassaxofoon
1 altsaxofoon
1 tenorsaxofoon
1 baritonsaxofoon (ad lib)
1 bassaxofoon (ad lib)
Cornet 2 2, waarvan 1 ook solo 1 solo +2
Trompet 2 estrompetten (ad lib)
2 bestrompetten (ad lib)[1]
2 bestrompetten 2 bestrompetten (ad lib)
Flugelhorn geen 2 geen
Hoorn 2 f-hoorns
2 es-hoorns (ad lib)[1]
4 4 (3e en 4e ad lib)
bariton 1 (ad lib)[1] 1 (of extra eufonium) geen
Eufonium 1 1 1
Trombone 2 tenortrombones (2e ad lib)[1]
1 bastrombone
2
1 bastrombone
3 (3e ad lib)
geen bastrombone
Bombardon / Tuba 1 bombardon 1 tuba 1 tuba
Contrabas ja (ad lib) ja ja (ad lib)
Slagwerk pauken (ad lib)[1]
kleine trom
grote trom
bekkens,
triangel,
tamboerijn
pauken
kleine trom
grote trom
bekkens,
triangel,
tamboerijn
pauken
kleine trom
grote trom
bekkens,
triangel,
tamboerijn
hangend bekken
Extra geen geen altklarinet
contrabasklarinet
2 flugelhorns

Eerste uitvoering[bewerken]

De datum van eerste uitvoering van deze suite is (anno 2010) nog niet definitief vastgesteld. Imogen Holst dacht dat haar vader het werk had geschreven voor het Festival of the People’s Palace, Mile End, Londen, mei 1909, maar van uitvoering is niets teruggevonden. Een andere bron (Jon C. Mitchell: From Kneller Hall to Hammersmith: The Band Works of Gustav Holst, Band 11) vermeldde dat het werk in William Gillies Whittakers handen is geweest; Whittaker was vriend van Holst en dirigent bij een Bachkoor in Newcastle). Whittaker schreef op 9 juli 1917 aan Holst dat hij het werk zeer goed vond. De eerste uitvoering waarvan de gegevens vastliggen is die van 23 juni 1920.

Discografie[bewerken]

Er bestaan talloze opnames van dit werk, zowel op langspeelplaat, alsook op cd en dvd. De volgende lijst is een klein uittreksel:

  • Cleveland Symphonic Winds onder leiding van Frederick Fennell op het label "Telarc" 80038 met Holst: Suite No.1 & 2/Handel: Music for the Royal Fireworks/Bach: Fantasia in G
  • Dallas Wind Symphony onder leiding van Howard Dunn op het label "Reference Recordings" RR 39 met Holst: Hammersmith / Moorside Suite / Suite No. 1 in E flat / Suite No. 2 in F
  • Eastman Wind Ensemble onder leiding van Frederick Fennell op het label "Mercury Living Presence" 462960-2 met Holst: Suites 1 & 2 / Vaughan Willams: Folk Song Suite and Toccata Marziale / Reed: La Fiesta Mexicana / others
  • Eastman Wind Ensemble onder leiding van Donald Hunsberger op het label "Sony CLASSICAL" 47198 - Eastman Wind Ensemble Live in Osaka
  • London Wind Orchestra onder leiding van Denis Wick op het label "Asv Living Era" QS 6021 - English Wind Music
  • Royal Northern College of Music Wind Orchestra onder leiding van Timothy Reynish op het label "Chandos" CHAN 9697 - British Wind Band Classics
  • North Texas Wind Symphony onder leiding van Eugene Migliaro Corporan op het label "Klavier" K 11122 - Time Pieces

Bibliografie[bewerken]

  • Imogen Holst: Gustav Holst: A Biography, Oxford University Press, USA; 2nd edition, September 8, 1988. 240 p., ISBN 978-0-192-82193-5
  • Budd Udell: Standard Works for Band: Gustav Holst's First Suite in E♭ Major for Military Band. in: Music Educators Journal, 69 (4):28, 1982.

Media[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • partituur van First Suite in Es for Military Band - Boosey and Hawkes Music Publishers Limited - Q.M.B. 501
  • Jon C. Mitchell: From Kneller Hall to Hammersmith: The Band Works of Gustav Holst, ALTA MUSICA - Eine Publication der Internationalen Gesellschaft zur Erforschung und Förderung der Blasmusik, Herausgegeben von Wolfgang Suppan und Eugen Brixel, Band 11, Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1990. 193 p., ISBN 3-7952-0620-0
  • Historie blaasmuziek
  1. a b c d e f g Colin Matthews: Inleiding van partituur First Suite in Eb, Boosey and Hawkes Music Publishers Limited, Q.M.B. 501, 1984