Flashover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Temperatuurverloop in een ruimte waar brand woedt. Tijdens de flashoverfase stijgt de temperatuur explosief.

Flashover of vlamoverslag is een term in de brandbestrijding waarmee het explosief ontbranden van in een ruimte aanwezige gassen wordt aangeduid.

De vlamoverslag vindt plaats bij een brand als de brandbare gassen, afkomstig van brandende en door de rookgassen opgewarmde elementen in de ruimte, zich verzamelen in die ruimte en dan plotseling ontbranden.

Dit kan gebeuren als er verse lucht de ruimte binnenstroomt, bijvoorbeeld als er een deur geopend wordt. Door de brand daalt aanvankelijk het zuurstofgehalte van de lucht in de betreffende ruimte en daarmee de concentratie tot onder de explosiegrens, waardoor brandbare gassen niet ontvlammen. Stroomt er dan plots veel verse lucht binnen, krijgen de gassen ineens wel genoeg zuurstof om te verbranden, zodat er een explosieve ontbranding ontstaat.

Door de hoogte van de ontstane temperatuur in de gaswolken aan het plafond kunnen alle brandbare materialen door de explosie vlam vatten. Hierdoor zou een niet brandende ruimte totaal in brand kunnen vliegen. De temperatuur in de gaswolken worden gevoed door een brand in dezelfde of een andere ruimte (deze ruimte kan zelfs twee ruimtes verderop zijn).

Flashover is een van de gevaarlijkste elementen bij brand. Met de potentieel dodelijke effecten van dit fenomeen werd men in de jaren 1980 verschillende keren geconfronteerd. Als gevolg hebben verschillende onderzoekslaboratoria proeven gedaan en zelfs een speciale meetopstelling uitgewerkt, de Room Corner Test. De gegevens van deze meetmethode worden vandaag de dag toegepast om een brandveiligheidklassering van een ruimte op te maken

Inhoud

Verschil met backdraft [bewerken]

Backdraft is een fase van vlamoverslag. Het verschil tussen backdraft en andere fases is dat backdraft extra zuurstof nodig heeft om tot de explosie te komen, terwijl de overige fases van de flashover teren op de aanwezige zuurstof en enkel een bepaalde temperatuur (> 550 °C) voor de ontbranding nodig hebben.

Fases [bewerken]

In de internationale brandweerwereld worden verschillende definities gehanteerd, hetgeen onduidelijkheid schept. Het Safety Center Holland hanteert de volgende 4 fases:

  1. Arme flashover: Stel een woonkamer voor. Er staat een kast in brand. Er ontstaat rook aan het plafond, hetgeen ontstaat door stijgende warme gassen. Door de straling en de hitte van de gassen, begint de bank te gassen (er komen brandbare gassen uit de bank, voordat deze vlam vat), hetgeen voor meer rookvorming zorgt. Nu vat de bank vlam. Deze langzame vorm van een 'ketting-reactie' zou er uiteindelijk voor zorgen dat de hele woonkamer in brand komt te staan. Maar door het langzame verloop heeft de brand al te veel zuurstof uit de lucht ontnomen, hetgeen de rest van de woonkamer verhindert te branden. Wel blijven de meubels gassen door de hete rookwolk vorming aan het plafond. Vuur heeft minimaal 14% zuurstof nodig. Is er minder dan gaat het smeulen. Bij minder dan 5% zuurstof is er geen enkele vlam of gloei te zien.
  2. Rijke flashover: In dit stadium is er geen brand meer, maar alle brandbare materialen zijn aan het gassen en de rookwolk is dik en groot. De temperatuur stijgt, maar er is onvoldoende zuurstof voor ontbranding. Wanneer een deur of raam wordt geopend zodat er verse lucht instroomt en er nog iets brandt of gloeit, ontbrandt het hete roogas en komt de hele kamer in brand te staan.
  3. Heetrijke flashover: Mocht de rook uit fase 1 dusdanig heet worden en de temperatuur boven de ± 650 °C komen en hebben de gassen de buitenlucht bereikt door allerlei mogelijke gaten en kieren, dan kunnen de gassen zodra deze de buitenlucht bereikt hebben ontbranden. Zo ontstaan vlammen onder kieren van deuren. De ruimte binnen blijft gedoofd. Bij dit verschijnsel bevindt zich niet enkel rook achter die deur, dit kan zelfs 2 ruimtes verder zitten.
  4. Vertraagde flashover: In deze fase is de rook aan het afkoelen, omdat het niet ontbrandt. Indien er zuurstof bij komt ontstaat een zeer explosief gasmengsel, dat zal ontbranden bij ontsteking: gloeiende resten of een vonk. Vandaar dat de brandweer bijlen heeft die geen vonken maken.

Herkenning [bewerken]

Een ezelsbruggetje is de zogenaamde RSTV-scan:

  • Rook: hoe donkerder hoe gevaarlijker
  • Stroming: hoe sterker de ademing (push en pull) van de rook, hoe gevaarlijker
  • Temperatuur: hoe heter hoe gevaarlijker
  • Vlammen: Indien er vlammen zijn op onlogische plaatsen, bijvoorbeeld in de rook, Angels of Fire of vlammentongen, dan nadert de flashover.

Bestrijding [bewerken]

Om flashover tegen te gaan kan men op twee manieren ventileren:

  1. Natuurlijk: twee openingen maken en de wind buiten zijn werk laten doen en de hete gassen afvoeren.
  2. Geforceerd: door middel van mechanische ventilatoren of door middel van een sproeistraal (nevel, fijne druppel).

Ook kan er geblust worden om de warmte te onttrekken, door telkens een nevel van middelkleine druppels in de wolk te spuiten. Een te fijne druppel zorgt voor zuurstof, dus dat is niet goed. Een te grote druppel gaat dwars door de wolk heen en koelt deze dus niet. De druppels zouden de grond niet moeten raken, zodat ze optimaal worden opgenomen in de wolk en deze afkoelen.